Bloemen moeten blijven bloeien

Er moet eindelijk een nieuw Randstad-bestuur komen, zegt voormalig premier Kok.

Want de problemen in de Randstad blijven bestaan.

Wim Kok: ‘Niemand is verantwoordelijk voor de problemen in de Randstad.’ (Foto Dirk-Jan Visser) © Dirk-Jan Visser Rotterdam, 28/03/2003 Tennisbaan Visser, Dirk-Jan

Wie de A4 richting Rotterdam neemt, moet net voorbij Delft goed oppassen. Daar eindigt de snelweg in een abrupte bocht naar rechts.

Deze highway to nowhere is al sinds 1965 hét voorbeeld van het bestuurlijk onvermogen om van de Randstad de goed geoliede „economische motor” van Nederland te maken. Dertig jaar overleg hebben het doortrekken van de snelweg naar Rotterdam niet dichterbij gebracht. En dus staan elke dag duizenden mensen in de file.

Gisteren presenteerde een commissie onder leiding van oud-premier Wim Kok haar rapport over het haperen van die economische motor. De conclusie: er moet een nieuw Randstadbestuur komen (zie inzet).

Kok kon aan het werk nadat de zogenoemde Holland Acht – de vier grote steden, de drie provincies waar ze in liggen, en de provincie Flevoland – anderhalf jaar geleden eiste dat er wat gedaan moest worden aan de „eindeloze en ondoorzichtige procedures” die leiden tot een gebrek aan daadkracht en langzame besluitvorming.

De commissie-Kok is zeker niet de eerste groep adviseurs die heeft gepleit voor een slagvaardiger bestuur in de Randstad. Toch zijn er verschillen: de gewichtige samenstelling van de groep (naast de oud-premier bezet met onder meer Schipholbaas Cerfontaine en oud-Unilever topman Tabaksblat) en het tijdstip waarop het rapport openbaar is gemaakt – midden in de formatieonderhandelingen voor een nieuw kabinet.

Om de economische kracht van de Randstad in stand te houden, moet de overheid vooral goede „ruimtelijke condities” creëren in een overvolle omgeving. Een verslechterende bereikbaarheid, zowel over de weg als via het openbaar vervoer, de druk op natuur en cultuur, onvoldoende aantrekkelijke huisvesting, een te lage arbeidsparticipatie en een inflexibele arbeidsmarkt, laten volgens de commissie zien dat dat niet lukt. De problemen zijn al lang bekend, maar oplossingen komen maar traag, „hoogst zorgelijk”, zegt de commissie.

Vele commissies voor u hebben al over het Randstadprobleem geadviseerd. De problemen en ook uw oplossing, zijn al jaren bekend. Wat voegt uw werk eigenlijk nog toe?

„Over het antwoord op die vraag zou ik graag een nachtje slapen. Het nut van ons advies staat of valt natuurlijk met de reacties die nu komen op ons voorstel. Het is niet opzienbarend wat wij zeggen.

„Maar vergeet niet: we zijn natuurlijk ook een andersoortige commissie dan al die anderen. Er is nog gespeeld met de gedachte om onszelf een ‘commissie van wijzen’ te noemen, waar ik trouwens niet zo enthousiast over was. Maar we zijn natuurlijk wel mensen die wat losser van de dagelijkse bestuurspraktijk, en meer ín de maatschappij staan.”

Als bestuurders zich niet anders gaan gedragen, komt er weinig van een nieuw Randstadbestuur terecht, schrijft u. Maar hoe je daarvoor zorgt, dáár zegt u nauwelijks wat over.

„Er zijn mensen die zeggen, blijf van die structuur af, doe iets aan de bestuurscultuur. Maar daarmee los je niet op dat niemand verantwoordelijk is voor de problemen in de Randstad. Dat moet gewoon anders. Met een nieuw bestuur los je het probleem van de cultuur niet op. Maar nu is het andersom: de huidige structuur cultiveert die eindeloze overleggen. We spelen de bal niet voor niets terug naar de Holland Acht. Zij moeten laten zien dat ze in de vier jaar die het oprichten van een Randstadbestuur duurt, al in die geest kunnen handelen door samen de urgentste problemen aan te pakken. Ik wil het geen testcase noemen, maar als dat al vast zou lopen, is dat natuurlijk een heel slecht voorteken. En een teken dat het hele betoog van de acht niet echt geloofwaardig is.”

Die urgente problemen liggen volgens uw analyse voor een groot deel ook bij de rijksoverheid. Daar lost een Randstadbestuur niets aan op.

„Het is absoluut waar dat de toekomst van de Randstad voor een flink deel afhankelijk is van het nationale beleid. Ik hecht daar ook zeer aan. We moeten er allemaal voor zorgen dat in dit kikkerlandje de bloemen blijven bloeien. Het nieuwe kabinet moet nu het voortouw nemen. Doen ze dat niet, dan gebeurt er niets.”

Hoe optimistisch bent u?

„Ik ben van nature optimistisch. De komende paar maanden zijn natuurlijk heel belangrijk. Dan moeten we kijken welke zetten op het schaakbord er wel of niet gezet worden. De test is natuurlijk of er concreet iets gebeurt.”

    • Derk Stokmans