Behoed Irak voor een desastreuze braindrain

Gewelddadige milities in Irak hebben het gemunt op studenten en academici.

Zij weten: een ongeschoold Irak zal tot extremisme veroordeeld blijven.

Afgelopen dinsdag werden bij een dubbele bomaanslag in de Iraakse hoofdstad Bagdad 65 mensen gedood, van wie het merendeel studenten. De aanslag is een van de dieptepunten in een lange reeks ontvoeringen en aanslagen in de Iraakse academische wereld.

Het academische drama speelt zich af in de donkere schaduw van een steeds verder escalerende burgeroorlog. Tijdens andere oorlogen was de universiteitscampus nog relatief veilig terrein. Maar in Irak worden momenteel op systematische wijze academici en studenten door terroristische groeperingen gesommeerd het land te verlaten, of, als ze geen gehoor aan de oproep geven, op brute wijze vermoord. Sinds de inval van de Amerikanen in 2003 zijn bijna 500 academici gedood. Nog eens duizenden intellectuelen zijn het land ontvlucht.

Nu zijn ook studenten direct het slachtoffer geworden. Al eerder verspreidden sunnitische militia (waaronder de groep Ansar Alsuna) flyers op de Iraakse universiteiten met de oproep aan studenten en academici om thuis te blijven. Deden ze dat niet, dan waren ze hun leven niet zeker.

Deze terreur maakt het de academische wereld onmogelijk om kennis over te dragen op nieuwe generaties studenten. Een desastreuze braindrain is het gevolg: een chronisch gebrek aan gekwalificeerde begeleiding maakt de verstrekte diploma’s weinig tot niets waard. Bovendien studeren steeds minder mensen af, waardoor het aantal academici verder zal teruglopen.

Ook neemt de polarisering onder studenten toe. Ze voegen zich – vaak gedwongen – bij een sektarische groep, waardoor het onderlinge wantrouwen groeit. De Student League for Human Rights moest zijn werkzaamheden zelfs buiten de Universiteit van Bagdad voortzetten, omdat de situatie op de campus onhoudbaar was. Ouders laten hun kinderen vaak niets eens meer naar college gaan.

Natuurlijk moet de gehele Iraakse bevolking worden beschermd. Maar de Iraakse studenten en docenten verdienen extra aandacht. Ze zijn een specifiek doelwit geworden van religieuze fundamentalisten die de samenleving willen beheersen door mensen ongeschoold en dus machteloos te houden. Zij weten ook dat vooral op de universiteitscampus kritische ideeën tot wasdom komen; kritische ideeën die het beste wapen tegen extremisme en terrorisme zijn.

Bovendien zijn studenten en academici van groot belang voor de economische en technologische ontwikkeling van Irak. Waar de vooruitzichten op het beëindigen van het sektarische geweld op korte termijn nihil zijn, moet in ieder geval de toekomst van Irak op lange termijn worden gewaarborgd.

Het Iraakse ministerie van Onderwijs heeft onlangs maatregelen getroffen om de veiligheid op scholen te verbeteren. Toch blijven, ondanks de plaatsing van veiligheidsbeambten aan de poorten van de universiteit, veel studenten thuis. De weg er naar toe blijft een obstakel. Het feit dat extremisten niet of nauwelijks worden vervolgd, werpt ook een barricade op.

De Europese Unie en andere internationale organisaties moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Niet alleen middels diplomatieke betrokkenheid, maar ook met daden: academici die koste wat kost in Irak willen blijven, moeten worden beschermd. Aan hen die willen vluchten moet men ruimhartig opvang bieden. Want een ongeschoold Irak zal tot extremisme veroordeeld blijven.

Eline Veninga, Mariëlle Hetem en Erik van Zuylen studeren aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en zijn mede-oprichters van de transnationale studentenorganisatie Life-Lines.