Begin politiek en publiek debat over Europa

Politici moeten doen waar ze voor zijn gekozen: het onderwerp ‘Europa’ politiseren, meent S.P. van der Vaart.

De brievenbus van formateur Wijffels is goed gevuld met adviezen. Het onderwerp ‘Europa’ staat met stip genoteerd. Maar of veel van die adviezen de formatietafel halen is de vraag.

Bij het artikel van Alfred Pijpers (Opiniepagina, 10 januari) is dat niet zo erg. De kop ‘Breng ons weer terug in Europa’ wekt veel verwachting, die echter niet wordt waargemaakt. Integendeel, het is een typisch pleidooi van onder de Haagse kaasstolp.

Het is van alles wat: van versterking van de Benelux-samenwerking tot de klacht dat de ‘bende van 18’ (de lidstaten die de EU-grondwet wel ratificeerden) Nederland dreigt klem te zetten. En de vaststelling dat er een afgeslankte tekst nodig is voor het grondwettelijk verdrag. Veel samenhang in de trits aanbevelingen is er niet, maar als het kabinet in spe alleen de kop van het artikel onthoudt is er een begin.

Toch is het de vraag of dat genoeg is. Je vraagt je namelijk af: waar was de auteur op 1 juni 2005? Na het nee tegen de EU-‘grondwet’ is de geest uit de fles. Elke discussie over de vraag hoe Europa terug kan komen in de Nederlandse politiek begint met de vraag wat de politieke partijen er zelf van vinden.

Maar wie weet dat? Precies hier wringt de schoen: meer dan driekwart van de Nederlandse bevolking heeft tijdens de jongste verkiezingen zijn stem uitgebracht op politieke partijen die zich tijdens de verkiezingsstrijd in stilte hebben gehuld over Europa .

Dat heeft gevolgen. De nieuwe Tweede Kamer en het in de steigers staande kabinet van CDA, PvdA en ChristenUnie zullen immers straks belangrijke beslissingen moeten nemen over bijvoorbeeld de vraag welke delen van de grondwet aanvaardbaar zijn en welke delen niet.

De vervolgvraag is dan ook of dit parlement en het nieuwe kabinet wel over voldoende legitimiteit beschikken tijdens de Europese top van regeringsleiders in juni. Nederland heeft in de ogen van velen in Europa – Angela Merkel, de nieuwe ‘voorzitter’ van de Europese Unie, ziet dat ook zo – een ‘brengplicht’: je mag best nee zeggen, maar dan heb je een speciale verantwoordelijkheid om uit de impasse te komen.

Het kabinet-Balkenende III en de Tweede Kamer hebben weinig tot niets aan een politiek Europa-debat in het land bijgedragen. Tijdens de Algemene en Politieke Beschouwingen over ‘De Staat van de Unie’ hulde premier Balkenende zich afgelopen najaar in nevelen bij vragen welke prioriteiten Nederland moet hebben bij een nieuw Europees verdrag. Het momentum, aldus de premier, was er nog lang niet om daarover nu al te praten. Pas in 2008 als de nieuwe Franse president EU-voorzitter is, kunnen we zaken doen. En liefst nog iets later in 2009 als er nieuwe verkiezingen zijn voor het Europees parlement.

Toch is een nieuwe democratische legitimering van het onderwerp Europa in de Nederlandse politiek urgenter dan ooit. De vraag is hoe?

Het antwoord is dat Europa moet worden gepolitiseerd, zodat burgers uit voorgelegde opties weer kunnen kiezen. Europa is verworden tot een technocratisch project, tot loodvrije verf op kinderspeelgoed. Dit is ook ‘best belangrijk’, maar het raakt niet de kernvraag: integreren we politiek verder of niet? Wat doen we nationaal, dan wel Europees? En: hoe verkleinen we het democratisch tekort? De consequentie is dat de Tweede Kamer Europa moet behandelen als binnenlandse politiek.

Er zijn daarom adviezen nodig die de burgers bij Europa betrekken. Allereerst voor de 150 nieuw gekozen leden van de Tweede Kamer. Maar de Kamerleden hebben tot nu toe hun kop uit electorale angst in het zand gestoken. Daarom is hulp nodig uit de samenleving zelf. Om te formuleren wat de belangen zijn van Nederland in het verder integrerende Europa. Om draagvlak te bieden aan ‘de politiek’, die hoe dan ook nog een keer langs de burger moet om een nieuw Europees verdrag te laten goedkeuren. Blijft een publiek-politiek debat uit, dan is de viering van 50 jaar Europees Verdrag (Verdrag van Rome) dit jaar, het begin van een nieuwe crisis.

S.P. van der Vaart is directeur van het bureau van het Europees Parlement in Den Haag.

Het artikel van Alfred Pijpers is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.

    • S.P. van der Vaart