‘Alleen kom ik dieper’

Lucky Fonz III heeft, vindt hij, als artiest de morele plicht zijn talent te benutten. „Altijd als ik speelde, gebeurde er iets.”

Otto Wichers alias Lucky Fonz III Foto Isabel Nabuurs 16-1-2007, AMSTERDAM LUCKY FONZ III, Otto FOTO ISABEL NABUURS Nabuurs, Isabel

Lucky Fonz III was een van de hoogtepunten van het Noorderslagfestival, afgelopen weekeind in Groningen. De zanger-gitarist, in zijn eentje op het podium, gedraagt zich alsof de zaal zijn huiskamer is, maar zingt alsof hij de goden wil bereiken. Puur, nauwgezet en met gevoel voor muzikale historie zingt hij de liedjes, begeleid door enkele akkoorden op zijn akoestische gitaar. Lucky Fonz fluistert en laat zijn stem breken, met zijn blik op een punt hoog boven de hoofden van het publiek. Maar hoe verheven ook, tussen de nummers door is hij een lefgozer die de zaal vertelt dat zijn ‘MySpace-hit’ Romance „al 15 miljard keer gedownload is”.

Een paar dagen later, in een Amsterdams café, vertelt Otto Wichers alias Lucky Fonz III (1981, Gouda) over de missie die muziek voor hem is. Muziek maken doe je niet „voor de lol”, aldus Wichers, want je hebt de morele plicht je talent te benutten: „Ik heb niks met richtingsloze passie. Er zijn mensen die vooral lol willen hebben. Dat vind ik verspilde energie.”

Het heeft even geduurd voordat Lucky Fonz III, afgelopen december winnaar van de singer/songwritercompetitie van de Grote Prijs, wist op welke manier hij zijn talent zou benutten. In 2004 besloot hij dat dat talent in ieder geval niet zou liggen in zijn studie Engels en de lerarenopleiding, die hij op dat moment volgde. „In de zomer, op Vlieland, had ik een moment van helderheid: ik realiseerde me dat ik met muziek verder moest. Want altijd als ik speelde, gebeurde er iets. Muzikant-zijn leek iets dat buiten mijn universum lag. Maar toen bedacht ik dat ik niet hoefde onder te doen voor de mensen die ik bewonderde. Ik besloot het gewoon te doen. Ik heb de lerarenopleiding opgezegd, heb mijn studie afgemaakt, en ben meteen een plaat gaan maken. Dat werd Lucky Fonz III.”

„Mijn afstudeerscriptie ging over de relatie tussen Bob Dylan en popjournalistiek. Daarin stelde ik vragen over authenticiteit, waar Bob Dylan het ook vaak over had. Kun je als weldoorvoede student uit het goede milieu eigenlijk wel de blues of blue-grassliedjes spelen, die ooit zijn bedacht door arme landarbeiders uit Kentucky? Oftewel: kun je spelen wat je wilt? Dylan zei: natuurlijk, als het vuur er maar is. Toen besefte ik me dat dat ook voor mij geldt.”

Ik heb jaren geëxperimenteerd met andere muziek. Ik ben barpianist geweest, speelde Rotterdamse gabber, hardrock. Ik was huiverig om singer-songwriter te worden, in mijn eentje met een gitaar. Was dat nog wel zinvol? Er waren toch al genoeg singer-songwriters? Maar ineens besefte ik dat je het soms niet voor het uitkiezen hebt. Je staat op het podium, alleen, en weet: dit is wat ik moet doen.”

Wichers speelt nog steeds met andere muzikanten samen: hij maakt elektronische dansmuziek, en speelt piano in een countryband. Maar dat is ‘om te leren.’ „Ik ben het liefst alleen”, zegt hij. „Ik kan niet met anderen praten over muziek. Die ontstaat in afzondering. In het buitenland, liefst. Als ik teksten moet schrijven ga ik naar Antwerpen of naar Barcelona. In mijn eentje in een barretje, dan kom ik dieper. Muziek is voor mij een eenzame bezigheid.” Ook zakelijk regelt Wichers alles alleen. Hij heeft geen platenmaatschappij, manager, of boeker. „Misschien heb ik er later wat hulp bij nodig, anders ben je veertig uur per week aan het regelen. Maar mijn platen wil ik altijd zelf uitbrengen. Daar mag niemand anders zich mee bemoeien.”

Concerten: 2/2 Rozentheater, Amsterdam; 7/2 USVA Theater, Groningen; 11/2 Cultureel Podium Roepaen, Ottersum. Zie ook: www.luckyfonziii.com