Webtechniek maakt tv kijken voor altijd anders

De oprichters van Kazaa en Skype zijn een bedrijf begonnen in Leiden. Daar werken ze aan ‘Joost’, een dienst die tv kijken totaal moet veranderen.

Van muziekzenders tot een kanaal over diepzeevissen: Joost wil het allemaal bieden. Verder kun je chatten met andere kijkers en voor- of achteruitspoelen. Foto’s Joost Televisieprogramma’s zoals ze te zien zullen zijn bij Joost. Van muziekzenders tot een kanaal over diepzeevissen: Joost wil het allemaal bieden. Verder kun je chatten met andere kijkers en voor- of achteruitspoelen. Foto’s Joost Joost de Haas

In een onopvallend kantoorpand bij station Leiden zetelt het meest spraakmakende prille internetbedrijf van het moment. Onder de naam Joost werken 50 technici van over de hele wereld hier aan televisie via internet. Maar dat is niet de reden dat de hele wereld naar Leiden kijkt. Dat komt door de oprichters.

Joost – tot gisteren bekend onder codenaam The Venice Project – is opgericht door Niklas Zennström en Janus Friis. En waar zij opduiken, daar gebeurt wat. Het Scandinavische ondernemersduo richtte eerst Kazaa op, de internetdienst waarmee gebruikers gratis – en illegaal – muziek konden uitwisselen. Daarna bedachten zij Skype, waarmee je gratis kunt bellen via het internet. Dus nu zij zich op internettelevisie storten, wacht iedereen af of deze beroemde draaideurondernemers opnieuw zullen scoren.

Het is vooral het gunstige belastingklimaat dat het bedrijf naar Leiden bracht, want Nederland is „helemaal geen kenniseconomie”, zegt technisch directeur Dirk-Willem van Gulik. Zelf is hij een van de vijf Nederlanders in Leiden. Friis en Zennström kent hij al jaren, ooit werkten ze alle drie bij het Zweedse belbedrijf Tele2. En hoe Hollands de naam Joost op het eerste gezicht ook lijkt, hij wordt uitgesproken als Djoest.

Wat het project precies inhoudt, bleef tot gisteren vaag. In Leiden laat Van Gulik de voorlopige versie zien. Joost moet gewone televisie – zappen, goede beeldkwaliteit – koppelen aan typische internetmogelijkheden. Zo kunnen kijkers berichtjes versturen aan mensen die hetzelfde programma bekijken, zien wat populair is of zoeken naar programma’s die over een bepaald onderwerp gaan. Het voor- of achteruitspoelen tijdens programma’s bleek voor testers een van de belangrijkste trucs.

Tot nu toe heeft Joost rond de 60 zenders. Een Lassiekanaal, een Paris Hilton-kanaal. Dit moeten er snel meer worden. Daarvoor sluit het bedrijf contracten met eigenaren van programma’s. De inkomsten uit de reclame die af en toe opduikt, worden gedeeld tussen de eigenaar van het programma en Joost. De vraag is welke bedrijfstak Zennström en Friis dit keer zullen ontwrichten. Met Kazaa kreeg de muziekindustrie een klap, met Skype waren het de telecombedrijven.

Joost Skype-oprichters strijken neer in Leiden

Joost zal minder effect hebben, verwacht Van Gulik. De media-industrie zal volgens hem zelfs van Joost kunnen profiteren. Hij denkt dat kabelbedrijven een ‘Joost-kanaal’ zullen zien als extraatje in hun zenderpakket, en als manier om meer internetabonnementen te verkopen. En dat zenders Joost zullen gebruiken om hun bereik en bijbehorende reclame-inkomsten te vergroten.

Maar zover is het nog niet. Van Gulik zegt dat Joost pas binnen enkele jaren echt belangrijk kan worden. Want zolang het alleen op de computer te bekijken is, zal het nooit de honderden miljoenen kijkers trekken waarmee het substantiële advertentie-inkomsten kan genereren. Daarvoor moet Joost ook op de gewone televisie te zien zijn. En het kan nog wel drie jaar duren voordat tv’s standaard een internetaansluiting hebben.

Voorlopig houden de 180 medewerkers zich vooral bezig met het regelen van programmarechten en het verbeteren van de technologie. Het eerste is soms „bijna archeologisch werk”, vertelt Van Gulik. Dan zijn rechten tientallen jaren geleden vrijgegeven voor Duitsland, maar gold dat voor West- of ook voor Oost-Duitsland?

De mastertapes van opnames zijn soms nauwelijks te vinden. Joost benadrukt dat de dienst bestand is tegen internetpiraterij. Geen toeval, want Kazaa heeft Friis en Zennström de nodige auteursrechtrechtszaken bezorgd. Pas sinds een jaar kunnen zij zonder de problemen de Verenigde Staten bezoeken, want toen werden pas de laatste zaken afgewikkeld.

Van Gulik staat zelf aan het hoofd van honderd techneuten, van wie de helft in Leiden werkt. De rest zit onder meer in Toulouse, Milaan en Slovenië. Een van de moeilijkste dingen is om de beelden zo klein te maken dat ze makkelijk te distribueren zijn, en toch de beeldkwaliteit goed te houden. Want dat onderscheidt Joost van bijvoorbeeld themakanalen op internet: het beeld is niet blokkerig en staat nooit stil. Voor de distributie gebruikt het bedrijf dezelfde peer-to-peertechnologie die de basis was van Kazaa en Skype. Het mooie daarvan is dat de kwaliteit beter en de gebruikte bandbreedte kleiner worden als meer mensen de dienst gebruiken. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld videosite Youtube. Als veel mensen daar hetzelfde filmpje willen zien, gaat het langzamer en bovendien kost de bandbreedte Youtube veel geld.

Joost concurreert vooral met Google voor de beste ICT’ers, vertelt Van Gulik. „Wereldwijd zijn er ruim duizend die iedereen kent”, zegt hij. En het lukt, want volgens hem telt Joost verschillende medewerkers die ook een baan bij Google konden krijgen.

Zennström en Friis zelf hebben maar beperkt de tijd voor hun nieuwe project. Allebei werken ze nog bij Skype, dat in 2005 werd verkocht aan veilingsite Ebay. Maar Friis wijdt zijn wekelijkse vrije dag aan het nieuwe bedrijf, en dat is zeker te merken, vertelt Van Gulik. Gebruiksvriendelijkheid is zijn belangrijkste stokpaardje. „Als hij daarnaar gekeken heeft, verandert het meteen. Beter zou ik niet altijd zeggen, maar het wordt wel helemaal anders.”