Voorstelronde

Schrijfster Nicolien Mizee geeft een cursus ‘Verhalen schrijven’ aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door haar leerlingen.

Waarom kunnen mensen geen verhalen vertellen? Als we konden zeggen wat we op ons hart hadden, in ons hoofd, borst en buik, hoefden we niet meer te schreeuwen aan de rand van sportvelden, andere landen binnen te vallen en verre reizen te maken. De ijskappen zouden weer opvriezen, er zouden geen vergane plastic zakken in de heggen hangen en mooie gebouwen zouden niet meer afgebroken worden om plaats te maken voor lelijke.

Ik moet dit de wereld uitleggen en begin mijn zegenrijk werk op een regenachtige dinsdagavond in een lokaaltje van de Volksuniversiteit in Haarlem. Op het bord heb ik de ijzeren wet van elk verhaal geschreven: Iemand wil iets, dat gaat mis, en dan gebeurt er iets anders.

Twaalf volwassenen zitten zwijgend onder de tl-buizen. De eerste is een geleerde in de Middelnederlandse letterkunde, de tweede loodgieter, de derde woedend. „Nu moet ik me voor de derde keer deze week voorstellen! Ik zag het al aankomen, en ik heb er een stuk over geschreven! En dat ga ik nu voorlezen!”

Lalira heet ze volgens het naambordje dat voor haar staat. Ze moet vreemde ouders gehad hebben die haar zo’n naam gaven. Daarom is ze nu misschien zo boos.

„Als jij je niet wil voorstellen, gaan we over naar de volgende”, zeg ik vriendelijk. „Benny, begin maar.”

„Maar vinden jullie dat dan ook niet?” schreeuwt Lalira. „Jullie leren mij toch niet kennen op deze manier?”

„Lalira”, begin ik geduldig, maar ze valt me in de rede.

„Laura!” roept ze. „Ik heet Laura!” Met een vilstift zet ze het boogje van de ‘u’ wat beter aan en inderdaad, nu staat het er: Laura. „Wat moet ik volgens jou vertellen? Ik heb niks te vertellen! Ik heb geen man, geen kinderen en geen baan!”

„Maar dat is toch prachtig materiaal?” zeg ik verbaasd. „Daar gaat mijn hele eerste boek over.”

„Dat weet ik. Dat boek staat in mijn toptien”, zegt ze, nog altijd kwaad.

Komt ze dáárom helemaal uit Amsterdam hier naar toe? Ik ben een beetje vertederd.

Laura komt overduidelijk uit een gegoed milieu, en uit haar mooie, boze verhalen spreekt een verlangen naar vuile handen en motorolie, de dingen die je als deftig meisje aanziet voor het echte leven als je nog niet weet waar je het zoeken moet. Maar het maakt niet uit waar ze over schrijft, want het is allemaal even prachtig. Ze is een geboren schrijfster. Meer kan ik er niet over zeggen, want over wat gewoon goed is, valt weinig te uit te leggen.

Er is één ding: Laura schrijft nooit een titel boven haar verhalen. Ik heb er al een paar keer een grapje over gemaakt, maar de vijfde les ga ik er eens echt voor zitten. „Weet je wat dat betekent? Angst voor verantwoordelijkheid. Als je er nou maar geen titel bovenzet, als je nou maar eeuwig blijft schaven en nieuwe versies opsturen, kun je op onze kritiek altijd zeggen dat het nog niet af is. Kind, je schrijft prachtig. Probeer dat nou maar eens gewoon te geloven.” Ik wend met tot de rest van de klas en ga door in algemene zinnen om Laura de kans te geven te herstellen.

Twee lessen hebben haar verhalen een titel, dan verdwijnt hij weer. Maar de laatste les geeft ze me een amaryllis, met een knop zo groot als een vuist. Die is de volgende dag opengebroken in een reuzenbloem.

Ik vraag me af hoe het verder zal gaan met Laura.

    • Nicolien Mizee