Thaise junta verkrampt door Thaksins schim

De nieuwe machthebbers in Thailand proberen uit alle macht de sporen van de verdreven premier Thaksin uit te wissen. Daartoe gebruiken zij steeds autoritairdere middelen.

Waar hij komt, zorgen camera’s en lampen voor een kleine volksoploop, of het nu in Hongkong is, in Peking, op Bali of zoals de laatste dagen in Singapore. Steeds vertelt hij dat hij goede vrienden bezoekt, of een hapje gaat eten. Zoals dit keer in een toprestaurant in hartje Singapore. Hij ziet er ontspannen uit.

Maar ondertussen werkt de afgezette Thaise premier Thaksin Sinawatra met zijn Aziatische stedentripjes de minzame coup-plegers van de koning in Thailand steeds meer op hun zenuwen. Wat op 19 september zo aimabel begon als een van ’s werelds vriendelijkste staatsgrepen ooit, vertoont nu de eerste trekjes van grimmigheid en nervositeit. De huidige premier, oud-generaal Surayud Chulanont, laat de berichtgeving over zijn toeristisch actieve voorganger inmiddels censureren, diens diplomatieke paspoort is ingetrokken en met Singapore stuurt Thailand nu zelfs aan op een regelrecht conflict. De Singaporese minister van Buitenlandse Zaken, George Yeo, is ineens niet meer welkom in Bangkok, want het geeft geen pas om een afgezette premier zonder status zo te ontvangen, aldus de nieuwe machthebbers in Thailand.

De serie bomaanslagen op oudejaarsavond in Bangkok maakte in één klap een einde aan de idyllische fase van de staatsgreep. Drie mensen kwamen om het leven, veertig raakten gewond. De generaals voelden zich uitgedaagd en suggereerden binnen 24 uur dat aanhangers van de populistische ex-premier achter de aanslag zaten. Een spoor van bewijs was er niet en is er nog steeds niet, maar de toon was gezet.

De beschuldigde premier liet dit niet over zijn kant gaan en meldde eerst vanuit Hongkong en nu weer vanuit Singapore dat hij er niets mee te maken heeft, dat hij zijn volk altijd wilde dienen, en hoezeer hij begaan is met het lot van nabestaanden en slachtoffers. Dit soort dingen wordt dus inmiddels door de Thaise televisiezenders gecensureerd.

Het contrast tussen Thaksins succesrijke jaren als economisch hervormer en het geklungel van de generaals begint pijnlijke trekjes te vertonen. De nieuwe machthebbers gelden als loyale en integere dienaren van de alom aanbeden koning Bhumibol, maar ze hebben in enkele maanden voor elkaar gekregen wat onder Thaksin zes jaar lang ondenkbaar was: een onverwacht harde klap voor de Thaise munt en twee fikse dreunen op de aandelenbeurs. Eerst kondigde de minister van Financiën in december een deviezencontrole af, bedoeld om een al te sterke baht te beteugelen. De Thaise munt viel prompt met 15 procent en de beurs ook.

Vorige week meldde de minister van Financiën dat buitenlandse beleggers in sleutelsectoren van de Thaise economie geen meerderheidsbelang meer mochten bezitten. Opnieuw kreeg de beurs een dreun en de volgende dag zwakte dezelfde minister prompt het een en ander af en begon hij sectoren te noemen die er buiten zouden kunnen vallen. Zoals de econoom Suthiphand Chirathivat van een grote universiteit in Bangkok het formuleert: „Eerst haastte de nieuwe regering zich om actie te ondernemen zonder goed te luisteren naar bankiers en investeerders en vervolgens maakte ze een bocht en riep bij beleggers de vraag op of dit kabinet wel geloofwaardig economisch beleid kan voeren.”

Op de achtergrond van deze dadendrang speelt de behoefte om de sporen van Thaksins beleid zo snel mogelijk uit te wissen. Dat beleid was weliswaar populair op het platteland wegens de goedkope gezondheidszorg en effectieve microkredieten, maar het degradeerde de traditionele regentenklasse in Bangkok ook tot toeschouwers in eigen land. Het snelle internationale kapitaal nam de zaak over – geschat wordt dat in Thaksins laatste kabinet alles bij elkaar 10 procent van de hele beurscapitalisatie van Bangkok aan tafel zat.

De coupplegers willen nu terug naar de zogeheten sufficiency-economie, een term die koning Bhumibol na de Thaise financiële crisis in 1997 muntte om een beleid te gaan voeren waarbij de nationale economie immuun wordt tegen economische schokken. Het betekent sterkere controle en het gebruik van de term sufficiency-economie geeft het nieuwe beleid meteen een aureool van onaantastbaarheid. Het was immers het woord van de koning, die in Thailand in de loop van zestig regeringsjaren bovenaards aanzien heeft verworven.

Desalniettemin heeft het coup-kabinet de economie tot nu toe alleen maar schokken toegediend. De kritiek neemt toe, de machthebbers verkrampen en de gefilmde ballingschap van Thaksin krijgt voor hen pesterige trekjes.

Op de achtergrond spelen ook nog wraak en groot geld. De commotie om Thaksin begon een jaar geleden toen hij zijn telecombedrijf aan de Singaporese investeringsmaatschappij Temasek verkocht. Dat is in handen van de Singaporese overheid. De Thaise coupleiders hebben deze transactie, waarmee de familie Thaksin bijna anderhalf miljard euro rijker werd en waarover ze geen baht belasting betaalde, intussen als illegaal aangemerkt.

    • Ben Knapen