Subtiele ‘Soap’ als satire niet venijnig genoeg

A Soap (En soap). Regie: Pernille Fischer Christensen. Met: Trine Dyrholm, David Dencik. In: 5 bioscopen.

Dogma is nog lang niet dood. Steeds weer zijn er regisseurs die zich laten inspireren door de kuisheidsregels die Deens film enfant terrible Lars von Trier, nu alweer ruim tien jaar geleden, opstelde, om de film te zuiveren van special effects, verblindende lichtbatterijen, alle emotionele registers bespelende symfonieorkesten op de soundtrack, kortom alles wat afleidt van het spontane hier en nu, het momentum van het filmmaken.

En steeds weer weten regisseurs te verrassen door de manier waarop ze de regels van Von Trier en de zijnen naar hun eigen hand weten te zetten. De Deense Pernille Fischer Christensen bijvoorbeeld nam het meest artificiële televisiegenre dat zij kende, de soapopera, draaide de premisse een kwartslag, beende het melodrama uit tot haar personages volkomen kaal in hun naakte botten voor haar stonden. Ze haalde er vorig jaar de competitie van het Filmfestival Berlijn mee.

A Soap zou nooit de Bizontest van een echte soap doorstaan. De twee hoofdpersonen zijn miezerig, hun belevenissen nauwelijks identificeerbaar en hun bestaan valt niet te benijden. En toch is er dan nog sprake van zoiets als echte liefde. Voor zover liefde in het echter-dan-echte-leven dat Christensen in haar film nastreeft, ooit echter dan uitvergrote soap-liefde kan zijn natuurlijk. En voor zover de liefde tussen een schoonheidsspecialiste en een transseksuele bijna-vrouw (op één cruciale operatie na) niet zo soap-achtige idioot vergezocht is dat we als toeschouwer toch weer argwanend worden.

Maar Christensen doet net alsof. Ze verdeelt haar film keurig in afleveringen met abrupte eindes, laat ze voorafgaan door in zwart-wit gedraaide samenvattingen waarin een ronkende stem ons de soap-suspense voorspiegelt die de levens van Charlotte (de geweldige Trine Dyrholm, de mooiste serveerster uit Festen) en Ulrik/Veronica (David Dencik) node ontberen. Ze zoeken hem zelfs bij wijze van substituut in het bekijken van, inderdaad, dagelijkse televisiesoaps.

Voor een film die een soap wil zijn is A soap erg subtiel. Te subtiel eigenlijk, want je kunt er meer in interpreteren dan in zien. En voor een film die een anti-soap wil zijn is A soap te weinig venijnig. Over hoe soaps enerzijds ‘taboeonderwerpen’ als transseksualiteit of promiscuïteit voor een groot publiek emanciperen, en ze anderzijds op clichématige wijze monopoliseren.

In ieder geval heeft het leven van Veronica weinig overeenkomsten met dat van bijvoorbeeld het zelfgecreëerde persona van Kelly uit de real live soap Big Brother. En is het leven van de vrijgevochten seksueel zelfstandige Charlotte niet gemodelleerd naar het voorbeeld van Sex and the City. Op zulke momenten is A Soap de beste vlucht die je kunt hebben uit een versoapte wereld.

    • Dana Linssen