Rocky Balboa slaat nog een keer alle woede uit zijn lijf

Rocky Balboa. Regie: Sylvester Stallone. Met: Sylvester Stallone, Burt Young, Geraldine Hughes, Antonio Tarver, Milo Ventimiglia. In: xx bioscopen.

Twee simpele constateringen, één: fysiek is Sylvester Stallone nog helemaal op orde. Als schrijver is hij niet heel veel verder dan dertig jaar geleden toen hij het scenario voor Rocky tikte en daarmee het pad insloeg naar succes.

Met Rocky Balboa sluit de beperkte acteur Stallone een van zijn twee levenslange franchises af. Volgend jaar komt deel IV van de Rambo-reeks uit. Vijf Rocky-films gingen aan dit slotakkoord vooraf. Geen van de vijf had ook maar een schijntje van de frisheid van het eerste deel. En als deel VI voor het eerst weer op enig enthousiasme mag rekenen, dan toch ook doordat de bokser zijn handschoenen eindelijk aan de wilgen hangt.

Rocky Balboa, de Italian Stallion die in 1976 uit de kelders van een slachthuis omhoogkroop naar de top van de bokswereld, is in 2007 een bedaagde man geworden. Stallone speelt hem zoals hij sheriff Freddy Heflin speelde in Cop Land (1997): gelaten, murw.

Zijn geliefde vrouw Adrian is dood en Rocky heeft een restaurant waar hij de verhalen uit zijn glorietijd opdist aan nieuwsgierige klanten. Hij heeft een bescheiden en voorkomend lachje en hij ontfermt zich het liefst over alle zielige wezens die zijn pad kruisen. De tegenstander van dertig jaar geleden komt nu helpen afwassen. Het buurtmeisje van vroeger dat inderdaad een slechte reputatie heeft gekregen. Een luizige hond. We snappen het. Rocky heeft een hart.

Maar er zit nog altijd iets ‘daaronder’, zegt hij tegen een oude vriend. Woede over de dood van Adrian. En hoe uit Rocky zijn woede? Door te slaan. Het komt goed uit dat een tv-zender een format heeft bedacht om boksers van toen en nu de krachten te laten meten. En dat de huidige wereldkampioen zo impopulair is dat niemand zijn wedstrijden nog wil zien. Misschien, denken zijn managers, is een rariteit als een match tussen een zestigjarige en een dertigjarige wel iets voor de tv.

Zo vindt Rocky weer een doel in het leven. Hij geeft zijn zoon een uitbrander – „het gaat er niet om hoe hard je kunt slaan, maar hoe veel je kunt incasseren!” – en hervat de training.

Dit is de opvallendste van alle overeenkomsten tussen deel 1 en deel 6. De trainer zegt wel dat Rocky artritis heeft en slappe knieën, maar daarvan is niks te merken. Met dezelfde muziek, dezelfde kadavers-als-boksbal, dezelfde eier-shake, dezelfde trappen van Philadelphia worden we opgeladen voor de match. Clint Eastwood zou zo’n herhaalde setting aangrijpen voor een deconstructie van zijn jeugdige bravoure. Sylvester Stallone niet. Die herhaalt zichzelf en doet dat met een verbetenheid die de hele onderneming eerder zielig dan aangrijpend of echt opwindend maakt.

    • Bas Blokker