Olie op de golven

Zo snel als de prijs van ruwe olie het afgelopen jaar is gestegen, zo rap keldert hij nu. Vanmorgen noteerde een vat Amerikaanse olie zo’n 51 dollar, en dat geldt ook voor Noordzee-olie. Dat is een heel verschil met de zomer van 2006, toen de koers in juli nog de tachtig dollar aantikte.

De conventionele diagnose voor de prijspiek van destijds was duidelijk: de onberekenbaarheid van de grootste producenten, van Rusland en het Midden-Oosten tot Venezuela en Nigeria, bracht een hardnekkige risicopremie in de olieprijs. En de opkomst van met name het dorstige China zorgde ervoor dat de vraag naar olie het aanbod blijvend zou overstijgen, terwijl onderinvesteringen in nieuwe productie het aanbod voorlopig zouden frustreren.

Vraag en aanbod zijn van oudsher de geijkte manier om de oliemarkt te analyseren. Maar wat in 2006 ook duidelijk werd, is dat er een golf van speculatief kapitaal in de grondstoffenmarkten rondklotst. Niet alleen de prijs van olie werd door beleggers, en veel minder door eindgebruikers, ver opgedreven; ook grondstoffen als koper, aluminium, sinaasappelsap en platina – om er maar een paar te noemen – gingen door het dak. Die luchtballon loopt nu leeg, en dat verklaart ook de adembenemende snelheid waarmee de prijs van olie daalt. Sinds begin dit jaar is er al bijna eenzesde van de koers af.

De producenten wachten af. OPEC, de organisatie van olieproducerende en -exporterende landen die een derde van de wereldproductie voor haar rekening neemt, zal zoals het zich nu laat aanzien voorlopig geen verdere productiebeperkende maatregelen nemen bovenop de anderhalf miljoen vaten per dag die eind vorig jaar al werden afgesproken. Vanuit het perspectief van de organisatie is dat verstandig: als de prijsvorming van olie op dit moment vooral afhangt van speculatieve beleggers, heeft het weinig zin om te manipuleren met het aanbod van olie. Dat zou de geloofwaardigheid van OPEC als prijsbepaler, die toch al is afgenomen, verder ondermijnen. Beter gewacht tot de eigen dynamiek van de wereldoliemarkt is gekalmeerd.

Dat geldt ook voor de grote olieconsumenten in de EU, Noord-Amerika en Oost-Azië. Want het is helemaal niet gezegd dat vijftig dollar of minder een nieuwe evenwichtsprijs is als het snelle kapitaal uit de markt verdwenen is. Voor hetzelfde geld overdrijft de markt dezer dagen eveneens, en veert de prijs op als de gedwongen paniekverkopen van beleggers die nu op het verkeerde been staan, zijn afgewikkeld. De wereldeconomie gaat, met ‘nieuwe’ leden als China en India, hoe dan ook naar een andere verhouding tussen vraag en aanbod. En de geopolitieke onzekerheid neemt natuurlijk niet af omdát de olieprijs daalt.

Het betekent dat olieconsumenten moeten doorgaan met het beleid waartoe een hoge olieprijs hen dwong: het veiligstellen van toevoerlijnen én het verminderen van de consumptie van olie. Want of de prijs de komende tijd nu verder daalt of juist weer opveert, er is altijd één zekerheid: olie wordt schaars, en op een kwade dag is het gewoon op.