‘Markt kan voor rotzooi zorgen’

De zwarte lijst van zorg-instellingen is nog maar het begin.

De zorginspectie blijft doorgaan met controleren „tot wij onze zin krijgen”.

„De tijd van vrijblijvendheid” is voor zorginstellingen voorbij. „Lijstjes, scorekaarten en sterren zullen niet meer weg te denken zijn.” Dat voorspelde inspecteur-generaal Gerrit van der Wal vorige week in zijn nieuwjaarsspeech voor alle medewerkers van de Inspectie voor de Gezondheidszorg.

Hij is ervan overtuigd dat de veiligheid van patiënten binnenkort is uit te drukken in „vermijdbare gezondheidsschade, inclusief vermijdbare doden, uitgedrukt in maat en getal”.

Van der Wal vindt dat ziekenhuizen nog beter de resultaten van hun ingrepen openbaar moeten maken. Huisartsen, apothekers, verpleeg- en verzorgingshuizen moeten ze daarin volgen. „De prestatie-indicatoren voor huisartsen zijn de afgelopen tijd blijven liggen. Dat wil ik nu zeker op gaan pakken.” Hij pleit ook voor een klokkenluidersregeling, die het medewerkers van instellingen makkelijker maakt misstanden te melden.

Ruim drie maanden leidt de voormalig hoogleraar Sociale Geneeskunde Van der Wal de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Honderd dagen waarin hij naar eigen zeggen „meer dan duizend stukken las” en „bijna duizend handen” heeft geschud.

Van der Wal formuleert behoedzaam. Hij relativeert. De inspectie gaat niet harder ingrijpen, maar „meer handhaven”, zegt hij op zijn kantoor op de veertiende verdieping van het ministerie van Volksgezondheid in Den Haag. Tot voor kort gaf de inspectie een waarschuwing als de zorg of de veiligheid van de patiënten te wensen over liet. De inspectie adviseerde dan hoe het beter moest. „En dat was dan dat”, zegt Van der Wal. „Voortaan gaan we ondermaatse zorginstellingen na drie maanden nog eens controleren en daarna weer, tot wij onze zin krijgen en ook echt verbeteringen zien.” Sinds gisteren zet de inspectie ook alle instellingen die slecht presteren met naam en toenaam op haar website.

Het toezicht van de inspectie op de zorg schiet tekort, erkent Van der Wal. De inspecteurs staan volgens hem onder grote werkdruk. „Ze moeten met pijn in het hart werkzaamheden laten liggen.” De inspectie krijgt het druk. Het is ondernemers makkelijker gemaakt een kliniek op te richten. In 2005 kwamen er vijftig bij, het afgelopen jaar honderd – en de inspectie moet van alle nieuwe instellingen controleren of zij aan de kwaliteitseisen voldoen. Van der Wal: „Zij moeten zich melden voor toelating, maar wij weten niet wanneer en óf zij dat doen. Het is een grijs gebied.”

Het zijn bedrijfjes waar patiënten heen gaan voor eenvoudige ingrepen, bijvoorbeeld voor het laseren van ogen. En dan mogen sinds dit jaar ook nog eens schoonmaakbedrijven de huishoudelijke zorg van oude en zieke mensen thuis op zich nemen. Dat zorgt volgens Van der Wal voor „extra risico’s”. „Daar hebben we ons wel zorgen over gemaakt. Het is logisch dat bedrijven bij openbare aanbesteding de laagste prijs bieden. Iedereen wil daarbij ook hoge kwaliteit bieden, maar dat succes is niet gegarandeerd.”

Van der Wal wil „geen paniek zaaien”, maar wil wel opmerken dat huishoudelijke verzorgers een signaleringsfunctie hebben. Als het niet goed met een hulpbehoevende gaat, geven zij dat door. „Daarvan zijn we in de nieuwe wet niet meer zeker.”

Nu de zorg steeds meer wordt overgelaten aan de markt kan dat volgens Van der Wal tot betere zorg leiden. Maar het kan ook leiden „tot de verkoop van een hoop rotzooi”, zoals bij sommige ooglaserklinieken. „Als verouderde apparatuur niet vernieuwd wordt, kan dat een voorbeeld zijn van slechte marktwerking.”

Oud-huisarts Van der Wal is er de man niet naar om te zeggen dat hij het heel anders gaat doen dan zijn voorganger Herre Kingma. Hij noemt wat hij van zijn voorganger overneemt, de prestatie-indicatoren. „Wij gaan dat doorzetten en ons daarnaast richten ook op de patiëntveiligheid.”

„Ik vind dat specialisten functioneringsgesprekken moeten gaan voeren. Daarmee kunnen we veel problemen in ziekenhuizen voorkomen. Nu komt hun functioneren nergens ter sprake. Dat is geen goede zaak.”

De inspecteur-generaal concludeert: „Ons toezicht zal meer gericht zijn op de uitkomst. Minder doorligwonden, een grotere patiëntveiligheid. Iets anders accepteren wij niet.”

Bekijk de zwarte lijst op: www.igz.nl/toezicht

    • Antoinette Reerink Esther Rosenberg