In het kielzog van Michiel de Ruyter

De staatssecretaris vindt de benoeming van Jeanette Morang belangrijk voor de emancipatie van het leger.

Zij vindt zelf dat het past in haar loopbaanontwikkeling.

Jeanette Morang: „Meer training bij marine in het signaleren van ongewenst gedrag.” Foto Merlin Daleman KLTZ J. Morang, HM de Ruyter. Vlissingen, 15-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Op de commandotoren hangt Jeanette Morang over de reling en streelt de grijze metalen romp van Hr. Ms. De Ruyter. „Strak en hoekig.” De nieuwe commandant van het fregat praat staccato. „Stealth-techniek.” Door de speciale bouw heeft de vijandelijke radar minder ‘grip’ op het schip en wordt de De Ruyter – lengte 144 meter, breedte 17 meter, diepgang 7 meter – een stipje ter grootte van een vissersbootje.

Kapitein-luitenant-ter-zee Jeanette Morang voert sinds vrijdag het commando van het luchtverdedigings- en commandofregat Hr. Ms. De Ruyter. In de marinehistorie is zij de eerste vrouwelijke commandant van een fregat.

„Het krijgen van een commando is heel bijzonder”, zei Morang vrijdag bij de commando-overdracht. „Het feit dat ik vrouw ben niet zozeer. Ik vind het een grote eer, maar besef ook dat dit ligt in de reguliere carrièrelijn als zeeofficier.” De overdracht was een besloten bijeenkomst. „Het gaat direct om teambuilding”, zegt ze een paar dagen later. „Je krijgt geen tweede kans voor een eerste indruk. Belangrijk dat je je goed neerzet.”

Volgens staatssecretaris Cees van der Knaap (Defensie, CDA) is er weer een belangrijke stap gezet in de emancipatie van de vrouw in het leger. Twee jaar geleden bevorderde hij Leanne van den Hoek tot eerste vrouwelijke generaal, nu heeft de staatssecretaris – verantwoordelijk voor het personeelsbeleid – de eerste vrouwelijke commandant van een fregat benoemd.

De 41-jarige Morang behoort tot de eerste lichting vrouwelijke marineofficieren die in 1986 de opleiding aan het Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) succesvol afrondde. Daarna volgde een reeks varende en walfuncties bij de marine. Als kind wilde ze al gaan varen, zo vertelt ze in haar ruime hut op de De Ruyter – een van de weinige vertrekken op het fregat met ramen. „Een oom die bij de koopvaardij zat vertelde prachtige verhalen. Dat leek mij wel wat.”

De container- en tankervaart was een minder lonkend perspectief en hij adviseerde de marine. Morang: „Ik ben naar een open dag van de marine geweest. En van het een kwam het ander en ik ging in 1983 naar het KIM.” Nu leidt ze rond op het fregat dat in een dok ligt bij de bouwer de Koninklijke Schelde in Vlissingen. Groot onderhoud, en het schip wordt voorzien van een nieuw communicatie en informatiesysteem. Binnen is er geen verschil met een dealingroom van een bank: overal beeldschermen en computers.

„Op het moment dat de trossen los gaan, begint het leven”, zegt Morang. „Dan heb je je eigen wereld. Het leven op zee is uniek.” Een commissie onder leiding van commissaris van de koningin in Utrecht, Boele Staal, onderzocht vorig jaar het ‘unieke’ leven op zee. Pesten en ongewenst seksueel gedrag komen bij de krijgsmacht vaker voor dan bij civiele organisaties, constateerde de commissie-Staal. En pesten en ongewenst seksueel gedrag komt bij zeevarenden anderhalf keer meer voor dan bij de rest van de krijgsmacht.

Morang: „De commissie-Staal geeft er ook direct de verklaring bij omdat we nogal dicht op elkaar zitten op zee. Niet geheel onlogisch dus.” Zelf heeft Morang nooit te maken gehad met ongewenst seksueel gedrag. „Misschien ben ik wel heel erg lelijk”, lacht ze. Ze herneemt zich snel. „Het had mij ook kunnen overkomen. Ik ben blij met de aanbevelingen van de commissie dat we meer getraind moeten worden in het signaleren van ongewenst gedrag.”

Morang vindt niet dat ze een genetische bepaalde voorbeeldfunctie vervult binnen de krijgsmacht. „Een commandant heeft altijd een voorbeeldfunctie. Deze benoeming past bij mijn loopbaanontwikkeling.”

Is het moeilijk voor een vrouw om zich staande te houden in een typische mannenwereld als de marine? Morang haalt de schouders op. „Absoluut niet, gewoon goed je werk doen.”