‘Ik wil experimenteren, die prikkels heb ik nodig’

Niels Kerstholt bereidde zich afgelopen week in Heerenveen voor op de EK shorttrack van komend weekeinde. „De KNSB is op de goede weg, maar ik ben een paar stapjes verder.”

Niels Kerstholt. Foto KNSB KNSB

Heerenveen als het Calgary van Europa, dat ziet Niels Kerstholt wel voor zich. Voor de 23-jarige shorttracker, die wegens het niveauverschil met andere Nederlanders dit seizoen uit de nationale selectie stapte, is de Canadese Olympic Oval het beste voorbeeld van een kweekvijver voor topshorttrackers. „Zoiets zouden we in Nederland moeten hebben, maar de bondscoach gaf aan geen buitenlanders beter te willen maken. Het is eerder andersom.”

Kerstholt is ’s lands meest ervaren rot in het hardrijden rond een ovaal van 111,12 meter op een ijshockeybaan. In de jaren tachtig was Nederland een succesvol shorttrackland, met het wereldkampioenschap voor Peter van de Velde en vier mondiale titels voor een Nederlands aflossingsteam. Maar sinds de demonstratiesport van de Winterspelen van 1988 in 1992 een door Aziaten gedomineerde olympische discipline werd, wil het niet vlotten met de Nederlandse shorttrackers. Het bleef in de jaren negentig bij zilveren medailles op EK’s.

Bij de Spelen in Turijn kwamen vorig jaar drie Nederlanders in actie zonder aanspraak te maken op eremetaal. Daarna koos Cees Juffermans voor een seizoen als marathonschaatser en onderging Liesbeth Mau-Asam een herniaoperatie. Zo was Niels Kerstholt de enige met internationale ervaring in de verjongde trainingsgroep die onder de nieuwe Canadese bondscoach John Monroe trainde in ijshal Thialf, door de schaatsbond KNSB aangewezen als nationaal trainingscentrum voor de shorttrackers.

Vlak na het begin van het seizoen stapte Kerstholt over naar de internationale trainingsgroep van Jeroen Otter, eerder bondscoach van de Amerikaanse nationale selectie. Otter is formeel trainer van de Belgische shorttrackers, maar overtuigde zijn werkgever van het belang van een trainingsgroep met talenten uit ‘kleine’ landen, die het nationaal niveau ontstegen zijn. Zo is Thialf nu ook de vaste trainingslocatie van drie Belgen, twee Letten, een Oostenrijkse, een Zwitser en een Nederlander.

Kerstholt bouwde gedurende het zomerreces ongeduld op, vertelt hij na afloop van een training in Heerenveen, ter voorbereiding op de EK in Sheffield van aanstaand weekeinde. „De KNSB heeft weken volgehouden dat ze iets gingen regelen zodat ik ’s zomers op ijs kon trainen, ondanks dat Thialf dicht was. Eind juni heb ik gezegd: nu is het genoeg. Toen heb ik Jeroen gevraagd of ik mocht meetrainen en ben ik meegegaan naar kleinere Europese ijsbanen.”

Kerstholt wil „niet te hard oordelen” over de KNSB die onder topsportmanager Arie Koops en technisch directeur Hans Gootjes een nieuw begin maakt met shorttrack. „We zijn op de goede weg, maar het aanstellen van een buitenlandse bondscoach betekent niet meteen prestaties van buitenlands niveau. Bij Jeroen had ik plotseling iets goeds. Het was aan de bond te laten zien wat zij konden bieden en dat bleek niet genoeg. Als senior kan ik honderdtwintig trainingsrondjes aan, junioren doen er veertig. Ik ben blij met de veranderingen, maar ik ben gewoon al een paar stapjes verder.”

Met het predicaat van nationaal trainingscentrum is in Thialf zelf niks veranderd, stelt Kerstholt. „Het is meer dat alle randfaciliteiten, zoals fysiotherapie, nu op één plek zijn. De keuze voor Heerenveen is logisch. Daar is het ijs beter dan in Zoetermeer en in Den Haag.”

Twee trainingsgroepen in Thialf, dat moet te combineren zijn, vond Kerstholt al voor zijn overstap. „Jeroen heeft wel twintig keer voorgesteld samen te trainen, maar de KNSB wil daar nog niet aan. We zouden de buitenlandse concurrentie sterker maken. Geloof me, het is eerder andersom. De Nederlandse rijders willen het echt wel, hoor. Maar dat is inmiddels mijn probleem niet meer.”

In de selectie van Otter had Kerstholt het in het begin loodzwaar. „Soms lukte het me echt niet meer op mijn techniek te letten. Je traint op het randje, maar wel elke dag om iets te leren: afzetten, uitstrekken, dieper zitten. Ik ben in korte tijd erg vooruit gegaan.” Kerstholt, die vorig jaar, net als bij de WK, op de EK overall dertiende werd, heeft in Sheffield een finale op de 1.000 (vier plaatsen) of 1.500 meter (zes plaatsen) als doel.

Het ideaalbeeld van Kerstholt is Thialf ingericht naar de ijshal in Calgary. „IJs speciaal voor shorttrackers, dus zonder andere gebruikers, zonder vuil en wat zachter dan langebaanijs, voor goede druk in de bochten. In Calgary liggen naast de shorttrackbaan een langebaan, een atletiekbaan en fietsen op een rollerbank. Zo krijg je uitwisseling van kennis tussen topsporters uit verschillende landen en disciplines. Haal die paar goede Fransen en Duitsers maar hierheen. Dan maak je Heerenveen voor tien jaar de shorttrackplaats van Europa en kun je het over een paar jaar wél alleen.”

Een talentvolle shorttracker heeft met goede training twee jaar nodig om mee te draaien in de wereldbekercyclus, weet Kerstholt. Maar voor toptienklasseringen is meer nodig volgens de hbo-student commerciële economie die bij gebrek aan een A-status van sportkoepel NOC*NSF een eigen sponsorplan samenstelde. „Ik wil deze zomer naar Amerika om aan mijn techniek te sleutelen bij specialist Wilma Boomstra. Ik wil experimenteren met mijn schoenen en ijzers. En ik heb yoga gedaan en wil nu graag salsadansen. Dat soort prikkels heb ik nodig. Shorttrack draait puur om coördinatie. Je moet kunnen jongleren en een balletje hooghouden terwijl je op een eenwieler rijdt.”