IJzervreters niet uitgespeeld na Fidel

Wat gebeurt er met Cuba na de dood van Fidel Castro? Vaak luidt de dood van een dictator het einde in van een tijdperk. Maar met hulp van Venezuela of met eigen oliegeld, hoeft dit niet, schrijft Nina L. Khrushcheva.

De dodenwake voor Fidel Castro is iets wat alleen Gabriel García Márquez goed zou kunnen beschrijven. Zijn roman De herfst van de patriarch schetst volmaakt de morele misère, politieke verlamming en meedogenloze lusteloosheid waarvan een maatschappij doordrenkt is die wacht op de dood van een oude dictator.

Het is natuurlijk alleen nog maar een biologische kwestie wanneer commandante Fidel afstand van de macht zal doen. De paar foto’s die van hem naar buiten zijn gekomen sinds hij vorig jaar ziek werd, tonen duidelijk de biologie aan het werk. Als het einde eenmaal daar is, zou de verandering in Cuba wel eens even reusachtig kunnen zijn als bij het einde van de grote dictators uit de vorige eeuw.

Stalin, Franco, Tito, Mao: ze waren vrijwel gelijk in hun middelen en methoden. Maar hoe ze van het toneel verdwenen was vaak heel verschillend, en die verschillen kunnen nog jaren of tientallen jaren de vorm van een maatschappij bepalen.

Neem de Sovjet-Unie. Op 9 maart 1953 stond van de Finse Golf tot de Beringzee alles stil; zo ook in Warschau, Boedapest, Praag, en Oost-Berlijn. In Peking maakte Mao Zedong hoogstpersoonlijk een diepe buiging voor een onmetelijke afbeelding van Jozef Stalin. Overal in het uitgestrekte rijk waarover Stalin had geheerst waren reusachtige rouwende menigten te zien, huilend, bijna hysterisch.

Toch werd binnen enkele dagen het woord stalinisme uit het nieuwe sovjet-woordenboek geschrapt, en drie jaar later hield mijn grootvader Nikita Chroesjtsjov zijn beroemde ‘geheime toespraak’ tot het twintigste congres van de communistische partij, waarin hij de ‘persoonlijkheidscultus’ van Stalin hekelde. De dooi die onder Chroesjtsjov volgde was misschien van korte duur, maar voor het eerst in de sovjetgeschiedenis werd de mogelijkheid tot verandering geopend – een mogelijkheid die door Michaïl Gorbatsjov in 1985 werd aangegrepen.

De dood van maarschalk Josip Broz Tito bracht een ander soort stroomversnelling voort. Zijn persoonlijke bewind had Joegoslavië decennialang een eenheid opgelegd. Na zijn dood in 1980 raakte deze kunstmatige toestand in verval, wat culmineerde in de oorlogen van de jaren negentig in Bosnië, Kroatië en Kosovo.

Niet alle dictaturen eindigen op den duur overigens in desintegratie en tumult. De dood van Mao bood Deng Xiaoping de mogelijkheid tot eerherstel en terugkeer uit binnenlandse ballingschap. Deng maakte korte metten met de opvolgers van Mao’s ‘Bende van Vier’ en binnen enkele jaren ging de economie van China open en kwam een kapitalistische revolutie op gang die China veel vollediger veranderde dan Mao’s socialistische revolutie ooit had gedaan. De communistische partij is natuurlijk nog aan de macht en het portret van Mao torent nog boven het Plein van de Hemelse Vrede. Maar beide zijn niet meer dan overblijfselen van ideeën die in werkelijkheid al naar de vuilnisbak van de geschiedenis zijn verwezen.

Ook Spanje ontsnapte aan gewelddadige ontbinding, toen de fascistische dictatuur van generalísimo Franco na zijn dood ineenstortte. Hier komt ook de oude dictator enige eer toe, want met de herinvoering van de monarchie onder koning Juan Carlos bood Franco Spanje vlak voor zijn dood een basis om op voort te bouwen. Franco kon niet vermoeden dat Juan Carlos, met de hulp van Adolfo Suárez, een jonge bureaucraat uit de Francotijd, het democratische Spanje van nu zou bouwen.

Het is geen toeval dat communistische landen meestal werden geleid door bejaarden, en democratieën door jongere mannen en vrouwen. Dit verschil is van belang. Oude leiders kunnen met succes de scepter zwaaien over landen waarin geen radicale herziening van beleid vereist is. Natuurlijk zijn er op deze regel uitzonderingen zoals Churchill, Adenauer, Deng en Reagan. Maar jongere leiders zullen eerder opgewassen zijn tegen moeilijke tijden.

De politieke concurrentie dwingt alle politici om op hun tenen te blijven lopen, zich voor te bereiden op nieuwe problemen en open te blijven staan voor nieuwe ideeën. Niemand kan zomaar op een hoge post blijven zitten totdat hij overlijdt of zich gaat vervelen. Eenpartijstelsels, charismatische dictaturen of een mengvorm van die twee, zoals in Tito’s Joegoslavië, zijn een waarborg voor verkalkte geesten en daadloze regeringen.

Wat zal er dus van Cuba worden na het vertrek van Fidel? Veel waarnemers noemen Raúl Castro, Fidels jongere broer en beoogd opvolger, een pragmaticus – de ‘praktische Castro’. Toen begin jaren negentig een einde kwam aan de sovjetsubsidies aan Cuba, was Raúl degene die erkende dat economische hervormingen noodzakelijk waren en die aandrong op een particuliere landbouwmarkt om een mogelijke hongersnood te voorkomen.

Maar dit is wel dezelfde man die als hoofd van Cuba’s binnenlandse veiligheidsapparaat jarenlang de ijzeren vuist van het bewind heeft vertegenwoordigd en die verantwoordelijk was voor de gevangenneming – en dikwijls marteling – van duizenden dissidenten. De beste hoop is dus misschien een liberaliseringsexperiment in Russische stijl dat alweer snel door de nerveuze oude garde van het bewind zal worden afgeblazen.

Bovendien zou met de steun van olierijke bondgenoten als president Chávez van Venezuela – en door de recente ontdekking van oliereserves voor Cuba’s eigen kust – de invoering van hervormingen wel eens minder dringend kunnen worden. In dat geval zal Raúl misschien proberen vast te houden aan het versteende systeem dat hij in stand heeft gehouden.

Maar Raúl Castro is zelf een oude man, dus mogen we hopen dat uit de wrakstukken van het ‘fidelisme’ uiteindelijk een Deng, of beter nog een Suárez komt bovendrijven. Maar voorlopig blijven de gezagsdragers, zoals minister van Buitenlandse Zaken Felipe Pérez Roque, ideologische ijzervreters die door veel Cubanen als ‘los Taliban’ worden aangeduid. Als zij de macht grijpen zou Cuba wel eens een lange biologieles te wachten staan.

Nina Khrushcheva is hoogleraar internationale betrekkingen aan de New School University in New York. © Project Syndicate