‘Eigen bestuur nodig voor Randstad’

De Randstad moet een eigen bestuur krijgen dat in de plaats komt van vier provincies en de grootstedelijke regio’s. Zonder een grootschalige bestuurlijke reorganisatie en een nieuwe bestuurscultuur komen de internationale economische positie en de leefbaarheid van de Randstad in gevaar.

Dat concludeert de Adviescommissie Versterking Randstad onder leiding van oud-premier Wim Kok. Het nieuw op te richten Randstadbestuur moet ook de macht krijgen om besluiten door te drukken. Maar zonder een bestuurscultuur van „politieke durf, bestuurlijk leiderschap, een adequaat besef van urgentie en internationale oriëntatie” zal een bestuurlijke reorganisatie geen zin hebben.

De commissie, die vandaag haar rapport presenteerde, is niet de eerste groep bestuurders of adviseurs die heeft gepleit voor een slagvaardiger bestuur in de Randstad, zoals ze zelf ook zegt. Toch voegt de commissie-Kok twee dingen toe: de gewichtige samenstelling van de groep (naast de oud-premier bezet met mensen als Schipholbaas Cerfontaine en oud-Unilever topman Tabaksblat) en het tijdstip waarop het rapport openbaar is gemaakt – middenin de formatieonderhandelingen voor een nieuw kabinet.

In de Randstad woont ruim 40 procent van de Nederlandse bevolking. Hoewel de grote steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere) redelijk op zichzelf staan, en de economische positie ten opzichte van andere Europese steden de laatste jaren weer verbeterd is, delen ze toch voldoende problemen om een gezamenlijk bestuur nodig te maken. Nu zijn er volgens de commissie vooral „omvangrijke maar veelal ineffectieve samenwerkingsvormen en oneindige overleggen en afstemmingsprocedures tussen de besturen”. Als al die overleggen al tot een besluit leiden, wordt het niet uitgevoerd.

Om de economische kracht van de Randstad in stand te houden, moet de overheid vooral goede „ruimtelijke condities” creëren in een overvolle omgeving. Een verslechterende bereikbaarheid, zowel over de weg als via het openbaar vervoer, de druk op natuur en cultuur, onvoldoende aantrekkelijke huisvesting, een te lage arbeidsparticipatie en een inflexibele arbeidsmarkt, laten volgens de commissie zien dat dat niet lukt. Dat de problemen al lang bekend staan, maar oplossingen zo traag tot stand komen is volgens de commissie „hoogst zorgelijk”.