De Waterlinie kan weer nuttig worden

De Nieuwe Hollandse Waterlinie is in 1963 in onbruik geraakt. Toen is het verval begonnen. De linie kan nieuwe structuur geven aan de Randstad.

Fort Vechten, pal naast de A12. ’s Winters verblijven er hoofdzakelijk vleermuizen. Er zijn plannen voor een groter informatiecentrum. Foto NRC Handelsblad, Rien Zilvold utrecht 10-01-2007 fort vechten foto rien zilvold Zilvold, Rien

Sommige forten lekken. Andere zijn overwoekerd en nauwelijks meer herkenbaar. Een enkel fort wordt zelfs doorkruist door een snelweg. En de schootsvelden, de polders die konden vollopen met water om West-Nederland te beschermen tegen de vijand, worden volgebouwd met woonwijken en bedrijventerreinen.

Vanaf 1963, toen de Nieuwe Hollandse Waterlinie niet langer werd beschermd als defensiewerk, bekommerde vrijwel niemand zich meer om deze 85 kilometer lange verdedigingslinie van Muiden tot Gorinchem. „Veertig jaar koehandelplanologie”, zoals de projectleider van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, Arnold van Vuuren het noemt, heeft het verdedigingswerk versnipperd.

De Waterlinie loopt door vijf provincies, drie waterschappen en vijfentwintig verschillende gemeenten, elk met andere wensen en belangen. Toch heeft de Nieuwe Hollandse Waterlinie in opdracht van het Rijk met al die partijen een plan ontwikkeld om van de linie weer een geheel te maken. Als monument en als economisch bindmiddel. Van Vuuren: „De Randstad moet zich verder ontwikkelen om te concurreren met andere gebieden in Europa. De Waterlinie biedt daar een prachtige structuur voor. Ze ligt er toch al en tekent het landschap aan de oostkant van de Randstad.”

Van Vuuren wil meer dan alleen restauratie van de forten en andere verdedigingswerken die langs de hele linie verscholen liggen in het landschap. De Waterlinie moet weer nut krijgen. De 550 miljoen euro die nodig is voor de plannen, moet zich op lange termijn ruimschoots terugbetalen.

Neem Fort Vechten, vlak onder Utrecht, waar nu een voorlopig informatiecentrum zit. Het ligt pal naast de A12, wat Van Vuuren betreft een ideale plek om bussen vol Chinezen kennis te laten maken met dit culturele erfgoed. Er zou een groter informatiecentrum annex congrescentrum moeten komen. Een ander voorbeeld is Fort Steurgat, dat flink is verbouwd om er appartementen in te maken. „Sommige mensen gruwen daarvan”, zegt Van Vuuren. „Je moet zoiets niet overal doen, maar ik zou het best op nog drie of vier plekken willen.”

In de winter is het rustig op Fort Vechten. De voornaamste bezoekers zijn overwinterende vleermuizen. In de zomer komen er duizenden mensen, voor theaterstukken en feesten, maar ook om het verhaal van het verdedigingswerk te horen. In het informatiecentrum staat een grote plattegrond die duidelijk maakt hoe de Hollandse Waterlinie moest werken. Tussen 1815 en 1940 bouwde Nederland aan het defensieproject dat qua omvang en inventiviteit kan wedijveren met de Deltawerken. Een gebied van 50.000 hectare kon onder water worden gezet als de vijand naderde. Te diep om met materieel doorheen te waden, te ondiep om te bevaren. Tegen modern oorlogstuig is het echter niet opgewassen. Het verdedigingswerk is nooit gebruikt.

„Het heeft een uniek landschap opgeleverd”, zegt Van Vuuren, wijzend op de plattegrond. „In het westen liggen de steden en in het oosten het open schootsveld. Op sommige plekken is dat inmiddels al niet meer terug te zien. In Oost-Utrecht zijn enkele forten helemaal opgenomen in de stad. Zonde. En als we niet opletten gebeurt het op meer plekken.”

Zoals bij het Eiland van Schalkwijk, bij Houten. Hier ligt Fort Honswijk. Vanaf de dijk is aan de overkant van de Lek Fort Everdingen net te zien. Het zijn de enige twee forten die nog in bezit zijn van Defensie. Honswijk ziet er verwaarloosd uit. Een weg die door een aarden wal beschermd werd tegen vijandelijk vuur en het water verbindt het fort nog altijd met het volgende verdedigingswerk. Verder: weilanden, schapen en een enkele boerderij. Maar dat kan binnenkort voorbij zijn, want er zijn plannen voor vijftienduizend woningen.

„Hier zijn we misschien nog op tijd”, zegt Van Vuuren. „De economische impuls van duizenden woningen is natuurlijk groter dan wat wij kunnen bieden. Maar de gemeente Houten omarmt, zoals heel veel gemeenten, het waterlinieproject. Hier kan een recreatiegebied komen waarin de forten toegankelijk worden en waar zich bijvoorbeeld horeca vestigt. Daarnaast kun je ook wel huizen bouwen, maar dan een paar honderd, niet een paar duizend.”

Het Eiland van Schalkwijk is een voorbeeld van de spanning tussen planologie op korte en lange termijn die overal langs de verdedigingslinie speelt. Vooral kleinere gemeenten kiezen snel voor huizen en bedrijventerreinen. Dat levert snel rendement op. Toch ziet Van Vuuren het goed komen met de Waterlinie. „Veel overheden en investeerders zijn enthousiast over de plannen, maar dan moet ook iedereen zich daaraan houden. De Waterlinie is een typisch Nederlands project, het water gebruiken ter verdediging van het land. Die geschiedenis mag niet verloren gaan en we kunnen die juist tot nut maken, en er uiteindelijk geld mee verdienen. Het kan eenheid geven aan dit deel van de Randstad.”

Wie vanaf Honswijk terugrijdt naar het westen, ziet in bosschages en weides af en toe weer een fort opduiken of een kazemat, een betonnen bunker. Nu nog verwaarloosd, maar over enkele jaren misschien een congrescentrum, of theehuis, of nog steeds een vreemde, mysterieuze plek.