De burn-out en de powerhitter

Wat sneu voor Michaëlla Krajicek dat ze niet eens de eerste ronde van de Australian Open heeft gehaald.

Zou ze het eigenlijk wel kunnen, tennissen?

Dat lijkt een ongepaste vraag, maar het zal niet de eerste keer zijn dat we een kind zien optreden dat, ofschoon niet voor Williams of Sjarapova in de wieg gelegd, toch elke dag met een zweep de baan op is gestuurd door eerzuchtige ouders die van grote sponsorcontracten droomden. En of zo’n schaap nou smeekte of ze een keer buiten met een vriendinnetje gewoon touwtje mocht springen – „Bálletje slaan!”, commandeerde vader onvermurwbaar.

Michaëlla (‘Misa’ voor intimi) heeft bovendien een intussen niet meer tennissende halfbroer van wie ik altijd heb gedacht dat hij liever rondvaartbootkapitein was geworden, met zo’n mooi zeemansuniform. Hij had net als het kleine zusje vaak iets drenzerigs, veel kwaaltjes en pijntjes, en was lange tijd wel een grote belofte, maar de inlossing kwam niet.

Onafgebroken bleef hij evenwel het klappen van de zweep horen, en waarachtig: in 1996 won hij Wimbledon, werd daarna alleenheerser van het Nederlandse toptennis en trouwde met het voormalige topmodel Daphne Deckers. Van tijd tot tijd zie je die twee samen op televisie, en dan is het net alsof je naar de maquette van een gelukkig huwelijk kijkt.

Het kan met Michaëlla dus nog goed aflopen, al werd ik heel somber van een door het bureau EPA gemaakte foto die gisteren over vijf kolommen in de Volkskrant stond afgedrukt. Ondoorgrondelijk mengsel van wanhoop en dodelijke vermoeidheid op het tennisgezichtje dat boven een sportief paars tennisjurkje uitstak. Haar rechterhand omklemde lusteloos een racket.

„Doe maar niet alsof je slaat”, lijkt de fotograaf haar te hebben toegeroepen, maar dat zal ze ook geen seconde van plan zijn geweest. Ze houdt het racket alleen maar een beetje op, en de aanstormende bal zal ervan afglijden als een dood vogeltje van een schuin dak.

Hoe kon ze in Melbourne verliezen van de nummer 159 van de ranking, „die ze vorig jaar in de Fed Cup nog alle hoeken van de baan had laten zien”?

Dat laatste citeer ik uit het artikel dat onder de troosteloze foto stond. Bitter, maar ook verontschuldigend zinnetje. Ze kón het allemaal wel, onze nationale „powerhitter” (woord uit datzelfde stuk), maar „ze werd door haar service in de steek gelaten en liet tevens 41 afzwaaiers noteren”.

Ik houd van het proza dat als een sportjournalist op me afkomt.

Door haar service in de steek gelaten!

De beschouwing onder die foto was trouwens van het begin tot het eind vervuld van menswetenschappelijke relativeringen, psychoanalitische verklaringen („ze stuitte bij haar 18de verjaardag mentaal op een barrière: moest ze zich meisje of vrouw voelen?”) en haptonomische diagnosen.

„Steeds nadrukkelijker”, begreep ik, „gaat Krajicek gebukt onder de verwachtingen, nu zij alleen het Nederlandse tennis moet dragen”.

Waar komen die verwachtingen vandaan?

Niet van mij, kan ik u verzekeren. Ik hoor soms bij toeval dat ze ergens moet tennissen, hoop er dan altijd trouwhartig het beste van, en vergeet meestal op Teletekst te kijken hoe het is afgelopen.

Maar al die journalisten die een oranje das omdoen als ze moet, en die tegen beter weten in op radio, televisie en in de krant blijven voorspellen dat ze powerhittergewijs een hele goeie kans maakt? Dat moet de druk op zo’n net vrouw geworden jong meisje toch tot aan de rand van een burn-out brengen?

Zo kom ik tot mijn welgemeend advies aan het zusje van Richard: eis van de sportpers een schadevergoeding omdat ze het onmogelijke van je eist, laat de zaak dienen in Heerlen, en alleen al vanwege die treurige foto zal de rechter je belonen.

Jan Blokker

    • Jan Blokker