Contactadvertenties voor eenzame drummers

De ijsbeer mag dan lijden onder het smelten van zijn territorium, ook onder muzikanten is er sprake van een bedreigde diersoort: de drummer. Naarmate de popmuziek meer gebruik maakt van de zegeningen van de moderne elektronica, is vooral de drummer in het nauw geraakt.

Dat begon in de jaren tachtig al toen de elektronische beat opkwam, maar de laatste tien jaar is er pas echt een versnelling aan de gang. Loops, een opgenomen drumritme van vier maten dat eindeloos kan worden herhaald, regeren vooral de hiphop-familie. Triphop, of chemical, je noemt het maar en er zijn tonnen loops voorradig, waarvan de snelheid zonder afwijking in de toonhoogte kan worden aangepast. Ze worden gestretched, gesliced of gechopt voor elk gewenst resultaat.

Maar ook de mainstream-pop kan in de studio al lang zonder drummer. Met goed geprogrammeerde samples van snare, hihat, base, toms en bekkens komt een producer al een heel eind. Zeker nu gelaagde samples het geluid realistischer maken dan ooit. Een zachte tik op de snare laat het snaargeluid horen, de hardste klap neemt de rand van de trommel mee. Bij programma’s als de BFD (wat zou staan voor Big Fuckin’ Drumkit) kan elke thuisamateur de virtuele opnamemicrofoons positioneren en zelfs het doorlekken van het geluid naar andere microfoons afregelen. Op het podium staat steeds vaker een dj in plaats van een drummer. Fijn, snel resultaat en het klinkt meteen geweldig professioneel.

Dat is wel zo handig, maar waar blijft de drummer zelf nog? Hij was altijd al een gevoelige ziel, en het best te vergelijken met de keeper van een voetbalelftal: een loner, eenzaam in hun eigen doel, in de wetenschap dat iedereen in het team fouten mag maken behalve hij. Eén misgreep en het hele elftal staat achter. Eén misslag en de hele band staat op het verkeerde been.

Een bevriende drummer bekende onlangs dat als hij nu jong geweest was, hij liever dj of scratcher geworden was. En inderdaad: hoe verder de drummer in het verdomhoekje komt, hoe minder tieners zich tot het slagwerk aangetrokken lijken te voelen. Dat zou kunnen leiden tot een economisch fenomeen dat de naam draagt van de dieren waarvan van oudsher de trommelvellen worden gemaakt: de varkenscyclus.

Wie de contactadvertenties voor muzikanten als leidraad neemt moet constateren dat er een nijpende schaarste aan drummers is ontstaan. Een klein onderzoek op de website ‘muzikanten-in-jouw-stad’ is instructief. Voor elk type popmuzikant kan daar worden nagegaan hoeveel er op zoek zijn naar een band of naar medemuzikanten, of hoeveel er juist worden gevraagd of door medemuzikanten.

De verhouding bij gitaristen blijkt het gunstigst. Ook saxofonisten en zangers of zangeressen zijn er in overvloed. Drummers en bassisten zijn daarentegen relatief veelgevraagd, waarbij mag worden aangetekend dat er gitaristen te over zijn om de rol bassist dan maar op zich te nemen. Bij drummers kan dat niet zo eenvoudig.

De ‘prijs’ van een drummer is dus aan de stijgende hand, en een goede slagwerker heeft de bands tegenwoordig voor het uitkiezen. Keert de wal, de varkenscyclus eendachtig, het schip? De Amerikaanse muziekbranchevereniging NAMM constateert dat het met de verkoop van muziekinstrumenten, en zeker ook van drumstellen, de laatste jaren weer erg goed gaat. Een belangrijke oorzaak wordt gezocht bij babyboomers in de nadagen van hun werkzame leven, die hun oude muzikantenhobby weer oppikken. Misschien dat zo de instroom van drummers weer op gang kan komen en de schaarste daalt. Dat zou tekenend zijn voor de economie vandaag: ouderen die met tromgeroffel de krapte op de arbeidsmarkt komen verhelpen.

Maarten Schinkel

woensdag@nrc.nl

    • Maarten Schinkel