Bestuurder van Swissair zwijgt in megaproces

De grootste rechtszaak uit de Zwitserse geschiedenis is gisteren in Bülach, bij Zürich, met een valse start begonnen. In het proces tegen 19 voormalige bestuurders, commissarissen en bankiers van de Zwitserse luchtvaartmaatschappij Swissair, die in 2001 aan mismanagement ten onder ging, weigerde de eerste verdachte vragen van de rechter te beantwoorden. Het voormalige bestuurslid van het moederbedrijf van Swissair wordt nu wegens ‘onoprechtheid’ vervolgd.

Personeelsleden die hun baan kwijtraakten en aandeelhouders die hun spaargeld verloren, roepen al jaren om genoegdoening. Maar de kans dat de beschuldigden hoge straffen krijgen is klein. Het proces is vooral symbolisch. De boekhouding van Swissair was zo complex en chaotisch dat curatoren nog steeds geen overzicht hebben van alles wat er misging. Maar omdat de feiten binnenkort verjaren, formuleerde het Openbaar Ministerie aanklachten op basis van wat er wél is uitgeplozen.

Het faillissement van Swissair, zeventig jaar hét symbool van Zwitserse degelijkheid, is een nationaal trauma. Dat de ‘vliegende bank’ net als andere maatschappijen eind jaren negentig nieuwe strategieën moest bedenken om de toenemende concurrentie het hoofd te bieden, begrijpt iedereen. Maar waarom die andere fusies aangingen en Swissair juist grote aandelen nam in verliesgevende maatschappijen als Sabena, is velen een raadsel. In 2000 had Swissair mede door die expansiedrift een schuld van zo’n 3 miljard euro.

Het management verborg dat, commissarissen grepen niet in. Pas in 2001 werd de Swissair-top vervangen. Banken weigerden het nieuwe management in de zomer van dat jaar een krediet te geven, omdat het onvoldoende openheid van zaken gaf en een herstructureringsplan van de banken afwees. De aanslagen van 11 september waren de genadeklap. Op 2 oktober werden alle toestellen aan de grond gezet.

    • Caroline de Gruyter