Bak met plezier!

‘Dr. Oetker dood.’

Ik wist niet eens dat hij ooit geleefd had. Het leek me een lang geleden verzonnen merknaam, afkomstig van handige reclamemensen onder het motto: geef het product een menselijk gezicht.

Maar hij bestond wel degelijk, Rudolf-August Oetker, de Duitse ‘puddingkoning’, hij is zelfs negentig geworden als hoofd van een bedrijf waarvoor hij vanaf 1941 werkte (misschien ook wel in 1942, 1943, 1944 en 1945, want de pudding must go on).

Er ging een korte siddering door mijn huis toen het nieuws via teletekst bekend werd. Ik had een moment tevoren nog naar Wilders bij Andries Knevel zitten kijken – twee eigentijdse puddingkoningen, maar minder smakelijk dan Dr. Oetker. Wilders wil vooral meer Nederlandse pudding, en Knevel geeft die boodschap graag een kans in de puddingfabriek die de publieke omroep steeds meer aan het worden is.

Plotseling riep mijn vrouw: „Dr. Oetker dood!”

Ze liep naar de keuken en kwam terug met een beduimeld, vergeeld boekje met de titel Bak met plezier! Het was een receptenboek, voor de prijs van twee gulden uitgegeven door de mij volstrekt onbekende uitgeverij ‘Inhama N.V. – Amsterdam’. Er stond geen jaartal in, maar gezien de toon van de teksten en de zwart-witfoto’s vermoedde ik de jaren vijftig.

„Het is uit de erfenis van mijn moeder”, zei mijn vrouw, „en je mag het gebruiken voor een stukje als je mij daarin niet meer ‘mijn vrouw’ noemt, maar ‘mijn geliefde’. Dat doen andere columnisten ook en het klinkt veel romantischer.”

„Over mijn lijk”, zei ik. „Wil je aandacht voor je moeder of niet?”

Dat was geregeld. In chantage ben ik nooit slecht geweest.

Ik bladerde aandachtig door Bak met plezier! en er ging al snel een wereld voor mij open: inderdaad, die van de jaren vijftig, die van ‘onze ouders’. Dit waren hún lekkernijen: bijensteek, Magdalenakoekjes, kattetongen (‘bereid met eiwit’), janhagel, friezinnetjes, galataart, Zwitserse rol, sneeuwballen, reerug (met amandelen).

In zijn ‘ten geleide bij de achtste druk’ schrijft Dr. Oetker: „Zo trots als iedere huisvrouw is, als zij uit haar oven, toverklok of wonderpan het prachtig gerezen, goed gelukte gebak haalt – zo trots is Dr. Oetker bij het ter perse gaan van de achtste druk van zijn populaire receptenboek. En terecht, want de totale oplage van deze culinaire wegwijzer naar Luilekkerland is hiermee tot ver boven de 450.000 ex. gestegen. Een oplage, die in Nederland practisch door geen enkel boek – hoe interessant of fascinerend ook – werd bereikt.”

Een onvervalste ijdeltuit, die Dr. Oetker, maar hij had óók een warm kloppend hart voor de Nederlandse huisvrouw, zoals uit het vervolg moge blijken: „Dr. Oetker draagt dit boek op aan alle Nederlandse huisvrouwen en speciaal aan haar, die door het regelmatige zélfbakken zo’n grote bijdrage leveren tot de huiselijke gezelligheid waarom Nederland over de hele wereld zo beroemd is.”

Nadat ik dit galmend had gereciteerd, bleef het even eerbiedig stil in onze huiskamer. Hier werd met één zin een heel tijdperk gekarakteriseerd. Wij zagen onze moeders nijver in de weer achter hun kolenfornuis, bakkend, bradend en bedillend. Wie stak daar zijn hoofd om de hoek van de deur? Pa! „Vrouw, wat ruikt het hier weer lekker”, zei hij.

Ik keek mijn vrouw aan en zei: „Geliefde, hartelijk dank voor dit boekje.”

    • Frits Abrahams