Zoeken naar hooiberg in plaats van speld

Nederland wil graag ‘meedoen’ met intensievere uitwisseling van politiegegevens binnen Europa. Van minister Hirsch Ballin mag het.

Foto Peter Hilz Nederland, Den Haag, 28 september 2006 Ernst Hirsch Ballin minister van Justitie CDA / Hij vervangt de op 21 september 2006 afgetreden Piet-Hein Donner als minister van Justitie. ( rechts ) en links: Pieter Winsemius VVD minister van VROM, Hij vervangt de op 21 september 2006 afgetreden Sybilla Dekker als minister van VROM. Algemene Politieke Beschouwingen 2006 Tweede dag van de beschouwingen van de van het derde kabinet Balkenende. foto: Peter Hilz Hilz, Peter

Zondag en maandag waren in Dresden de Europese ministers van Justitie bijeen. Ze spraken onder meer over uitwisseling van politiegegevens. Duitsland en Oostenrijk claimen dat ze in enkele maanden tijd opmerkelijke opsporingssuccessen hebben geboekt, sinds de politieorganisaties in beide landen DNA-profielen uitwisselen. Van de 1.500 door Duitsland aangeleverde politiedossiers bleek het in 700 gevallen te gaan om personen met criminele antecedenten in Oostenrijk. Dat leverde nieuwe informatie op over onopgeloste moordzaken, gewelds- en zedendelicten en overvallen. Nederland wil ook zo snel mogelijk in Europees verband databestanden van DNA-profielen, vingerafdrukken en kentekenregistraties uitwisselen.

Nederland hoorde in 2005, samen met de andere Beneluxlanden en Duitsland, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk tot de ondertekenaars van het verdrag van Prüm, dat de basis vormt voor dergelijke uitwisseling. De landen willen niet wachten tot dat verdrag omgezet wordt in Europese regelgeving. Ze willen ermee aan de slag zodra daar op nationaal niveau parlementaire goedkeuring aan is gegeven. Wat minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) betreft, kan die samenwerking al dit jaar operationeel zijn.

Verwacht U vervolgens dezelfde opsporingssuccessen als Duitsland en Oostenrijk nu melden?

„Ik wil niet te snel over successen praten. Op het moment dat je een DNA-spoor in Nederland kunt combineren met dat in een ander land heb je nog geen opgelost misdrijf. Maar er is een reële kans dat uitwisseling van die bestanden echt werkt. Recente schokkende zaken in Nederland hadden een grensoverschrijdend karakter. Het is dus zeer waarschijnlijk dat gegevensuitwisseling ook in Nederland tot resultaten zal leiden. De manier waarop het gebeurt, is ook vernuftig. Je kunt niet zomaar bij buurlanden om DNA- of vingerafdrukgegevens vragen. Het zijn databestanden die zijn afgeschermd voor wat betreft het delict en om wie het gaat. Maar het wordt straks wel mogelijk om snel een selectie te maken. Daarin schuilt de grote doorbraak. Nu zijn we bij rechercheonderzoek in complexe, grensoverschrijdende zaken vaak afhankelijk van toevallige indrukken waar mogelijk vingerafdrukken te vinden zijn. Of een DNA-spoor, dat mogelijk wijst op dezelfde verdachte. Dat zoeken naar de speld in de hooiberg is straks voorbij, want de hooibergen worden met elkaar vergeleken.”

Haalt Nederland met dergelijke samenwerking geen opsporingstechnieken in huis die in andere landen gangbaar zijn, maar hier niet?

„Nee, die angst is niet nodig. Na de uitwisseling gelden dezelfde regels en waarborgen als nu voor een eerlijk strafproces. Ook over privacybescherming zijn zeer solide afspraken gemaakt. Op het moment dat we deze politiesamenwerking integreren in Europese regelgeving, moet bij alle lidstaten ook het niveau van de gegevensbescherming gegarandeerd zijn, hetzelfde geldt voor Europese regelgeving op het gebied van privacybescherming. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer is trouwens op twee manieren uit te leggen. Het gaat ook om bescherming tegen misdrijven die mensen in de persoonlijke levenssfeer raken.”

De eerste twee Schengen-verdragen over politiesamenwerking en grenscontroles waren het resultaat van moeizame onderhandelingen. Dit derde verdrag gaat verder, maar leidt nauwelijks tot politieke controverse. Wat is er gebeurd?

„Schengen was in de jaren negentig erg wennen, zeker voor degenen die ver van de grens woonden. In Enschede en Maastricht bijvoorbeeld begreep men de noodzaak wel. Maar in andere delen van het land was de weerstand groter. Nu is het vanzelfsprekender dat er, wanneer je geen belemmeringen aan de grenzen meer hebt in het verkeer van goede en kwade goederen, ook op politiegebied moet worden samengewerkt. Ook de publieke opinie is veranderd. Burgers zien nu dat zaken vaak over de grenzen heen spelen. Als je ziet hoe met uitwisseling van DNA-gegevens in Duitsland en Oostenrijk tientallen onopgeloste zaken in ieder geval een spoor erbij hebben gekregen, dan past dit ook bij wat burgers van Europa verwachten. Er wordt veel gesproken over Euroscepsis, maar mensen verwachten op zijn minst dat Europa er niet slechter op wordt als het om criminaliteitsbestrijding gaat.”

Wat is de volgende stap in de Europese politiesamenwerking?

„Als het aan mij ligt die van de gezamenlijke onderzoeksteams, de joint investigation teams. Er zijn vormen van geraffineerde criminaliteit die gepleegd wordt in verschillende landen. Daar kun je in de bestrijding alleen successen boeken met gemeenschappelijke teams uit de landen van herkomst. Het optreden van dergelijke teams is al mogelijk op basis van EU-regelgeving, maar die worden in de praktijk nog maar nauwelijks toegepast. Daar verwacht ik verdere ontwikkeling in.”

    • Jos Verlaan