Voor je het weet, raak je bezeten van een geest

Sinds er een overleden bewoner gefotografeerd werd, is het spookhuis van Sas van Gent beroemd.

Een rondleiding ter plaatse, door ghosthunter Joost Knop.

Het spookhuis aan de Poeldijk in Sas van Gent. Foto Merlin Daleman Spookhuis, the Ghosthunter. Sas van Gent, 11-01-07 © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

Door Laura van Baars

De omwonenden kunnen hem wel schieten, Joost ‘The Ghosthunter’ Knop. Sinds hij in 1997 in een ruïne van een landhuis in Sas van Gent een foto nam van de geest van de laatste bewoner, is het er een drukte van belang. De foto is kwijtgeraakt, maar de mythe is nog altijd springlevend.

Zwarte en witte heksen, satanisten, exorcisten, spokenjagers en rebelse jongeren houden in het landhuis séances, stoken er vuurtjes, spuiten er tekens op de muur, doden er kraaien en planten er bomen in de hal. Knop: „Het spookhuis in Sas is nu misschien wel het beroemdste ter wereld.”

Het moet volgens Knop (58) wel jaloezie zijn, dat mensen schamper doen over paranormale gaven. Hij begrijpt het ook niet, „want ieder mens is paranormaal. Op sommige plekken voel je je niet voor niets onveilig of ongemakkelijk. Dat is allemaal spiritualiteit.”

Sinds Knop, vroeger professioneel fotograaf, in de ruïne de geest van de directeur van een Zeeuwse glasfabriek fotografeerde(voor het raam gezeten en met een baret op zijn hoofd), ziet hij spoken. Hij fotografeerde en filmde spookverschijnselen, die zich meestal manifesteren in orbs, ofwel cirkelvormige lichtbronnen. Zijn beelden circuleerden in de kring van spirituele mediums en hij kreeg de bijnaam The Ghosthunter. „Die naam betreur ik wel eens. Hij klinkt me iets te sensationeel.”

Knop geeft normaliter geen rondleidingen door het huis. Belangstellenden kunnen het zelf bezoeken, al is het volgens Knop onverstandig om een avondje geesten te gaan oproepen zonder te weten hoe je je tegen negatieve krachten kunt weren. „Voor je het weet, raak je bezeten.” En dan moet Knop er ook weer aan te pas komen, want behalve spokenjager is hij ook exorcist, hij drijft geesten uit. Spoken jagen doet Knop als hobby, van exorcisme zou hij zijn beroep willen maken. „Maar vooralsnog kan ik van dat werk niet leven.”

Het is een gure avond, na een dag van grote stormen en regenbuien. In de auto van The Ghosthunter rijden we op een landweg in Zeeuws-Vlaanderen, op de grens met België. Langs de weg staan hoge populieren, en tussen de stammen door ontwaren we in de duisternis de contouren het landhuis. The Ghosthunter stopt zijn auto op de stille weg, voor het huis. Precies op die plek zijn twee populieren door de bliksem getroffen en omgewaaid.

Door het drassige grasveld rond het huis lopen we erop af. „Ik noem mezelf een condensator”, zegt The Ghosthunter. „Dat wil zeggen dat overal waar ik kom, zich geesten verzamelen. Ik trek ze aan. Daarom is de kans dat je geesten ziet met mij erbij ook groter.”

Vanavond lijkt de wind de geesten te hebben verdreven. Als we via het bordes het huis betreden, blijkt het gespook daar wel mee te vallen. Het griezeligst zijn nog de tekens van zwarte heksen aan de wanden. Op de vloer liggen de resten van waxinelichtjes. Behalve in de hal, zijn overal in het huis de vloeren vergaan. Het dak en de plafonds van de begane grond en eerste verdieping zijn verdwenen. Orbs of mistverschijningen doen zich echter niet voor. Ietwat teleurgesteld maken we een rondje om het huis, tot The Ghosthunter ons wijst op de populieren achter in de tuin, tot bijna in de top begroeid met klimop. Hij zag er activiteit in het struikgewas.

Terwijl de overige populieren recht van lijf en leden zijn, lijkt dit groepje jarenlang tegen grote rukwinden opgebokst te hebben. Als kromme klauwen komen ze uit de grond. Langzaam komen we dichterbij. Achter het struikgewas, onder de bomen, brandt een lamp.

Een buitenlamp van de buurman, blijkt. En of het nu de divergentie van dat licht was of dat er echte orbs oplichtten uit de bosjes, ik zal het nooit weten. Maar alsof kerstboomlichtjes kort aan- en uitknipperden, zo manifesteerden deze ‘spookverschijnselen’ zich. Een koude rilling trok door mijn armen. Misschien zag ik spoken. Maar daarvoor kwam ik.

    • Laura van Baars