Vluchten kan niet meer – in Europa

Europese politiediensten wisselen met succes DNA-gegevens uit van verdachten.

Nederland gaat meedoen.

Politie in actie in een vermissingszaak vorige week nabij Würzburg in Zuid-Duitsland. Uitwisseling van gegevens met korpsen van andere landen kan helpen misdaden sneller op te lossen. Foto Reuters Police search an area near the Bavarian village of Karbach near Wuerzburg January 9, 2007, for thirteen-year-old student Natalia who has been missing since Monday when she left her home on the way to school. REUTERS/Alex Grimm (GERMANY) REUTERS

Duitse en Oostenrijkse opsporingsdiensten hebben in korte tijd opmerkelijke opsporingssuccessen geboekt door onderlinge uitwisseling van DNA-profielen. Beide landen stellen sinds december vorig jaar DNA-profielen beschikbaar. Dat leverde nieuwe informatie op over moordzaken, gewelds- en zedendelicten en overval- en afpersingszaken. Achter de DNA-profielen van 1.500 Duitse dossiers bleken zevenhonderd gevallen van personen te zitten die in Oostenrijk criminele antecedenten hadden.

De Duits/Oostenrijkse samenwerking bij politieonderzoek is het gevolg van het in 2005 gesloten Verdrag van Prüm. De Beneluxlanden, Duitsland, Frankrijk, Spanje en Oostenrijk besloten toen om databestanden van DNA-profielen, vingerafdrukken en kentekenregistraties over en weer beschikbaar te stellen. De parlementen van Duitsland en Oostenrijk hebben dat verdrag inmiddels geratificeerd en in werking gesteld.

In Dresden, waar de Europese ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken deze week spreken over het verdrag van Prüm, werd gisteren het voorbeeld genoemd van een moordzaak uit 2003 waarbij in de buurt van Thüringen een persoon met geweld om het leven was gekomen. In het onderzoek slaagde de politie er indertijd in om een DNA-profiel vast te stellen via een in de buurt van de moord gevonden sigaret. Maar de identiteit achter dat profiel bleek niet te achterhalen. Totdat recent vergelijking met geregistreerde DNA-profielen wel succes had. Daar kwam het profiel voor in een opsporingsonderzoek van een persoon die in Oostenrijk betrokken was geweest bij grootschalige creditcardfraude. Met die informatie kon het onderzoek hernieuwd worden.

Nederland zal, zodra de Eerste en Tweede Kamer dat verdrag hebben geratificeerd, ook dergelijke databestanden aan de verdragspartners beschikbaar stellen. Volgens minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) is dat „een concrete stap voorwaarts op een terrein dat burgers aan het hart gaat”, zo zei hij gisteren in Dresden. Duitsland wil als EU-voorzitter dat verdrag van Prüm in Europese regelgeving vastleggen. Gisteren gingen de meeste lidstaten, inclusief Nederland, ermee akkoord dat Duitsland volgende maand met een uitgewerkt voorstel komt. Ierland, Groot-Brittannië, Polen en Tsjechië hadden bezwaren. Maar Italië, Finland, Portugal en Slovenië hebben zich bij de verdragspartners van Prüm aangesloten.

Volgens Hirsch Ballin hoeft Nederland niet te wachten tot dat verdrag in Europese regelgeving is omgezet. „Prüm is begonnen met zeven lidstaten. Daar zijn er inmiddels vier bijgekomen. Het is verstandig om door te gaan met de elf lidstaten die eraan toe zijn. Wachten op Europese regelgeving levert vertragingsrisico’s op omdat besluitvorming daarover unanimiteit vereist.” Nederland kan meedoen zodra het verdrag door Tweede en Eerste Kamer is bekrachtigd.

De Nederlandse politie zal overigens nog de nodige technische aanpassingen moeten aanbrengen voordat dergelijke opsporingsbestanden geautomatiseerd beschikbaar zijn voor andere landen. Het Korps Landelijke Politiediensten kan met zijn databestanden inmiddels geautomatiseerd communiceren met, bijvoorbeeld, Europol. Maar dat geldt niet voor de meeste andere politiekorpsen of de Koninklijke Marechaussee. Dat zal naar verwachting pas begin volgend jaar het geval zijn.

Prüm voorziet niet in onbeperkte inzage in elkaars opsporingsbestanden. Nationale en Europese regelgeving op het gebied van privacyrecht staan onbeperkte uitwisseling van persoonsgegevens niet toe. De uitwisseling vindt plaats wanneer de vragende partij de reguliere procedure van rechtshulpverzoeken volgt. Het verdrag van Prüm verplicht de aangesloten landen ook om voorwaarden voor privacybescherming op te nemen en een schadevergoedingsregeling voor personen waarover ten onrechte informatie beschikbaar is gesteld.