Vader Maasmeisje blijft ontkennen

De verdachte van de moord op het Maasmeisje Gessica, haar 46-jarige vader, ontkent de moord op zijn dochter in juni 2006 te hebben gepleegd. Verder zwijgt hij tegen politie en justitie op aanraden van zijn advocaat. De rechtbank in Rotterdam besliste vandaag in een pro forma-zitting dat hij langer moet blijven vastzitten.

Raadsman Casper Jongsma heeft zijn cliënt, António G., geadviseerd te zwijgen omdat het Openbaar Ministerie hem niet het volledige dossier heeft doen toekomen. Een goede verdediging is volgens hem niet mogelijk zonder alle stukken, zoals bijvoorbeeld het sectierapport. Ook wilde hij graag de verslagen van msn-gesprekken van Gessica met leeftijdgenoten omdat ze zich daarin mogelijk uitlaat over een al dan niet beroerde levenssituatie.

Volgens Jongsma blijkt uit niets in zijn dossier dat G. zijn dochter om het leven heeft gebracht. Het dossier vindt hij veel te summier. „Ik tast redelijk in het donker”, zei hij. De rechtbank besliste vanmorgen dat Jongsma de ontbrekende stukken in het belang van het onderzoek niet krijgt.

Delen van het lichaam van het twaalfjarige Rotterdamse meisje werden afgelopen zomer op drie verschillende locaties in de Maas bij Rotterdam gevonden. Vervolgens toonden politie en justitie een reconstructie van het gezicht van het meisje. Daar kwamen binnen 24 uur ruim tachtig tips over binnen, onder meer van basisschool Het Pluspunt in Rotterdam waarop Gessica tot aan haar verdwijning in juni zat.

De psychiater die de verdachte in de gevangenis onderzocht, adviseerde een onderzoek in het Pieter Baan Centrum waar hij kan worden onderzocht op geestelijke stoornissen. Volgens zijn advocaat is de man in orde. „Hij is een normale man.”

Gessica had volgens Jongsma gedragsproblemen, ze was onder meer hyperactief. Maar om te veronderstellen dat dat met haar dood te maken zou hebben, ging hem veel te ver.