Terecht vertrek BP-topman Browne

Lord Browne zal BP terecht vroegtijdig verlaten. Hoewel hij lang werd gezien als de beste zakenman van Groot-Brittannië, wegens het omvormen van een voormalig staatsmonopolie tot een mondiale oliegigant, werd Browne aangeschoten wild nadat hij een reeks geschillen met president-commissaris Peter Sutherland had verloren. Zijn erfenis werd ook bezoedeld door een serie ongelukken.

Browne’s dagen waren geteld toen de raad van commissarissen zijn pensionering niet wilde uitstellen. Hij probeerde vervolgens tevergeefs de benoemingsprocedure voor zijn opvolger naar zijn hand te zetten. Toen dat mislukt was, werd Browne geconfronteerd met een scenario waarin hij tot onmacht was veroordeeld. De laatste klap werd uitgedeeld toen Tony Hayward – nu benoemd als zijn opvolger – net vóór de Kerstdagen op het intranet van BP een nauwelijks verhulde aanval lanceerde op de managementstijl van zijn baas.

Browne mag dan niet zo doeltreffend zijn geweest op het gebied van de bestuurskamerpolitiek als de strijdlustige Sutherland, dat had misschien niet zoveel uitgemaakt als BP niet gelijktijdig een reeks ongelukken had beleefd: de ontploffing bij een raffinaderij in Texas City, de roestvorming op de pijpleiding in Alaska en vermeende misstanden in de propaanhandel.

Deze ongelukken zorgden niet alleen voor slechte publiciteit, zij riepen ook vragen op over de vraag of BP wel goed werd bestuurd en, in het bijzonder, of Amoco en Arco, Browne’s twee grote aankopen, op de juiste wijze waren geïntegreerd. De koers van BP begon ondermaats te presteren.

Hayward neemt het roer over op een moeilijk moment. Hij moet beleggers weer het vertrouwen zien te geven dat de door Browne geschapen reus doelmatig kan worden bestuurd. Hij moet dat tevens doen tegen een achtergrond van dalende olieprijzen. Het goede nieuws is dat, nu Browne over zes maanden vertrekt, er geen twijfel meer bestaat over wie de baas is bij BP.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com.Vertaling Menno Grootveld

    • Hugo Dixon
    • Simon Nixon