Sterk milieubeleid is juist goed voor de economie

Een milieubeleid dat Nederland zelfvertrouwen geeft, goed is voor de economie en ons beschermt tegen het water, kost slechts 1 miljard per jaar, betoogt Pier Vellinga.

Een milieubeleid dat ons weer zelfvertrouwen geeft en Nederland internationaal een plaats geeft – daar hebben we behoefte aan. Geen staatssecretaris, hoe goed ook, maar een minister is hiervoor nodig.

Hoe kunnen we Nederland gezonder en mooier maken en tegelijkertijd onze economie- en exportpositie versterken? Waar zijn we internationaal gezien goed in? Dat zijn de vragen voor het nieuwe kabinet.

Het innovatiebeleid volledig richten op duurzaamheid en de kwaliteit van leven is een eerste goede stap, met langetermijneffecten in economie en werkgelegenheid. Oplossingen voor milieuproblemen zijn de motoren van werkgelegenheid in de toekomst.

Twee milieuvraagstukken steken met kop en schouders uit boven vuile lucht, bodem en water. Wel is daar behoefte aan vereenvoudiging van wetten. Het bodembeleid en de omgang met baggerspecie zijn voorbeelden. Eén nieuwe omgevingsvergunning werkt beter dan de vele sectorale vergunningen die nu nodig zijn.

Verandering van klimaat en verlies van biodiversiteit door aantasting van milieu landschap zijn de grote vraagstukken. Zonder aanpassingen worden de volgende generaties met ingrijpende gevolgen geconfronteerd. Kunnen deze vraagstukken zo worden aangepakt dat ook de huidige generaties willen investeren?

Ja, dat kan als het kabinet leiderschap toont en bereid is te investeren. Zo kan het opraken van de Nederlandse gasvoorraad en de afhankelijkheid van het buitenland worden opgevangen met maatregelen die de uitstoot van CO2 fors verminderen. Opslag van CO2 in oude gas- en olievelden is hierbij een optie. Grote bezwaren hoeven er niet aan te kleven, de C van CO2 komt immers uit die velden. De technische risico’s zijn echter nog aanzienlijk. De overheid zal daarom private partijen over de streep moeten trekken.

De werkgelegenheid in Rotterdam en in onze nationale energievallei (Groningen en Drenthe) kan worden bevorderd door te investeren in biomassa als energiebron. Biomassa moet hierbij breed worden opgevat, inclusief landbouw- en ander afval.

Met ondergrondse opslag van CO2, gebruik van biomassa en verhoging van energie efficiëntie kan op korte termijn de meeste CO2 uitstoot worden voorkomen. Er zijn meer methoden, maar deze drie werken snel en Nederland is er bewezen goed in. Zo kan onze economie baat hebben bij een streng internationaal CO2 -beleid. Dat geldt niet voor investeringen in kernenergie, nog afgezien van de risico’s daarvan.

In internationaal verband is het gewenst de uitstoot van alle broeikasgassen tezamen in 2020 te reduceren met 30 procent ten opzichte van 1990. Vooruitlopend op de post-Kyoto onderhandelingen kan het nieuwe kabinet alvast inzetten op min 20 procent. Het gaat hierbij om 100 miljoen euro per jaar extra voor de internationale ketenontwikkeling van biomassa; 100 miljoen per jaar voor de opslag van CO2; 100 miljoen voor maatregelen voor energie-efficiëntie en 100 miljoen voor thema’s als mobiliteit. De plannen van bestaande platforms waarin bedrijfsleven, wetenschap en overheid samenwerken verdienen eveneens 100 miljoen per jaar. Een transitiefonds naar voorbeeld van de Engelse Carbontrust kan hiertoe worden opgezet om een veelvoud van private investeringen los te maken.

Daarnaast is het gewenst snelgroeiende landen als India en China te stimuleren op het gebied van CO2-reductie met 100 miljoen per jaar. Wachten en klagen over het gedrag van deze snel ontwikkelende landen is in ieder geval onvoldoende.

Tegelijkertijd moet Nederland leren omgaan met een stijging van de zeespiegel. Willen de zeedijken binnen tien jaar voldoen aan de Deltanorm, dan is 300 miljoen euro per jaar extra nodig. Dit geld kan worden opgebracht door de waterschappen. Dit vraagt aanpassing van de wet. Besteding van deze middelen kan worden gericht op een combinatie van natuurversterking en vergroting van de veiligheid tegen overstroming. Voor deze klimaatbuffers zou het nieuwe kabinet zo’n 100 miljoen euro per jaar extra moeten inzetten. Ook in de steden zijn investeringen nodig om de leefbaarheid te vergroten en gezondheid te borgen in tijden van hete zomers. Hiertoe zou het nieuwe kabinet de gemeenten kunnen helpen met een speciale voorziening van 50 miljoen euro per jaar. Internationaal moet Nederland armere landen helpen weerbaar te worden tegen klimaatverandering. Een bedrag van 100 miljoen euro per jaar voor water en natuur in lijn met het Kyoto-verdrag is hier op z’n plaats.

Ondanks deze investeringen blijft de vraag hoe Nederland op langere termijn moet omgaan met stijging van de zeespiegel. Een nieuwe Deltacommissie moet hiertoe worden ingesteld, met deskundigheid op het gebied van water, natuur, ruimtelijke ordening en investeringen. Deze commissie krijgt twee jaar de tijd om een langetermijnplan te maken.

Natuur en landschap verloederen waar je bij staat. Maatregelen zijn hard nodig om verdere wildgroei van bedrijvenparken en stadsuitbreidingen te voorkomen. Het is beter de kwaliteit van bestaande bebouwde gebieden te verbeteren dan alsmaar landschap en ruimte op te offeren. Bestaande bedrijventerreinen bieden nog steeds veel ruimte. Provincies moeten beter worden uitgerust, maar ook het Rijk moet instrumenten ontwikkelen. Voorkomen moet worden dat de wedloop tussen provincies en gemeenten in het aanbieden van goedkope nieuwe grond leidt tot een resultaat waarbij Nederland als totaal steeds onaantrekkelijker wordt voor mens, plant en dier. Het nieuwe kabinet moet hiertoe grenzen stellen. Een nationale pot van 100 miljoen euro per jaar voor het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen kan hierbij helpen.

Samenvattend, het kabinet moet prioriteit geven aan de aanpak van klimaatverandering en natuur en landschap. Naast aanpassing van wet- en regelgeving is een investering nodig van ongeveer 1 miljard euro per jaar in 2011. Een nieuwe Deltacommissie moet worden ingesteld.

Prof.dr.ir. Pier Vellinga, hoogleraar Hydrologie en Geomilieuwetenschappen aan de VU, is voorzitter van de stichting Natuur en Milieu.