Schaatsreclame in de zon van Zuid-Tirol

Schaatsen in de buitenlucht. Soms is het een drama, soms een feest, zoals bij het afgelopen EK.

Rob Schoof

Schaatsfans in T-shirt smeerden zonnebrand op armen en benen. IJsmachines draaiden overuren om het water in bevroren toestand te houden.

Het Europees kampioenschap in het Italiaanse boerenbergdorp Collalbo was een drie dagen durend reclameblok voor schaatsen in de open lucht – en dat in een tijdperk waarin overal ter wereld miljoenen worden geïnvesteerd in overdekte ijshallen. Zelfs op een legendarische baan als die van het Zuid-Duitse Inzell bestaan plannen voor een overkapping. In het verleden had Inzell, net als Davos (Zwitserland) en de Medeo-baan in het toenmalige Alma Ata (Kazachstan), dezelfde magische klank voor topschaatsers als Salt Lake City en Calgary nu.

Maar het weer moet meezitten. Het kunstijs van de Arena Ritten in Collalbo, op 1.200 meter hoogte tegen het spectaculaire decor van de Dolomieten in Zuid-Tirol, produceerde in het weekeinde ondanks hoge temperaturen razendsnelle tijden. Bijna alle wereldrecords op buitenijs sneuvelden. Het Italiaanse ijs was zelfs zo goed dat dweilen nauwelijks nodig was.

Een Nederlander genoot het meest van de schilderachtige omgeving: Sven Kramer, die niet snel wordt geassocieerd met de heroïek van het buitenschaatsen. Hij leerde zijn vak op klapschaatsen in sporthallen, maar in de frisse buitenlucht van Collalbo reed hij het toernooi van zijn leven. Een „magnifiek toernooi’’, vond hij.

Maar ondanks het perfecte scenario in Collalbo zal hij zich niet snel opwerpen als ambassadeur van het buitenschaatsen. Voor nostalgie is geen plek in het moderne schaatsen, waarin sponsors miljoenen euro’s uitgeven om hun rijders op het hoogste niveau te krijgen. Plaatsen als Deventer, Eskilstuna, Larvik, Grenoble of Trondheim, waar vroeger regelmatig een EK werd gehouden, liggen al jaren links. Schaatsen in de oudheid.

Kramer, maar ook Ireen Wüst, kennen de heldenverhalen over het buitenijs: heroïsche prestaties in sneeuwstormen, bij twintig graden onder nul – de schaatsgeschiedenis kent er genoeg. Wüst en Kramer schaatsten twee jaar geleden een junioren-WK in het Finse Seinäjoki bij vergelijkbare temperaturen – en wonnen allebei.

Ze vinden het allemaal prachtig, dat buitenijs, maar voor hen telt alleen of de omstandigheden voor iedereen gelijk zijn. Neem de WK’s van 1988 (Alma Ata, gewonnen door de Amerikaan Eric Flaim, voor Leo Visser), Innsbruck (1990, de Noor Johann Olav Koss) en Gotenburg (1994, Koss) – toernooien geteisterd door storm, sneeuw, bliksem of regen. In 2001, in Boedapest waar Rintje Ritsma voor het laatst wereldkampioen werd, gooide de zon roet in het eten; door dooi verhuisde een deel van het programma naar de avond.

„Het is fantastisch buiten te rijden in Collalbo”, zei Kramer zaterdagavond, nog voordat hij Europees kampioen werd. „Maar of we vaker buiten zouden moeten rijden? Als het een beetje eerlijk is… Mijn vader is ook een keer geflest op de tien kilometer.”

De grillen van het buitenschaatsen hangen al bijna een kwart eeuw als een schaduw boven de familie Kramer. De Europese titel van Collalbo was niet alleen een triomf voor de zoon, maar betekende ook een klein beetje gerechtigheid voor de vader; Yep Kramer was in 1983 een bijna zekere titel ontnomen door de dwaling van een ijsmeester na een hagelbui boven in Den Haag. Het zou de eerste grote prijs worden voor de man die meestal in de schaduw schaatste van Hilbert van der Duim en Frits Schalij – totdat de ijsmeester de baan voor zijn tien kilometer liet dweilen in plaats van schaven, waardoor die veranderde in een vloer van schuurpapier. Van der Duim profiteerde, Kramer moest het na zijn helletocht (15.18,18) doen met zilver. De Europees kampioen van Collalbo 2007 moest nog geboren worden, maar kent het verhaal uit de eerste hand.

Wellicht dat het wonderbaarlijke toernooi in Collalbo de internationale schaatsunie (ISU) nog op andere gedachten brengt, maar het doek lijkt te vallen voor de buitentoernooien, mede door de commercie. Schaatsers accepteren geen oneerlijke wedstrijden meer. Maar zij willen ook geen onzekerheid meer over het weer tijdens trainingen. TVM kiest tegenwoordig voor een trainingskamp in de hal van Erfurt, en niet meer voor de buitenlucht van Inzell. Dat is de ijsclub van Inzell, en de middenstand, niet ontgaan; vandaar de plannen voor een ijshal. Davos, een razendsnelle natuurijsbaan waar sprinter Jan Bos zich met wisselende weersomstandigheden voorbereidde op het WK sprint, kent hetzelfde probleem.

De professionalisering van de sport verklaart ook het succes van de ‘binnenbanen’. Voorlopig was Collalbo de laatste buitenbaan op de internationale schaatskalender. Volgend jaar is het de beurt aan het Russische Kolomna (EK allround), Berlijn (WK allround) en Nagano in Japan (WK afstanden). Allemaal indoor.

    • Rob Schoof