‘Ov-chipkaart pas landelijk in 2009’

Invoering ov-chipkaart verloopt stroef, zegt Rover.

Vervoerders ontkennen dat.

Het gaat niet goed met de invoering van de ov-chipkaart. Dat stelt reizigersvereniging Rover in een vandaag gepubliceerd onderzoek. Rover luidt in een rapport de „noodklok” over de ov-chipkaart. Mobis, de branchevereniging van ondernemingen in het openbaar vervoer, erkent dat er problemen zijn, maar zegt dat de chipkaart er hoe dan ook komt.

In de oorspronkelijke plannen had de ov-chipkaart dit jaar alle andere kaarten in het openbaar vervoer moeten vervangen. Maar verscheidene testen met het systeem in de regio Rotterdam pakten tot nu toe niet goed uit en leidden tot aanzienlijke vertraging. De landelijke invoering is nu op zijn vroegst voorzien in 2009. Volgens Rover is het aantal testreizigers in Rotterdam nog altijd onvoldoende om zekerheid te krijgen over de betrouwbaarheid. Pedro Peters, de directeur van het Rotterdamse vervoerbedrijf RET en tevens voorzitter van Mobis, ontkent dit laatste niet. „Maar we zijn juist bezig met de voorbereiding op de volgende fase, de zogeheten full system acceptance, die gaat lopen van 1 maart tot 18 april. We gaan dan alles volledig testen, zowel op techniek als volume en met tien keer zoveel klanten als de 20.000 van nu.” Peters wil geen garantie geven dat alles goed zal verlopen. „Onze stellingname is vanaf het begin geweest: liever goed en later dan snel en slecht.”

Als de laatste test niet goed gaat begint het weer „van voren af aan, net zo lang tot het wel goed gaat”, aldus Peters. Mocht alles wel volgens plan verlopen, dan zal op 1 juli van dit jaar de Rotterdamse metro alleen nog maar met de ov-chipkaart toegankelijk zijn en per 1 oktober ook de bus en de tram. Peters: „Het probleem met het noemen van data is dat ik daar later wel weer op wordt afgerekend.”

Rover schrijft in zijn rapport het idee van de ov-chipkaart steeds te hebben gesteund, „maar van de beloofde zegeningen voor de reiziger is zo goed als niets over”. In de oorspronkelijke plannen voor de ov-chipkaart, een initiatief van NS, Connexxion en de vervoersbedrijven in Rotterdam (RET), Amsterdam (GVB) en Den Haag (HTM), zou er één kaart komen voor alle openbaar vervoer in Nederland die alle andere kaarten zou vervangen. „Het is nu onduidelijk of er met één chipkaart kan worden volstaan”, stelt Rover, „ de plannen van NS sluiten niet aan op regionale kaartjes.” Ook op dit punt geeft Peters gelijk aan Rover. „Het is bekend dat de NS-abonnementen nog niet goed aansluiten op het streekvervoer, maar dat heeft tijd nodig, het komt goed.”

De investeringen voor de ov-chipkaart zullen, als het hele systeem een keer is ingevoerd, rond de 1 miljard euro liggen. Volgens Rover krijgen reizigers hiervan de rekening gepresenteerd. Niet waar, zegt Peters. „De vervoersbedrijven betalen de investeringen, met een rijksbijdrage van 120 miljoen. Het systeem moet zichzelf terugverdienen door het terugdringen van het zwartrijden en het genereren van nieuwe klanten.” De voorzitter van Mobis noemt de ov-chipkaart „niet duur” voor reizigers. Na invoering zal de kaart 7,50 euro kosten, met een geldigheid van vijf jaar. Dat zijn alleen de aanschafkosten, de ritprijs komt daar bovenop. Wie de kaart nu aanschaft in Rotterdam betaalt tot 18 april helemaal niets.

    • Lolke van der Heide