‘Op de juiste plaats en met de juiste mensen heeft elke muziek zijn waarde’

WAHWAH: literair poptijdschrift no.4. Nieuw Amsterdam, 112 blz. € 7,95 ***

WAHWAH: literair poptijdschrift no.4. Nieuw Amsterdam, 112 blz. € 7,95

***--

Het literaire poptijdschrift WAHWAH is in veel opzichten de opvolger van Payola, het eind jaren negentig door Joost Zwagerman en Martin Bril opgerichte tijdschrift waarin voor het eerst in Nederland uitsluitend literaire popjournalistiek werd bedreven. De toon van de beste stukken in WAHWAH nr.4 – een gepassioneerde, muzikale taal – echoot het beste van Payola. Schrijven over rock-’n-roll gebeurt hier in rockende zinnen. Schrijven over het onbereikbare meisje in popliedjes in zinnen die haar oproepen.

Als geen ander verstaat John Schoorl de kunst om muziek te laten doorklinken in taal. Hij schreef een stuk over een saxofonist op zoek naar een sound. Een sound, dat is „scheuren, zonder iets stuk te maken”. En die krijg je zo: „Luister naar de zwarte specht, de grote bonte specht, de groene specht, de grijskopspecht. Druk op de knop, als je weet welke specht dit geluid maakt: kluu-kluu-kluuu...”

Zwagermans credo, te vinden in het redactionele commentaar van de eerste Payola, lijkt evengoed van toepassing op WAHWAH: „Een goed geschreven verhaal is belangrijker dan de muzikale smaak.” Zo kan het gebeuren dat de doorgaans niet tot de muzikale haute culture gerekende DJ Jean een ode krijgt in het openingsartikel van deze WAHWAH. In een inderdaad goed geschreven verhaal vertelt Jan van Mersbergen hoe de Springsteen-cover Because The Night van de Nederlandse dj hem diep raakte tijdens een boksgala in de buurt van Hoorn. Op de terugreis in een busje vol uitgeputte boksers na de wedstrijd, beseft hij „op het juiste moment, op de juiste plaats en met de juiste mensen heeft iedere muziek zijn waarde”.

Wat de inhoud betreft is WAHWAH de herrijzenis van Payola, maar wie nog eens naar het redactioneel van Zwagerman kijkt, ziet dat er toch veel veranderd is in de negen jaar tussen de verschijning van beide tijdschriften. Zwagerman wringt zich verontschuldigend in allerlei bochten om literair schrijven over popmuziek te legitimeren – zijn generatie is nu eenmaal opgegroeid met popmuziek, zegt hij, dat is ons referentiekader. Wat toen vernieuwend was, is nu een voldongen feit. Er kraait geen haan naar als iemand zich laat inspireren tot een literaire muziekode door de stampbeats van DJ Jean.

Gelukkig maar. Want het gaat immers om een goed geschreven verhaal.

Reinier Kist

    • Reinier Kist