Mijn strijd voer ik met open vizier

In deze krant van 12 januari beklaagt prof. Van Mourik zich over de hatemails die hij gekregen heeft naar aanleiding van zijn optreden in Netwerk van 13 november jl. over de Deventer moordzaak. Daar voegt hij aan toe dat deze afkomstig zijn van duistere lieden die vermoedelijk door mij zijn ingezet. In een ander interview zegt hij dat hij sinds de uitzending door mij wordt belaagd en dat mijn brieven ”wemelen van onzin en onjuistheden”. Aan het eind van het artikel geeft hij aan dat hij geen spijt heeft van zijn optreden in Netwerk omdat wat hij gezegd heeft puur op feiten is gebaseerd.

Vanzelfsprekend is het vervelend als je bedreigende e-mails krijgt. Ik weet erover mee te praten. Maar ik zal wel nalaten die compleet ongefundeerd in een krant aan bepaalde mensen toe te schrijven. Het is nonsens dat ik mensen daarvoor inzet. Ik strijd altijd met open vizier en complete onderbouwing van mijn conclusies. Van Mourik en NRC Handelsblad laten echter in het desbetreffende artikel na de essentie van deze kwestie aan te geven.

Ik ken het dossier van de Deventer moordzaak heel goed en weet dat het hof dat Louwes in 2004 heeft veroordeeld expliciet aangeeft geen motief te hebben kunnen vaststellen (in tegenstelling tot het hof in 2000 dat Louwes had veroordeeld). Dat nieuwe oordeel was mede gebaseerd op een proces-verbaal van een bankemployee dat het hof in 2000 is onthouden maar wel in 2004 is voorgelegd. Derhalve heb ik na de uitzending van Netwerk Van Mourik in een open brief gevraagd om zijn beweringen uit de uitzending te onderbouwen. In die brief heb ik uiteengezet op basis van welke informatie ik (en blijkbaar het hof ook) tot een andere conclusie ben gekomen. Hij heeft daarop echter geen antwoord willen geven.

Juist omdat een collega van hem bij de juridische faculteit in Nijmegen een van rechters was die Louwes in 2000 tot 12 jaar heeft veroordeeld en een andere collega de voorzitter is van de Commissie-Posthumus II, vind ik dat Van Mourik wel twee keer dient na te denken alvorens hij op de televisie komt, twee dagen voor een zitting van de Hoge Raad over deze rechtszaak. Zeker als hij daarin expliciet meldt dat Louwes wel een financieel motief had voor de moord en daarbij afwijkt van de uitspraak van het hof. Maar als hij dat dan toch doet dient hij desgevraagd te onderbouwen waarop hij deze conclusie baseert.

Gezien het feit dat hij helemaal niet heeft geantwoord op mijn brief, heb ik begin januari een brief gestuurd naar het College van Bestuur met een kopie naar prof. Van Mourik en de betrokken hoogleraren. Deze handeling wordt nu door hem in de publiciteit omschreven als `belagen`. Het is triest dat hij in plaats van nu alsnog met die onderbouwing te komen van zijn conclusies op 13 november de publiciteit gebruikt om mij zwart te maken, zonder dat hij ook deze beweringen onderbouwt.

    • Drs. Maurice de Hond Amsterdam