Macht in Somalië moet zich bewijzen

Vorige maand werd de Unie van Islamitische Rechtbanken uit de hoofdstad Mogadishu verdreven. Maar de nieuwe machthebbers van de interim-regering zijn intern erg verdeeld. ‘Verzoening is prioriteit.’

Het leger van de Somalische interim-regering, dat vooral bestaat uit strijders van de Majerteenclan van president Yusuf, patrouilleert buiten het presidentieel paleis. Foto AP Somali government soldiers patrol outside the presidential palace, Monday, Jan. 15, 2007 in the capital, Mogadishu. Gunmen attacked a convoy of Somali and Ethiopian troops in Mogadishu, firing rocket-propelled grenades that destroyed one military vehicle and setting off a half-hour gunbattle, residents said. No official casualty figures were available from the attack Sunday night in the capital's northeastern Hurwa district. The government, with critical help from Ethiopia's military, last month drove out an Islamic militia that had controlled much of southern Somalia since the summer. But sporadic fighting continues. (AP Photo/Mohamed Sheikh Nor) Associated Press

Mogadishu, 16 jan. - Geiten lopen over gruis en snuffelen tussen tanks en takken op de oprijlaan van Villa Somalia. Vermoeide regeringssoldaten leunen tegen kapot geschoten gebouwen. President Abdullahi Yusuf ligt op het lome middaguur te slapen in het presidentiële paleis, de 71-jarige leider is vermoeid na zijn eerste bezoek aan de hoofdstad. Sinds twee jaar leidt hij de Somalische interim-regering maar door onveiligheid kon hij al die tijd Mogadishu en Villa Somalia niet in. De Ethiopische invasiemacht heeft nu voor hem de weg gebaand.

Die avond ontploft er een bommetje bij de buitenmuren van het paleis. De president geeft de volgende ochtend zijn eerste persconferentie. „Van de media hoorde ik over de Amerikaanse bombardementen in het zuiden van het land”, vertelt hij. Hij ontkent een marionet te zijn. „Als het waar is dat de Amerikanen actief zijn in Somalië tegen internationale terroristen, dan geef ik ze mijn fiat.” En zijn relatie met de Ethiopiërs: „Wie is er een marionet? Ik, die aan de Ethiopiërs vroeg mijn land te bevrijden? Of de fundamentalisten van de Islamitische Rechtbanken die terroristen binnenhaalden en Somalië in gijzeling namen voor een buitenlandse ideologie? De rechtbanken lieten zich als speelbal gebruiken, niet ik.”

Abdirizak Hassan stelt zich voor als „opperbevelhebber van de president”. Zijn koffer staat nog op de gang, hij heeft moeite om een onbeschadigde kamer in Villa Somalia te vinden. „We doen niets”, legt hij het regeringsbeleid uit, „dat is het geweldige van Somaliërs, ze doen het zelf, niet de regering houdt de stad draaiende of verzorgt de veiligheid, maar de inwoners van Mogadishu zelf.” Twee dagen later breekt er bij de toegangspoort van het presidentiële paleis een schietpartij uit met milities. Zes strijders sneuvelen.

Professor Abdullahi Shirwa, werkzaam voor de organisatie Peace Line, woont beneden aan de heuvel van Villa Somalia. Hij kan vandaag niet naar zijn kantoor wegens hevig geweervuur in de buurt tussen onbekende aanvallers en soldaten van president Yusuf. Professor Shirwa legt de meetlat niet erg hoog bij de nieuwe Somalische regering. „We verwachten niet dat ze scholen of wegen gaat bouwen of met andere hoogdravende plannen komt. Prioriteit is dat de leden van het kabinet zich onderling verzoenen.”

De regering kwam twee jaar geleden onder buitenlandse druk, in het bijzonder van Ethiopië, tot stand in buurland Kenia als een verbond van clans en krijgsheren. De drie topfiguren – president Yusuf, premier Gedi en parlementsvoorzitter Sharif Hassan Adan – zijn rivalen en houden het kabinet verdeeld.

De parlementsvoorzitter leeft in onmin met de president en de premier. Hij bereikte tot ergernis van zijn collega’s in de regering in november een politiek akkoord met de inmiddels verslagen Islamitische Rechtbanken en hij keert zich tegen de bemoeienis van Ethiopië in Somalië. „Vele Somaliërs steunen het standpunt van de parlementsvoorzitter tegen de Ethiopische soldaten. Maar de Ethiopiërs zeggen zich snel te willen terugtrekken, dus er bestaat geen reden meer voor een ruzie”, meent Shirwa. „Iedereen moet deelnemen aan de nieuwe regering, geen enkele groep mag worden gemarginaliseerd.” De afgelopen dagen begon de president overleg met clanleiders, zakenlui en krijgsheren.

Professor Shirwa ziet goede kansen voor vrede, „want behalve door de fundamentalisten bestaat er geen sterke oppositie tegen de regering. Niemand wil de krijgsheren of de Islamitische Rechtbanken terug.” Hij pleit voor de snelle komst van een Afrikaanse vredesmacht: „Iedereen weet hoe zwak de regering is, elke Somaliër ziet het grote politieke en militaire machtsvacuüm. Als de regering Mogadishu niet pacificeert komen de fundamentalisten van de Islamitische Rechtbanken terug.” Ethiopische soldaten bewaken alleen enkele strategische punten in de stad en het „nationale leger” van de president, dat voor een groot deel uit zijn Majerteenclan bestaat, waagt zich niet in grote delen van de stad.

De Amerikaanse en Ethiopische bombardementen in het zuiden van het land op de vluchtende aanhangers van de Islamitische Rechtbanken en vermeende internationale terroristen onder hen ondermijnen volgens Shirwa de vredeskansen. „De bombardementen werken verzoening tegen, want ze maken de bevolking woedend. Veel van degenen die nu onder vuur liggen van de Amerikanen en Ethiopiërs zijn geen fervente aanhangers van de Rechtbanken, ze vluchtten uit angst voor wraak.”

De rigide versie van de islam paste tot voor kort niet bij Somalië, maar door burgeroorlog en buitenlandse invloed kreeg ze voet aan de grond. Wat is de toekomst van deze stroming in het land? „De fundamentalistische trend zal verdwijnen als we weer vrede kennen”, voorspelt professor Shirwa. „De Islamitische Rechtbanken speelden in op de wens voor vrede, zij brachten na 16 jaar oorlog veiligheid. Ze wekten voor het eerst sinds lange tijd hoop bij de bevolking. Dat kan nog niet gezegd worden van deze regering.”

Adan Dhure is imam van de Dudus-moskee in Mogadishu. Ook deze religieuze leider neemt het niet op voor de gevluchte fundamentalisten. „Somalië pleegde zelfmoord door internationale terroristen binnen te halen”, kritiseert hij zijn radicale geloofsbroeders. Gelijk professor Shirwa vindt hij dat de Ethiopiërs snel plaats moeten maken voor buitenlandse vredestroepen. „Buitenlandse soldaten moeten de bevolking ontwapenen, wij Somaliërs wantrouwen elkaar te veel, wij zelf kunnen dat niet doen.” Van de imam mag voetbal weer op de televisie, „als er tussen de wedstrijden door maar niet gezoend wordt op het scherm, dergelijke pornografie moet verboden blijven. Somalië blijft een islamitische staat met islamitische rechtbanken, maar zonder de fouten die de fundamentalisten maakten.”

    • Koert Lindijer