Grote coalities, bij ons en bij de buren

Over de coalitieonderhandelingen van CDA, PvdA en ChristenUnie wordt zó weinig bekend, dat zij vermoedelijk redelijk goed verlopen. Deze met informateur Wijffels afgesproken stilte voorkomt dat deelakkoorden voorwerp van kritiek in of tussen de partijen worden. Of dat allerlei belanghebbende pressiegroepen het vuur openen, nog voordat straks aan de informatietafel het Grote Afwegen van de wederzijdse concessies in een komend regeerakkoord begint.

Dat CDA-onderhandelaar Balkenende zich zo tevreden uitlaat over PvdA-onderhandelaar Bos, heeft vast meer dan één doel. De heren hoeven elkaar niet snikkend in de armen te vallen, maar het jarenlange antagonisme tussen hun partijen moet wél plaatsmaken voor werkbare coalitiebetrekkingen. Dat zijn betrekkingen waarin het CDA niet meer doet alsof de PvdA er echt elk moment met de kas vandoor kan gaan en de PvdA ophoudt het CDA een asociale club te noemen. Met zijn lof voor Bos heeft Balkenende alvast iets gedaan aan die noodzakelijke relatieverbetering. Bovendien heeft hij daarmee zijn eigen CDA-aanhang enigszins gerustgesteld.

Maar met zijn lof voor Bos moet Balkenende wel voorzichtig blijven. Want anders fungeert die lof als een doodskus die verkiezingsverliezer Bos binnen de PvdA en van de kant van de SP en GroenLinks nieuwe narigheid zou kunnen bezorgen. Speak softly and carry no stick, als het ware.

Een grote coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie – valt die enigszins te vergelijken met de grote coalitie van kanselier Angela Merkel die alweer ruim een jaar Duitsland regeert? Nee, die vergelijking gaat niet op. In Nederland kan er eigenlijk alleen sprake zijn van een grote coalitie, omdat met het CDA en de PvdA de twee grootste partijen elkaar, onder druk van de verkiezingsuitslag, zouden vinden. Samen hebben zij niet eens een meerderheid, daarvoor hebben zij de ChristenUnie nodig.

In Duitsland regeren de christen-democraten (CDU/CSU) en de sociaal-democraten (SPD). En al zijn zij door de kiezers ook min of meer tot elkaar veroordeeld, hun coalitie heeft een comfortabele meerderheid in de Bondsdag. Maar die coalitie brengt voor een van de deelnemende partijen wel een probleem met zich mee. Namelijk dat de exclusief Beierse CSU gedwongen wordt tot een spagaat tussen de nationale regering in Berlijn, die van Angela Merkel, en de Beierse regering in München, waarvan CSU-voorzitter Edmund Stoiber, premier is. Die spagaat houdt in dat de CSU in Berlijn als kleine partner van de CDU moet instemmen met alle compromissen die met de SPD worden gesloten. Terwijl zij thuis, in München, waar zij regeert met absolute meerderheid (Stoiber, premier sinds 1993, haalde 65 procent bij de landdagverkiezingen in 2003), haar ‘rechtse’ profiel en grote aanhang onder de Beierse kiezers moet zien te behouden. Kortom: reus in München, dreumes in Berlijn.

In Beieren is de CSU ‘volkspartij’ die steeds klaar moet staan voor, zeg, de regionale industrie én de milieubeweging. Wat met zich meebrengt dat zij zich in Berlijn niet kan richten – zoals de FDP en de Groenen doen – op specifieke kiezersgroepen. Ander probleem: in Berlijn is de CSU niet onmisbaar voor een meerderheid in de Bondsdag, maar wél voor de nipte christen-democratische meerderheid binnen de coalitie, dus ook voor het kanselierschap van mevrouw Merkel, voorzitter van de grote zusterpartij CDU.

Stoiber (65), een van de laatste actieve politieke pleegkinderen van de legendarische CSU-Urgestalt Franz Josef Strauss, zit ernstig in de problemen over de vraag of hij, zoals hij wil, na de regionale verkiezingen van 2008 nog vijf jaar premier van Beieren en CSU-voorzitter kan blijven. De partijkaders morren, want de CSU scoort in enquêtes nog maar 45 procent. Wat kleine affaires in de CSU spelen daarbij ook een rol, al is de partij nooit helemaal zonder affaires.

Maar naar het lijkt zijn Stoibers problemen vooral veroorzaakt door de beschreven CSU/spagaat tussen Berlijn en München. Najaar 2005 besloot hij op het laatste moment toch maar geen zware ministerspost in Merkels kabinet te aanvaarden en liever premier in Beieren te blijven. Kennelijk schrok hij terug voor het risico namens de CSU weinig invloed in het nationale kabinet te hebben, profielschade in Beieren op te lopen én plaats te moeten maken voor een opvolger als regionaal premier. En daarvoor, voor deze gekritiseerde ‘wankelmoedigheid’, krijgt hij nu alsnog de rekening gepresenteerd.

J.M. Bik is medewerker van NRC Handelsblad.

    • J.M. Bik