Er is geen A-team voor succes in Irak

‘Irak’ mislukt omdat de coalitie niet de steun van de shi’ieten heeft gekregen.

„We hebben een schurkenstaat veranderd in een mislukte staat.”

Beschadigde schoenen en brommers na aanslag in Bagdad. Foto Reuters A man stands next to footwear and damaged motorcycles after a bomb attack in Baghdad's Sadr city, November 2, 2006. A motorcycle bomb killed seven people and wounded 45 when it exploded in a crowded market, an interior ministry source said. REUTERS/Thaier al-Sudani (IRAQ) REUTERS

„Achteraf was Irak beter af geweest als we het land niet waren binnengevallen. Ik begreep dat indertijd niet, maar dit kun je nu zien. Ik denk dat al met al de invasie niet in het belang was van de Amerikaans-Britse coalitie en niet in het belang van de Irakezen. De belangrijkste reden dat we niet hadden moeten binnenvallen is dat 300.000 mensen nu dood zijn. En het is duidelijk dat we een schurkenstaat hebben veranderd in een mislukte staat.”

Rory Stewart werkte van eind september 2003 tot de machtsoverdracht aan de Iraakse autoriteiten op 28 juni 2004 als Brits diplomaat in shi’itisch Zuid-Irak. Hij moest helpen „een democratisch Irak te scheppen dat in vrede is met zichzelf en zijn buren”. Concreet moest hij in de provincies waar hij was gestationeerd een infrastructuur creëren en het leven weer op gang krijgen – scholen en ziekenhuizen opknappen, werk scheppen, onder de talloze gegadigden de juiste mensen vinden voor nieuwe bestuursraden, conflicten beslechten en verkiezingen organiseren.

„Irak is mislukt omdat we er niet in zijn geslaagd de steun van de shi’itische bevolking voor de invasie te winnen”, zegt Stewart in een vraaggesprek in een Londens café, vlak voor zijn terugreis naar zijn huidige ontwikkelingswerk in Afghanistan. In Kosovo had het Westen de steun van de Albanezen, stelt hij, in Bosnië die van de moslims; in Afghanistan staan de Oezbeken, de Tadzjieken en de Hazara’s achter de interventie. „Als je erin slaagt steun van de bevolking te krijgen, heb je enige kans om een vorm van functionerend bestuur op te zetten. Maar in Irak waren de Koerden de enige groep die werkelijk voordelen zag in samenwerking, en de Koerdische gebieden zijn dan ook het meest succesvol. Als de bevolking besluit dat de bezettende macht een boosaardige invloed is en dat verzet is geboden, dan zit je in een werkelijk ernstige situatie.”

Aanvankelijk leken de lokale leiders in Stewarts provincies Maysan en Dhi Qar mee te werken met zijn projecten. Maar het verzet, dat daar met name werd gedragen door het Leger van de Mahdi van de radicale shi’itische geestelijke Muqtada Sadr – die inmiddels wordt gezien als een van de grootste hindernissen voor pacificatie van Irak – won het van de school- en ziekenhuisprojecten van de coalitie. Stewart bepleitte indertijd de Sadristen op te nemen in de provinciale raad, maar kreeg daarvoor van het Amerikaanse bestuur in Bagdad geen toestemming; later mocht hij hen niet eens meer ontmoeten. „Dat was een erg stupide idee. Ik denk dat we het probleem hadden kunnen uitstellen door een goede relatie met de Sadristen. Als de coalitie een politiek had gevolgd van onderhandelingen en compromis en de Iraakse regering had toegestaan een politiek van onderhandelingen en compromis te volgen – ook naar de sunnitische extremisten toe – dan was de weg naar een meer coherente Iraakse natie vergemakkelijkt. Dat betekent niet dat dan onze baan als bezetter makkelijker zou zijn geweest. Ik denk dat de Irakezen tamelijk snel besloten dat ze geen buitenlandse, niet-islamitische troepen op hun grondgebied wensten. Maar ik denk dat het proces van het herstel van een Iraakse natie geleid door Irakezen makkelijker zou zijn geweest.”

Na de machtsoverdracht kozen de shi’ieten in het zuiden massaal voor fundamentalistische partijen: de Sadristen en de door Iran gesteunde SCIRI en Dawa. De veiligheidssituatie is er nu beter dan toen de coalitie er nog de macht had. „Het is niet het soort veiligheid waarvan wij droomden. Het is een situatie waarin heel conservatieve normen van kracht zijn, waarin milities de overhand hebben, vrouwenrechten een groot probleem zijn. Maar het is waarschijnlijk het minste van twee kwaden. De bevolking had dringend behoefte aan veiligheid, en die heeft ze nu.”

Dat de situatie nu in Zuid-Irak beter is dan voor de soevereiniteitsoverdracht komt volgens Stewart grotendeels doordat de coalitie er geen noemenswaardig gezag meer uitoefent. „En mijn instinct zegt me dat we ons ook zouden moeten terugtrekken uit Bagdad. De les die we moeten leren uit Zuid-Irak is dat onze aanwezigheid compromissen in de weg staat en de opstand brandstof levert. En dat als we zouden weggaan de positie van de rebellen zou worden verzwakt en en dat ze onder zwaardere druk zouden komen om compromissen te sluiten.”

Dus het is geen goed idee van Bush om extra troepen naar Irak te sturen?

„Het is een erg slecht idee. De problemen in Irak zijn veel te ingewikkeld en hardnekkig om te kunnen worden opgelost door nog eens 20.000 man troepen te sturen. Wat is 20.000? Dat is nog eens 10 tot 15 procent van de huidige Amerikaanse aanwezigheid. Wie denkt er nu dat de problemen in Irak op dit moment 10 tot 15 procent onder de correcte inspanning zijn? Dat besluit berust op een grootscheepse vergissing over onze eigen macht. Bush begrijpt niet hoe machteloos we zijn in Irak.”

„Ik denk dat onze bureaucratieën, onze legers, onze maatschappijen structureel niet in staat zijn dit soort projecten uit te voeren. Ik denk niet dat er ergens een soort A-team zit dat een succes van Irak kan maken. Er zit niet ergens professor aan een universiteit die ons zou kunnen uitleggen wat er gebeurt als we hem nu maar zouden inzetten.”

Dit is niet een probleem van individuen en individuele fouten, onderstreept Stewart. „En waarom ik zo onderstreep dat dit niet een probleem van individuen is, is dat ik niet wil dat mensen denken dat als we ons maar een beetje beter op het probleem concentreren, we het kunnen oplossen. Omdat, als we die indruk laten bestaan, ze misschien andere landen binnenvallen. Dat ze dan zeggen, OK, het probleem was dat we de deba’athificatie of de afschaffing van het leger of het plunderen toelieten, en als we dat de volgende keer niet doen, dan komt het allemaal goed.

„Mijn punt is dat dat niet het probleem is. Ja, natuurlijk hebben we veel fouten gemaakt. Maar zelfs als we die fouten niet hadden gemaakt” – Stewart zwijgt even – „was het project nog steeds gedoemd.”

„Als we weg zouden gaan, heb ik veel vertrouwen in het Iraakse volk. Ik denk dat het een ongelooflijk energiek, creatief volk is dat een sterk nationaal gevoel heeft – dat wil zeggen de Arabische Irakezen; de Koerden voelen zich Koerdisch. Ik denk dat ze hun sunni-shi’a geschillen kunnen oplossen. Maar wij zijn van het eerste begin een van de grootste problemen geweest. Door ons weg te halen, verbeteren we de toestand eerder dan haar erger te maken.”

Meer over Stewarts boeken: www.rorystewartbooks.com/

    • Carolien Roelants