Een meneer die tot de minima behoorde en zijn hond Scooby

Er waren vele redenen om blij te zijn dat de eerste dierenkliniek voor minima geopend werd. Het was natuurlijk fijn dat de dieren van de minima nu voor een kleine prijs van hun ziektes en reproducerende organen af konden komen. En ik vond het leuk om het woord ‘minima’ weer eens te horen. Minima is zo’n lekker jarentachtigwoord, net als bijstandsmoeder. In de jaren tachtig had bijna iedereen wel een bijstandsmoeder, tegenwoordig hoor je er zelden wat over. (Dit geldt ook voor zure regen.)

Dus naar Rotterdam, naar een wijk die er minima-achtig uitzag. De gehele landelijke pers had zich verzameld om een meneer die tot de minima behoorde en zijn hond Scooby. Scooby was de eerste patiënt van de dierenkliniek.

Terwijl de directeur speechte („Ieder mens heeft recht op een huisdier, en ieder huisdier heeft recht op verzorging”) las ik de verlanglijst op de deur van de kliniek. Er was nog veel nodig. Op nummer 1 stond een bloed- en urinecentrifuge. Verlangenswaardig. Op nummer 3 stond een echo-apparaat, met de toelichting: „Een dier kan niet praten en wijst de zere plek niet aan met zijn pootje.” Klopt.

Het gouden lint werd doorgeknipt en de minima-meneer en Scooby mochten de kliniek in. Om te zeggen dat zij goed gecast waren, is een understatement. De meneer was stil, verlegen, en zeer aanhankelijk tegen Scooby. Scooby was wit met grote, lieve ogen, en hij zat onder de wonden, kale vlaktes en schurftplekken. Hier was werk aan de winkel.

Een dierenarts krabde stukjes huid van Scooby af en verklaarde dat het alles kon zijn, „van schimmel tot schurft tot gewoon een bacterie”. Intussen ondervroeg ik de meneer. Hoe was de band tussen Scooby en hem, en hoe lang behoorde hij al tot de minima? „Daar zit een verhaaltje aan vast”, zei hij.

Als mensen zeggen dat ergens ‘een verhaaltje’ aan vast zit, betekent dat meestal het tegenovergestelde, namelijk ‘tragisch epos van enorme proporties’. Dit gold ook voor de minima-meneer. Scooby was eigenlijk van zijn dochter, maar na zijn scheiding, tien jaar geleden, waren vrouw en kinderen vertrokken. Hij zag ze nooit meer, en leefde nu al jaren alleen met Scooby.

Het verhaaltje werd onderbroken door de dierenarts die goed nieuws had: Scooby had geen parasiet. Misschien een schurftmijt, maar daar was wat aan te doen. De meneer keek blij en kuste Scooby.

    • Aaf Brandt Corstius