Ecologische tunnelkijkers

Op gezette tijden richten collectivistische tunnelkijkers hun vizier op het nationale park De Hoge Veluwe – helaas altijd meer gedreven door hun ideologische drammerigheid dan door kennis van zaken. Op 9 januari was het weer zover. Michiel Hegener, Hans van der Lans en Ruud Lardinois pleitten ervoor om de hekken open te gooien en het wild vrij spel te geven. Daarom hierbij een poging tot opheldering.

Het begint al met een eenvoudige feitelijke rechtzetting. Als voorzitter van de Stichting Nationale Park De Hoge Veluwe ben ik opgevolgd door Frank Schreve, niet door Tjeenk Willink. Deze is ook hier vicevoorzitter.

Bestuursleden zijn vrijwilligers die de directeur ondersteunen bij zijn beheerstaak als statutair bestuurder van het kostbare erfgoed dat het echtpaar Kröller-Müller ons heeft nagelaten. De goede samenwerking tussen een groot natuurpark met een museum als Kröller-Müller is uniek in de wereld.

Het park wordt niet gesubsidieerd en biedt jaarlijks een veilige mogelijkheid aan ruim 500.000 bezoekers om te genieten van natuur en cultuur. Niet zelden horen wij bezoeksters uitspreken hoe plezierig het is dat zij zich vrij in een natuurgebied durven te bewegen. In de recreatieonderzoeken die geregeld hebben plaatsgevonden, wordt dat beeld bevestigd.

Het Nederlandse landschap dankt zijn veelzijdigheid aan de diversiteit. Die wordt bevorderd doordat verschillende beheerders hetzelfde net even anders doen. Hekken weg en grote eenheden is eerder een van tijd tot tijd opduikende, modieuze trend dan een weloverwogen weging van factoren die er wezenlijk toe doen. Die grotere beheerseenheden worden – ondanks de overvloedige rijkssteun – niet zelden gekenmerkt door een eenvormige wijze van onderhoud. Dezelfde verruiging door de inzet van breedbekkige grazers of grasmachines, zoals ik die samenscholende runderen bij voorkeur aanduid.

Samenwerking is uiteraard van grote betekenis en het park De Hoge Veluwe doet dit dan ook, maar wel met behoud van eigen karakter – anders is van samenwerking geen sprake. Overigens is het trio ideologen kennelijk ontgaan dat er ten behoeve van het wild in- en uitsprongen zijn aan de oost- en westkant van De Hoge Veluwe.

In mijn bestuurlijk functioneren, ook als voorzitter van de Natuurbeschermingsraad, de Raad voor het Natuurbeheer en tot 2006 de Raad voor het Landelijk Gebied, heb ik getracht de verkokerde belangenbehartiging in het beleid te voorkomen. Verkokerde visies leiden tot onproductieve tegenstellingen bij de vormgeving van ons buitengebied. Ook op de Veluwe als belangrijk natuurgebied moeten verschillende activiteiten een plaats vinden. De eenzijdige ecologische benadering is daarom even onbruikbaar als een eenzijdige landbouw- of recreatieopvatting.

Op en door het Nationale Park zijn in de afgelopen jaren, mede door de inzet van talrijke vrijwilligers, vele educatieve en wetenschappelijke activiteiten ontplooid. De vereniging van Vrienden van De Hoge Veluwe kent een groot aantal actieve en deskundige dames en heren die rondleidingen verzorgen, als natuurgidsen excursies leiden of daadwerkelijk bijdragen aan beheer of studie.

Maar ach, mensen tellen niet zo zwaar bij deze drie heren, noch verantwoord financieel beleid. „Hoe het precies moet is nu misschien ongewis”. Het gaat over vijftig geëngageerde medewerkers en over het behoud van cultuurgoederen als het jachthuis Sint Hubertus, het Museonder alsmede de intense natuurbeleving van zeer velen. Het is dit soort goedkope uitlatingen dat verantwoorde bestuurders soms de lust ontneemt te reageren. In dit geval moet het echter, omdat men ten onrechte zou kunnen vermoeden dat hier ter zake goed geïnformeerden aan het woord zijn.

Ten slotte, dat De Hoge Veluwe zowel voor het behoud van landschapstypen als dier- en plantensoorten door zijn eigen karakter grote betekenis heeft, komt doordat los van modieuze opvattingen het nog steeds een nationaal park is en geen genationaliseerd park. Die pogingen zijn er in het verleden wel vaker geweest. Kortzichtige bemoeizucht en betuttelarij zijn van alle tijden. Maar waarom moet nu uitgerekend een liberale krant daarvoor het podium zijn?

Prof. H.J.L.Vonhoff is oud-voorzitter van de Natuurbeschermingsraad en van de Raad voor het Landelijk Gebied. Hij was van 1978 tot 2007 voorzitter van de stichting De Hoge Veluwe.