Buxtehude-jaar is ode aan Bach

Concert: Amsterdam Baroque Orchestra & Choir o.l.v. Ton Koopman. Werken van Bach en Buxtehude. Gehoord: 15/1 Concertgebouw, A’dam. Herh.: 16/1 De Doelen, Rotterdam.

Mozart, Sjostakovitsj en Schumann moeten plaatsmaken. 2007 is het feestjaar van Grieg, Sibelius, Glinka, Scarlatti, Badings en vooral Dietrich Buxtehude, die 300 jaar geleden in Lübeck overleed.

Buxtehude was mentor en inspiratiebron van J.S. Bach en het wekt dus geen verbazing dat juist Ton Koopman zich over zijn muziek ontfermt. De tournee die hij deze week begon, is de opmaat van een meerjarig Buxtehude-project van het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir. Hoofdonderdeel is de cd-release van Buxtehudes verzamelde werken, waarvan al twee delen verschenen. Ook de Nederlandse Bachvereniging blijft niet achter; die toert dezer dagen rond met het eerder op cd verschenen programma Death & Devotion, ook met werken van Buxtehude.

Koopman koos voor een zestienkoppig koor en een klein orkest van zo’n vijftien musici – soms iets meer of iets minder, al naar gelang de muziek verlangt. De musici werden niet ingezet voor instrumentale muziek, maar voor vier ongedateerde cantates die kriskras door het kerkelijk jaar zapten, van Advent via Kerst naar Pasen.

Je hoort aan Buxtehude’s muziek waarom Bach haar bewonderde. Tussen de contouren van beider werken valt soms ook verwantschap te ontdekken, maar de inkleuring is bij Buxtehude onmiskenbaar vroeger, netter, minder verrassend. De muzikale schetsjes van Goddelijke grootheid of genade zijn van een te keurige stichtelijkheid om de luisteraarsziel werkelijk van die thema’s te doordringen. Waardoor men na anderhalf uur Buxtehude ook wat Buxte-moede dreigt te worden.

Daaraan droeg ook Koopmans aanpak bij; enthousiast en gedetailleerd, maar nergens onstuimig vlammend. Aan zijn hand leerden we Buxtehude vooral kennen als een woest instrumentator; de cantate Mein Gemüt erfreuet sich openbaarde zich met zink, dulciaan en serpent als een waar organologisch rariteitenkabinet.

In het solistenkwartet viel sopraan Johannette Zomer op door haar imponerende instrumentale helderheid. Maar ook voor haar aandeel gold dat het onhandig was dat dit Buxtehude-concert besloot met Bachs cantate Gott ist mein König. Koopman schakelde onbewust naar een vuriger versnelling en zo bracht Bach onmiddellijk de innerlijke snaar in trilling die bij Buxtehude, hoe welluidend ook, onberoerd moest blijven.

    • Mischa Spel