Bot te negatief over Bush

Minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken reageert veel te negatief op het besluit van de Amerikaanse president George W. Bush om 21.500 extra militairen naar Irak te sturen. „Alleen maar militairen naar Irak sturen, daar zijn we al jaren mee bezig, dat heeft tot niets geleid”, aldus Bot, die meent dat de rust in Irak alleen kan terugkeren na gesprekken met de buurlanden.

Terwijl Nederland steeds openlijk politieke steun heeft gegeven aan de interventie van Bush in Irak vanwege de strijd tegen het terrorisme en de daaraan gekoppelde ontwapening van schurkenstaten, lijkt demissionair minister Bot het vertrouwen in het beleid van de Amerikaanse opperbevelhebber opeens te hebben verloren.

Dat Bot sceptischer is geworden na de gewenste regimeverandering in Irak is begrijpelijk. Er zijn zeker fouten gemaakt in de oorlog in Irak, maar het is ook een gegeven dat sinds de aanvallen op Amerika op 11 september 2001 de veiligheid van het Westen in het geding is.

Op 20 januari 2005 zei de ambitieuze Bush: „Het is het ultieme doel van de Verenigde Staten om de tirannie in onze wereld te beëindigen”. Waarschijnlijk zal de oorlog tegen terroristen en schurkenstaten een aaneenschakeling van verschrikkingen blijven, die pas zal eindigen als er een duidelijke winnaar is. De inzet van Amerikaanse militairen is niet voor niets.

Omdat sprake is van een opgave van meerdere generaties had minister Bot ook kunnen benadrukken dat het positief is dat Bush niet wil opgeven. Door nu te zeggen dat de zending van extra troepen tot ‘niets’ leidt is bijna een uiting van cynisme, koren op de molen van het anti-Amerikanistisch populisme in Europa. Vanuit Nederland zou meer waardering uitgesproken moeten worden voor de Amerikaanse inzet om democratie te brengen in landen die dat nog nooit hebben ervaren. Eventueel cynisme over het plan van Bush is misplaatst.

Bovendien is het vreemd om van de ellendige situatie in Irak steeds de Amerikaanse militairen de schuld te geven. Te weinig wordt door de politiek en in de media zichtbaar gemaakt dat de Iraakse overheden zich bijzonder slecht houden aan de afspraken als het gaat om het indammen van sektarische spanningen en het garanderen van ordelijk en vreedzaam samenleven. Het is van wezenlijk belang dat de Iraakse overheid zo snel mogelijk volledige controle krijgt over het gehele grondgebied. Extra troepen zijn onmisbaar.

Wie zich zo openlijk afkeert van het nieuwe plan van de Amerikaanse president, moet ook een plan hebben als de Verenigde Staten zich opeens zouden terugtrekken. Waarschijnlijk zal Irak dan eindigen in een complete chaos waar de extreem-islamitische supermogendheid Iran garen bij zal spinnen.

Het zenden van meer militairen is een groot offer van de Amerikaanse samenleving. Ook in het Amerikaanse Congres leven forse bezwaren. De extra zending komt niet uit de lucht vallen, maar is gerelateerd aan de harde toezegging van de Iraakse premier Nouri Al-Maliki dat de Iraakse regering in november 2007 de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van het land op zich neemt.

Daarom had minister Bot beter kunnen aangeven dat het Nederlandse kabinet hoopt dat door het plan van Bush een einde komt aan de chaos en anarchie in Irak, zodat misschien eind 2007 kan worden begonnen met de terugtrekking van de Amerikaanse troepen. Maar ook hier geldt dat het doel – orde, democratie en vrede in Irak – belangrijker is dan het stellen van deadlines.

Jan Willem Sap is verbonden aan de juridische faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam.

    • Jan Willem Sap