Bezoekers genoeg in het park

Het artikel ‘Gooi Hoge Veluwe open en geef wild vrij spel’ (opiniepagina 9 januari) geeft aanleiding tot de volgende reactie.

Uiteraard staat het de auteurs vrij om de mening te verkondigen dat de afrastering rond het Nationale Park De Hoge Veluwe verwijderd zou moeten worden. Ook heb ik geen moeite met de bedenkelijke teneur van de bijdrage. Waar ik als directeur van De Hoge Veluwe echter bezwaar tegen maak, is de onjuiste weergave van eenvoudig vast te stellen feiten.

Het meest pregnant is wel dat mr. H.D. Tjeenk Willink door de auteurs wordt aangemerkt als nieuwe voorzitter van de Raad van Toezicht en van de Raad van Advies van de stichting. In werkelijkheid is de nieuwe voorzitter de heer F.H. Schreve. Hij was voordien vicevoorzitter. Mr. Tjeenk Willink is vicevoorzitter van de Raad van Toezicht geworden en heeft geen zitting in de Raad van Advies. De „bestuurlijke doorbraak”, de aanleiding tot het artikel, heeft zich niet voorgedaan.

Voor het beleid en de uitvoering ben ik als bestuurder/directeur verantwoordelijk. Ik geniet daarbij de volledige steun van onze Raad van Toezicht die zich uitsluitend richt op toezichthoudende taken.

De auteurs uiten zorgen over de wildmigratie en de belangen van wandelaars. Met betrekking tot de wildmigratie is het de auteurs kennelijk ontgaan dat De Hoge Veluwe in samenwerking met andere grondeigenaren en de provincie Gelderland meewerkt aan de aanleg van drie grote wildpassages voor grofwild door het hekwerk. Dat de belangen van wandelaars in het geding zijn, wordt al weerlegd door het enkele feit dat De Hoge Veluwe jaarlijks ruim 500.000 betalende bezoekers ontvangt.

Dit alles maakt onduidelijk waar het de auteurs nu eigenlijk om te doen is. Gelet op het veelvuldig gebruik van kwalificaties als ‘ondemocratisch’ en ‘vrijstaat met veldpolitie’ lijkt het erop dat de auteurs kampen met principiële bezwaren tegen het feit dat De Hoge Veluwe (in eigendom van een particuliere stichting) zelfstandig is. Ik had het juister gevonden als dit aspect van de bijdrage ook voor de lezer duidelijker tot uitdrukking zou zijn gebracht, in plaats van de weinig steekhoudende bezwaren die nu worden geuit.

De keerzijde van dit alles is natuurlijk dat de Stichting De Hoge Veluwe zonder overheidsfinanciering een prachtig en uitgestrekt natuurgebied van circa 5.500 ha in stand houdt, waarbij een balans is gevonden tussen ecologie en economie. De combinatie van natuur en kunst in samenwerking met het Kröller-Müller Museum is wereldberoemd en trekt bezoekers uit alle windstreken.

De opmerkingen van de auteurs over de vliegbasis Deelen zijn evenmin goed te plaatsen. Van achterkamertjespolitiek is geen sprake. De dienst Domeinen als grondeigenaar en het Ministerie van Defensie als grondgebruiker hebben met goedvinden van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit een overeenkomst gesloten met de stichting, als gevolg waarvan bestaande terugkooprechten in het kader van o.a. een ruiling van grond zijn uitgebreid tot een iets groter deel van het in de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter van De Hoge Veluwe afgenomen gebied. Als het zover komt (dat kan nog heel lang duren), kan het betreffende recht worden uitgeoefend tegen betaling van een marktconforme prijs. De bedoeling van de overeenkomst, die als een historische correctie moet worden beschouwd, is uiteraard de mogelijkheid te openen om De Hoge Veluwe uiteindelijk nog aantrekkelijker te maken, terwijl nu al tegemoet wordt gekomen aan de belangen van Defensie.

Seger E. baron van Voorst tot Voorst is directeur van de Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe.

Op www.nrc.nl/opinie kan het artikel ‘Gooi Hoge Veluwe open en geef wild vrij spel’ worden nagelezen.

    • Seger E. Baron van Voorst tot Voorst