Zuivere portretten van alle rangen

Drie foto’s uit het ‘Menschen des 20sten Jahrhunderts’-project van August Sander, een inventarisatie van mensen in alle beroepen, en van alle rangen en standen. ‘Metselaar’ uit 1928. Sander, August

August Sander: Mensen van de 20ste eeuw. T/m 21 maart, Foam, A'dam. Inf. 020- 55 16 500.

August Sander verzon het plan omstreeks 1922. Een encyclopedie van zijn tijd wilde hij maken, gevat in louter portretten en gearrangeerd langs de lijnen van beroepsgroepen, rangen en standen. Menschen des 20sten Jahrhunderts, noemde hij het project.

Sander (1876-1964), op dat moment al twintig jaar werkzaam als portretfotograaf, had reeds een omvangrijk beeldarchief waaruit hij kon putten. Maar met het projectplan als leidraad ging hij vanaf dat moment ook doelgericht op zoek naar foto’s die konden passen in de zeven hoofdgroepen en de talloze onderafdelingen die hij had verzonnen.

Met de boeren, door hun verbondenheid met de aarde voor hem het fundament van iedere samenleving, zou hij beginnen. Daarna kwamen de handwerkslieden, de vrouw, de standen (met onderafdelingen als studenten, geleerden, soldaten, aristocraten en – later toegevoegd – nationaal-socialisten), de kunstenaars, de grote stad en, tot slot, de laatste mensen. Bejaarden hoorden daartoe, gehandicapten, zieken en wat hij ‘de materie’ noemde: de dode mens.

In de loop van het project maakte Sander een fors aantal foto’s die inmiddels behoren tot de canon van het portretgenre: van een metselaar met een plank vol stenen op zijn schouders en een banketbakker achter zijn deegtrog; van de schilder Heinrich Hoerle en de rokende secretaresse van de Rundfunk. En natuurlijk die van de drie jonge boeren op een landweggetje, feestelijk in het pak gestoken, wandelstokken in de aanslag. Zuivere, registrerende foto’s zonder opsmuk zijn het.

Samen met ruim 120 andere maken die beroemde foto’s ook weer deel uit van de boeiende en bij vlagen ontroerende presentatie die het Amsterdamse Foam momenteel aan Sanders project wijdt. Portret na portret, gemaakt in de studio of op locatie, van mensen alleen, in tweetallen of in groepjes; hier een gezicht, daar ten voeten uit, dan weer leunend op kalm in een schoot gevouwen handen. Met een even zeldzame als strenge stelselmatigheid en gebruik makend van minimale middelen, tovert Sander een wereld tevoorschijn. Een wereld die, het portret eigen, vooral gestalte krijgt door de details – een voorschoot of een leren jas, de groeven in handen of gezicht, de eigenwijze blik in de ogen van de ambtenaar, de leraar achter het opengeslagen boek, de vrolijke maar ook wat flodderige kledij van de circusartiesten, zittend op het trapje van hun wagen.

Bijna 35 jaar zou Sander aan zijn project werken (de foto’s zelf omspannen welgeteld 60 jaar: de vroegste dateert uit 1892, de laatste maakte hij in 1952) en al publiceerde hij in 1929 een voorstudie onder de titel Antlitz der Zeit, echt voltooien deed hij het nimmer. Eindeloos bleef hij zijn maatschappelijke classificaties aanpassen, foto’s verwijderen en weer toevoegen. Het is alleszins voorstelbaar. Niet alleen streefde hij naar een zo zuiver en zuinig mogelijke vorm voor iedere maatschappelijke geleding, ook die geledingen zelf en hun onderlinge samenhang veranderden danig als gevolg van economisch crisis, nazi-heerschappij, oorlog en wederopbouw.

Pas in 1980 zou Menschen des 20sten Jahrhunderts voor het eerst in boekvorm worden uitgegeven, in 2001 gevolgd door een herziene en tot zo’n 600 foto’s uitgebreide editie in zeven delen. Bij die laatste uitgave werd de expositie samengesteld die nu in Foam te zien is en die bijna helemaal bestaat uit ‘vintage prints’; door Sander vervaardigde afdrukken.

Die oorspronkelijkheid is beslist leerzaam. Binnen ieder hoofdstuk en zelfs binnen iedere onderafdeling zijn telkens weer verschillen zichtbaar in formaten, tinten en de kartonnetjes waarop hij gewoon was zijn foto’s te plakken. Ze attenderen op het verstrijken van de tijd en het eindeloos schikken en herschikken.

Een nadeel hebben die nuanceverschillen echter wel. Samen met de afwisseling die een tentoonstelling nu eenmaal vraagt – hier eens een handvol gegroepeerd, daar weer enkele ‘los’ – geeft het een indruk van speelsheid. Dat leidt af van de stelselmatigheid waarmee Sander zijn project uitvoerde en het egalitaire maatschappijbeeld dat hij beoogde te geven.