Zelfverzekerd en gewiekst

Hij is pas twintig jaar oud, maar rijdt over de baan als een koning die al jaren heerst.

Zelfverzekerd, bluffend, een voorbeeld voor de rest.

Europees kampioen allround Sven Kramer: „ Ik heb nu het gevoel dat ik kan winnen wat ik wil.” Foto AP Sven Kramer, of the Netherlands, skates on his way to win the men's 10,000m race of the European Speed Skating Championships at the outdoor Ritten Arena in Collalbo, northern Italy, Sunday, Jan. 14, 2007. (AP Photo/Mirko Guarriello) Associated Press

„Sven Kramer is vergelijkbaar met Johann Olav Koss en Eric Heiden”, sprak de ervaren Noor Eskil Ervik al eerder dit seizoen. De nieuwe Europees kampioen zelf draait er ook niet omheen. „De mentale overmacht die ik nu heb, voelde ik vorig jaar bij de Spelen nog niet. Ik heb nu het gevoel dat ik kan winnen wat ik wil”, zei Kramer gisteravond in Collalbo.

Kramer mag de uitstraling en kwaliteiten hebben van de allergrootste schaatsers, hij brak pas op relatief late leeftijd door. „Toen Sven vijftien was reed ik hem er nog af”, zegt wielrenner en oud-schaatser Hidde van Nuil, al jaren bevriend met Kramer. „Zo goed was hij toen niet. Pas na zijn zestiende schoot Sven ineens vooruit.”

Marathonschaatser Peter de Vries (39), toen ploeggenoot van vader Yep Kramer, herinnert zich uit die tijd een lange, slungelige puber. „Sven trainde soms al met onze groep mee, en had een moeilijke fase. Zijn lichaam begon zich te ontwikkelen en dat is in het begin geen voordeel. Maar toen hij daar eenmaal grip op kreeg, is hij heel hard vooruitgegaan. Vanaf zijn zestiende heeft die jongen qua training verschrikkelijk veel geïnvesteerd in zijn sport.”

Goede eigenschappen voor fysiek zware sporten waren er volgens De Vries veel eerder. „Ik kwam al bij de familie over de vloer toen Sven nog een klein mannetje was. Hij had een tomeloze energie, moest altijd met iets bezig zijn. Als kind deed hij veel tegelijk: voetbal, tennis, schaatsen. En alles heel gedreven. Hij moest en zou winnen, kon absoluut niet tegen zijn verlies. Voor zijn ouders was het soms best moeilijk.”

Zijn vriend Van Nuil, even oud als Kramer, ontmoette hem voor het eerst op het ijs toen ze negen waren, bij het shorttracken. Later zouden ze elkaar opnieuw treffen bij Wielervereniging Olympia in Heerenveen. „Hij had toen al zo’n grote mond”, vertelt Van Nuil lachend over zijn eerste ontmoeting met de negenjarige Sven. „Ik kwam in die hal met een nieuwe helm, waarop een sticker met bloem zat. Hij zag dat en riep keihard door de hal: ‘Die bloem moet eraf! Dat is voor meiden!’ Uiteindelijk trok hij zelf die bloem van mijn helm, met een brede grijns, dat wel. Typisch Sven.”

„Tussen leeftijdgenoten kon hij wel dominant zijn”, zegt De Vries. „Maar in onze groep toonde hij een gereserveerdheid jegens de ouderen. In hun domein had hij geen grote mond.” Kramer doet nog altijd regelmatig mee aan wielertrainingen van de groep met De Vries. „Dan zit hij van begin tot eind te rammen”, lacht de tweevoudig winnaar van de alternatieve Elfstedentocht. „Ook al heeft hij van trainer Gerard Kemkers opdracht het rustig aan te doen, dan nog kan Sven het niet laten er soms een slinger aan te geven om de groep naar de verdommenis te rijden. Daar herken je de echte sportliefhebber in. Ik ben net zo, zijn vader Yep ook.”

De Vries vindt in het karakter van Sven Kramer veel terug van diens vader, oud-kernploeglid en in 1995 Nederlands kampioen marathon op natuurijs. „Zijn moeder Elly was ook heel goed, maar Sven heeft meer van Yep. Hij is misschien wat drukker, maar hun sportbeleving is precies hetzelfde. Vooral dat gewiekste, alles ervoor over hebben om te winnen. Sven heeft daarbij nog een voordeel qua atletisch vermogen en postuur.”

Veel schaatsers roemen – en vrezen – de onoverwinnelijke uitstraling die Kramer op zijn twintigste al heeft. Die uitstraling heeft hij volgens Van Nuil ook op de fiets. „Hij is de enige die niet fulltime traint voor het wielrennen, maar het hele peloton heeft het gevoel dat hij kan winnen. Iedereen heeft ontzag voor hem, hij zit er altijd bij. Hij kan verschrikkelijk afzien. Hij zegt altijd: die pijn is zo weer over, die overwinning blijft.” In juni werd Kramer nog tweede op het noordelijk districtskampioenschap bij de beloften.”

Op de ijsbaan herkent Van Nuil de imponerende figuur uit het peloton. „Als je hem ziet inrijden, zelfs als hij op het bankje bij de start zit, straalt hij dat uit: borst vooruit. Ook na de finish: nonchalant op één beentje door de bocht, twee armen omhoog, die blik. Als hij zegt dat hij gaat winnen, geloof je dat direct. Bij andere schaatsers is het vaak bluf. Dat is het verschil.” Zie de gebalde vuist en tong uit de mond waarmee hij in Collalbo al in de laatste bocht zijn Europese titel vierde.

Zijn zelfverzekerde houding betekent niet dat Kramer nooit twijfels heeft. Na zijn schitterende vijf kilometer in november in Berlijn stapte hij met Ireen Wüst en Paulien van Deutekom van het ijs om een week te gaan trainen in de zon op Lanzarote. Kramer vroeg zijn fietsmaatje om mee te gaan. Van Nuil: „Toen hij na een fietstraining last had van een been, zei hij: shit, ik had op het ijs moeten blijven.”

De Vries weet hoe Kramer reageert op tegenslagen. „Hij ligt weleens op de massagetafel bij mijn vader, die sportmasseur is. Als er een kink in de kabel komt, een verkoudheidje of zo, is hij enorm gestresst. Maar Sven heeft het grote voordeel van een heel ervaren vader, die alles in het schaatsen heeft meegemaakt. Met zijn familie heeft hij rust om zich heen. Na de winter gaat hij op zichzelf wonen, maar vlak bij z’n ouders. Hij leeft ook niet met oogkleppen op. Vorige week zat hij al in Collalbo, maar vlak voor het NK marathon kreeg ik nog een sms’je van hem, waarin hij me succes wenste. Dat typeert hem. Hij wordt een groot kampioen, maar blijft een prettig figuur.”

Lees ook het verslag van het vrouwentoernooi op pagina 13.

    • Maarten Scholten
    • Rob Schoof