Ze is tweede

Bijen in de lucht? Ik kon het haast niet geloven. Net na een dweilpauze tijdens de Europese kampioenschappen allround schaatsen had een televisiecamera de nijvere beestjes close in beeld. Op 1.200 meter hoogte vlogen ze vanuit hun houten hokken over de ijsbaan van het Italiaanse bergdorpje Collalbo.

De natuur is van slag, en schaatsster Ireen Wüst ook. De potentiële kampioene verloor met miniem verschil de gouden medaille. Ze kwam teruggerekend één meter tekort op de afsluitende vijf kilometer.

Dit waren de famous last words van de commentatoren, om en om uitgesproken: „Ze is tweede… Ze is tweede. Ongelofelijk. Ze verliest het. In de slotfase. Driehonderdste.”

Ireen Wüst overzag de ellende, remde – voor zover je met schaatsen kunt remmen – en plofte in een stoel. Ze sloeg de handen voor haar gezicht en bleef minuten zitten. Het was of ze verliezen nog nooit eerder had meegemaakt. Tussen de besneeuwde bergtoppen huilde een meisje. Huilen, huilen, helemaal alleen.

Het moest een keer gebeuren. Zoals je verwacht dat een wielrenner een keer tegen het asfalt smakt, of een wilde skiër een poortje zal missen. Ireen Wüst, toonbeeld van stoere Hollandse onverzettelijkheid in koude maanden, moest een keer verliezen, zo erg, dat de adem haar benomen werd om een decibellenreactie voor een microfoon te geven.

Niks keigaaf, superhard, onwijs, waanzinnig niet te geloven, gewoon lekker knallen. Nee, Ireen Wüst proefde de smaak van steenkoud verlies vanaf een plastic stoeltje op het middenterrein van een openluchtbaan. Ze was even stil.

Bejaarden lieten in het tehuis hun breiwerkjes vallen, automobilisten zetten hun wagens aan de kant, honden in het park jankten. Kennedy vermoord, Hirsi Ali het land uit, de verloren WK-finale van 1974, de as van André Hazes met vuurpijlen de lucht in; in die hoek moeten we het collectieve Nederlandse schaatsverdriet plaatsen.

Coach Gerard Kemkers kwam bij Wüst aan, gaf haar een tikje op het hoofd en zweeg. Omdat hij ook mannenschaatsers onder zijn hoede heeft, moest hij weer door met het toernooi. „Ik heb haar overgedragen aan de rest van het begeleidingsteam”, zei Kemkers. Ireen zou toch niet met een traumahelikopter naar haar hotel worden gevlogen?

Langzaam krabbelde Nederland op. Dat was waar ook, er moest dus iemand anders dan Wüst tot Europees kampioene gekroond worden. Het was de Tsjechische Martina Sáblíková, het 19-jarige meisje dat het voordeel had dat ze vaak op de baan van Collalbo trainde. Mart Smeets kwam na „pinnig” gelukkig net op tijd op „frêle” om het uiterlijk van Sáblíková te typeren.

De Tsjechische wilde de huldiging laten lopen om zo snel een vliegtuig naar Praag te kunnen nemen waar de verkiezing van Sporter van het Jaar op het punt van beginnen stond. Nuchterheid in topsport is een hoog goed.

Even later stond Sáblíková alsnog op het hoogste plan. Wüst was het verdriet te boven en maakte haar bekende olympische sprongetje naar de tweede plek op het podium. Sáblíková kreeg een krans omgehangen die deed vermoeden dat ze onmiddellijk na de huldiging zou kunnen sterven.

De zon zakte vlot achter de bergtoppen. Een paar dikke motten maakten een rondje onder het kunstlicht van een lantaarnpaal. Motten, ook al te vroeg dit jaar, net als de bijen eerder op de dag.

De natuur is van slag. Ireen Wüst had het kunnen weten.