Wit-Rusland raakt 40 procent van zijn olie-inkomsten kwijt

Rusland en buurland Wit-Rusland bereikten zaterdag een akkoord in het energieconflict dat de hoofdpijpleiding voor Russische olie naar Europa vorige week drie dagen drooglegde.

Naast een verdubbeling van de gasprijs en verkoop van de helft van gasdistributeur Beltransgaz, legt Rusland voortaan 53 dollar exportheffing op elke ton olie voor het buurland. Dat levert Rusland jaarlijks 1 miljard dollar extra op en kost de Wit-Russische schatkist 40 procent van zijn olie-inkomsten.

Tot vorig jaar kon Wit-Rusland gratis Russische olie importeren, bewerken en doorvoeren tegen een aanzienlijk lager exporttarief dan Rusland zelf. Wit-Rusland functioneerde zo als belastingparadijs voor Russische energieconcerns. Per jaar kostte dat Rusland zo’n 3,5 miljard dollar.

Hoewel 53 dollar minder is dan de 180 dollar die Moskou eiste, heeft Wit-Rusland zich er ook toe verplicht de eigen exportheffing op olie geleidelijk te verhogen, zo schrijft de Russische krant Kommersant. Rusland mag elke twee maanden de olietarieven herzien.

Voor Wit-Rusland zijn dit zware tegenvallers. Komend jaar zal blijken of deze ‘laatste planeconomie van Europa’ los van het Russische energie-infuus levensvatbaar is. Veel analisten vermoeden dat Wit-Rusland gedwongen wordt staatsbedrijven aan Russische zakengroepen te verkopen.

De Wit-Russische leider Loekasjenko kleedde gisteren zijn nederlaag in met schrille taal richting het Kremlin en openingen naar het westen. „Zij dachten een strop om Loekasjenko’s nek te trekken, maar dat mislukte”, aldus de president, die inzake energieveiligheid samenwerking met Europa en Amerika voorzag: „Wij zijn bereid met de duivel zelve samen te werken.” Loekasjenko noemt de geplande directe gaspijpleiding tussen Rusland en Duitsland het „idiootste plan uit de Russische geschiedenis ooit”.