Voyeurs

De redactie van de Volkskrant kreeg van lezers op haar donder, omdat ze allerlei foto’s van geweldsdelicten had geplaatst: van de executie van Saddam Hussein en van de expositie ‘Plaats Delict Amsterdam’. Op die expositie, in fotografiemuseum Foam aan de Keizersgracht, zijn foto’s te zien uit het archief van de Amsterdamse politie.

„Een misselijkmakende serie over lijken, smakeloos, wanstaltig. Wat doet u de nabestaanden aan?” vroeg een lezer. De ombudsman van de Volkskrant had afgelopen zaterdag begrip voor de klachten: „Wat ontbrak is een journalistieke verantwoording van het waarom...”

Een stimulerender signaal hadden wij, zijnde ‘het publiek’, kennelijk niet kunnen krijgen, want het was een dag later schuifelen geblazen in Foam. Er waren meer exposities in het gebouw, maar de politiefoto’s trokken verreweg de meeste belangstelling. Zelden zo’n aandachtig publiek gezien, sommige mensen leken het liefst in de foto’s te kruipen.

Zie je dat scheefgezakte lijk op de wc? Wat is er nou precies met hem gebeurd?

En wat ligt daar in het struikgewas? Een blote jongen of een meisje? Er staat een herenfiets naast, kijk maar. Het lijkt een meisje, maar als je goed kijkt zie je toch een soort lul, of vergis ik me nou?

De sensatiebelustheid kreeg ons allemaal in haar greep, niemand riep: „Waar is die journalistieke verantwoording nou toch?”

Nee, bloed wilden we zien, liefst met wat sperma erbij, een mishandeld ruggetje of een bungelende zelfmoordenaar. Zelf had ik me wijsgemaakt – misschien samen met de makers van de tentoonstelling – dat ik er vooral voor de kunst naartoe ging, maar toen ik er eenmaal stond, wilde ook ik waar voor mijn geld.

Kijk die vrouw nou toch eens, die daar met platgedrukt gezicht op het stoepje voor haar deur ligt. De trappen onder haar zijn donker gekleurd. Van bloed, hopelijk. Het zal je toch maar gebeuren.

Terwijl we verder schuifelden, verzonnen we de verhalen áchter de foto’s, want die had de politie er niet bij willen leveren. Daar is die kamer in de Baarsjes in het jaar 1975. We zien alleen een gebloemd behang en twee lelijke kunstleren stoeltjes. Verder niets, behalve dat ene: een kleine bijl op de grond. ‘Poging tot doodslag’ staat erbij. Enkele foto’s verder staat een blonde, gelaarsde vrouw boven een wasbak. ‘Wurgpoging prostituee’ , heet de foto. ‘Het’ moet kort hiervoor allemaal gebeurd zijn.

Ik moest steeds denken aan de foto’s van de Amerikaanse fotograaf Weegee. Hij was in de jaren veertig en vijftig straatfotograaf in New York en verdiende een klein fortuin aan ons voyeurisme. Weegee sliep tegenover het politiebureau en was aangesloten op het alarmsysteem daarvan. Op een van zijn beroemdste foto’s zien we een moeder en dochter uitzinnig huilen, terwijl ze naar een brand kijken waarin twee andere kinderen van het gezin zijn omgekomen. „I cried when I took this picture”, schreef Weegee erbij.

Weegee zal bij zijn werk wel vaker gehuild hebben, maar hij vergat nooit af te drukken.

Zo liepen wij, zestig jaar later, ook rond in Foam. We hadden erg te doen met de slachtoffers, maar we vergaten niet te kijken. Tegen de thuisblijvers zeiden we later: „Gruwelijk, maar fascinerend.”

    • Frits Abrahams