Tussen misdaad en mededogen

Zelfdoding is niet strafbaar, erbij helpen wel. Justitie eist acht maanden cel tegen een ‘zelfmoordconsulent’ die iemand hielp „op een waardige manier” een eind aan haar leven te maken.

Stichting De Einder helpt mensen die een einde aan hun leven willen maken, bijvoorbeeld met informatie over de te gebruiken middelen. Foto AFP Tablets and bottle on medical chart. Jupiterimages;AFP

Mimi de Kleine (54) wilde op 12 mei 2004 dood. Haar katten waren al ‘op de bus naar de hemel’, daar had de dierenarts bij geholpen. Mimi gaf nog een ‘goodbye-party’ op 27 april, om haar vrienden en vriendinnen afscheid van haar te laten nemen. De dag vóór haar geplande zelfmoord stond er een psychiater voor haar deur, met twee politieagenten. Ze wilden haar helpen, zij stuurde hen weg. Op 9 juni nam ze een dodelijke combinatie van medicijnen in en overleed, twee vriendinnen waren bij haar.

In haar afscheidsbrief schrijft Mimi dat ze niet ongelukkig, depressief of ziek is. Ze wil ‘naar huis’. Naar haar dochter die twaalf jaar eerder overleed. Weg uit deze wereld. „Als ik telkens weer zie wat mensen elkaar en weerloze dieren aandoen weet ik zeker dat ik daar geen deel meer van wil zijn. (...) Macht en Geld regeren.”

De weken voor haar dood, schrijft ze, is ze bedolven onder de bloemen, kaarten en geschenken. „Zó geweldig, dat ik misschien wel zou willen blijven!?” Maar: „De realiteit is, dat als ik dat zou besluiten alle aandacht in één klap weg is.”

Mimi de Kleine vond dat elk mens recht heeft om over het eigen leven te beschikken. „Iedereen die vrijwillig kiest voor het levenseinde, moet dat op een waardige manier kunnen doen.” Voor de trein of van het dak springen, is niet waardig. Ze wilde niet anoniem blijven, haar laatste besluit moest openbaar worden.

Voor Ton Vink (53) gepromoveerd filosoof en suïcide-consulent had dat consequenties. Hij heeft Mimi de Kleine tot een week voor haar dood begeleid bij haar suïcide-wens. Tien maanden hebben ze regelmatig telefonisch gesproken, hij stuurde haar algemene informatie over zelfdoding en een fax met geschikte medicijnen. Hij was niet op haar afscheidsfeest en ook niet bij haar dood. Toch verdenkt het Openbaar Ministerie hem van strafbare hulp bij zelfdoding en eiste twee weken geleden acht maanden celstraf, waarvan vijf voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Volgende week zal de strafrechter in Amsterdam uitspraak doen.

Ton Vink werkt als vrijwilliger voor stichting De Einder, een stichting die mensen met een doodswens informeert en begeleidt. Jan Hilarius richtte De Einder op 2 juni 1995 op. Bij de stichting werken zes counselors. Uit het jaarverslag blijkt dat het aantal ‘hulpvragen’ en daaruit voorkomende zelfdodingen redelijk stabiel is. Alleen in 2002 was het aantal begeleidingen uitzonderlijk hoog (374) en in dat jaar pleegden niet 32 mensen zelfmoord, maar 46.

Zelf denken de counselors dat die plotselinge stijging te maken heeft met de ‘klopjacht’ van justitie op de stichting en de vrijwilligers die rond die tijd begon. In 2001 vervolgde het Openbaar Ministerie de eerste counselor van De Einder: Willem Muns. Hij heeft vier maanden in de gevangenis gezeten. Daarna volgde Jan Hilarius, de voorzitter. Tegen hem werd vier maanden cel geëist. Zijn zaak ligt nu bij de Hoge Raad. Ton Vink is de derde.

‘Behulpzaam zijn’ bij zelfdoding is strafbaar volgens artikel 294 uit het wetboek, er staat maximaal drie jaar cel op. Het artikel, ingevoerd in 1886, is een „witte raaf”, zegt Wim Anker, advocaat van Ton Vink. Zelfmoord is niet strafbaar, maar de hulp erbij wél. Het enige wetsartikel dat erop lijkt is dat over ontsnapping van een veroordeelde crimineel. Ontsnappen is niet strafbaar, erbij helpen wel.

Vóór de invoering van de wet, werd zelfmoord wel bestraft. Als de poging was mislukt, gebeurde dat met gevangenisstraf, als het was gelukt, kreeg het lichaam een ‘ezelsbegrafenis’ en werd in ongewijde grond begraven. Met de nieuwe wetgeving in 1886 verdween de strafbaarheid van zelfmoord, maar bleef de overtuiging, bij de meeste mensen, dat de daad wel strafwaardig is. Een zelfmoordenaar doet zichzelf, zijn familie, de samenleving en/of God iets aan.

Wat bij de invulling van het artikel 294 meespeelde, was de zaak-Dettemeijer in 1858. Een jong meisje en een officier wilden trouwen, maar de vader van het meisje weigerde toestemming. Het stel besloot samen een einde aan hun leven te maken. De officier zorgde voor de middelen. Ze namen allebei het gif in. Zij overleed, hij niet. De officier werd gestraft als medeplichtige aan moord.

Jurist H. van Manen schreef in 1869 dat hulp bij zelfdoding moest worden behandeld als een delict. Als het meisje het vergif zelf had moeten regelen, en alleen had moeten innemen, was ze misschien teruggedeinsd, vond hij. „Ondervindt hij (de zelfdoder, red) tegenstand, moet hij alles zelf verrigten en wordt hem bovendien zijn euveldaad ernstig ontraden, dan komt hij mogelijk tot bezinning of welligt ontzinkt hem de moed. Het maakt een verbazend groot verschil alleen, of bijgestaan door een ander eenig kwaad te bedrijven.”

Hulp bij zelfdoding lijkt misschien hetzelfde als euthanasie. Maar dat is het niet. Euthanasie is, op verzoek, het leven van een ander beëindigen. En meestal is die ander ernstig ziek en lijdt ondraaglijk en uitzichtloos. Euthanasie is voorbehouden aan artsen die, als ze aan de wettelijke zorgvuldigheidseisen voldoen, niet strafbaar zijn. Bij zelfdoding neemt iemand zijn eigen leven. En als een vrijwilliger daarbij helpt, is dat strafbaar. Van die strafbaarheid maakt justitie sinds 2001 werk. Officier van justitie Hetty Hoekstra is de ‘zelfdoodspecialist’ bij het Openbaar Ministerie. Nu de zaak tegen Ton Vink en Hilarius nog loopt, kan ze niet veel zeggen. Maar het lijkt erop of justitie probeert het begrip ‘behulpzaam bij’ uit het wetsartikel te definiëren. Met elk volgend proces komt in jurisprudentie vast te liggen wat nog net wel en, vooral, niet mag.

Willem Muns, humanistisch raadsman deed de yoghurt in een bakje, maakte een jampotje open, zette kommetjes klaar. Voorbereidende handelingen, vond justitie. In de yoghurt zou zijn 81-jarige cliënte haar dodelijke poeder mengen. De jam maakte de yoghurt minder bitter. Hij adviseerde haar een elastiekje om de zak op haar hoofd te doen. Dat kwam neer op instructie geven, vond de rechter, en dat mag niet. Muns, die bij de zelfdoding aanwezig was, had te veel de regie gehad.

Bij de zelfdoding aanwezig zijn, vond de Hoge Raad op zichzelf niet strafbaar. Maar je moet, zegt Willem Muns, als counselor op je handen gaan zitten. Hij is aanwezig bij de rechtszaak tegen Ton Vink. Samen met andere oud-zelfmoordcounselors. Wiene Mulder-Meiss bijvoorbeeld, vertrouwensarts van de Vereniging Vrijwillig Leven. Zij werd ook veroordeeld voor haar hulp, maar hoefde de gevangenis niet in omdat ze te oud was. „Ik was er altijd bij”, zegt zij. „Het is onmenselijk om iemand alleen te laten sterven.” Willem Muns: „Je denkt: hè, hè, dat is voorbij. Die is uit zijn lijden verlost. Waarom hebben mensen daar zo’n moeite mee?”Waar is, zegt Wiene Mulder, het mededogen?

Jan Hilarius (74) sprak en correspondeerde in 2004 een aantal keer met een 25-jarige vrouw uit Wervershoof. Nooit meer wat gehoord van die vrouw, zegt Hilarius. Máánden later stond de politie bij hem voor de deur. „De vrouw was in foetushouding in haar bedje gevonden. Het was dus precies zo gegaan als we graag wilden.” De politie vond brieven van Hilarius in het huis van de vrouw, haar moeder deed aangifte tegen hem. Wat justitie hem vooral aanrekent, is dat hij de vrouw medicijnen zou hebben gestuurd. „Ik kan het niet ontkennen, want ik wéét het gewoon niet meer,” zegt Hilarius. Hij weet wel dat ze een enorme voorraad pillen had gespaard. Ze had te veel pijnstillers, maar te weinig slaapmiddelen. Het kan zijn dat Hilarius heeft bemiddeld tussen haar en een andere cliënt die pillen had om te ruilen.

Bij de eerste rechtszaak in Alkmaar zag Hilarius haar familie voor het eerst. „Haar moeder was zo wild, die werd vermaand door de rechter.” De vrouw zou aan borderline hebben geleden, een psychische ziekte. Voor de familie, zegt Hilarius, was het erg moeilijk te accepteren dat ze dood wilde. Voor hem zat er geen emotie bij, zegt hij. „Ik begrijp het jarenlange verdriet om een zieke dochter.” Hij heeft zelf twee zoons. „Maar haar zelfdoding is juist een verlossing.” Bij de zaak in hoger beroep, was Hilarius zelf niet aanwezig, hij was die dag vijftig jaar getrouwd. Daar werd nog aangevoerd dat de vrouw, door haar ziekte, wilsonbekwaam was. „Onzin. Ze heeft máándenlang pillen gespaard. Ze wist wat ze wilde. Het was geen wanhoopsdaad.” Het hof veroordeelde Hilarius tot een jaar cel, waarvan acht maanden voorwaardelijk. Het Openbaar Ministerie vindt Hilarius een overtuigingsdelictpleger. Hij is overtuigd dat hij het goede doet, hij zal nooit ophouden te ‘helpen’.

Hilarius gaat in cassatie. In de wet staat dat hulp strafbaar is, als de zelfmoord erop volgt. De 25-jarige vrouw heeft, vlak voor haar dood, nog een huisarts en een psychiater om hulp gevraagd. „Die artsen moeten vervolgd.”

Ton Vink kende alle rechtszaken en de jurisprudentie over hulp bij zelfdoding. Algemene informatie geven, gesprekken voeren en morele steun geven mag. Hij dacht dat hij met Mimi de Kleine precies binnen de grenzen van de wet bleef. Daar denkt officier van justitie Hetty Hoekstra anders over. „Vonk is geen medicus. Hoe wist hij dat ze niet depressief was?”

De meeste mensen die niet ziek of oud zijn en toch dood willen, hebben een vorm van depressie, vindt Hoekstra. Vonk zegt dat hij zeker weet dat het bij Mimi de Kleine ging om een „balans-suïcide”. Ze was „emotioneel in evenwicht”. Er zijn nu eenmaal mensen die niet willen leven, en die zijn heus niet allemaal gek of ziek. Wat hij schandalig vindt, is dat die mensen zijn aangewezen op het illegale circuit om pillen te krijgen. Dat een oude man, meneer Franeker van over de tachtig, hem komt laten zien hoe hij het wil gaan doen: twee plastic zakken, een schoenendoos voor in de zak om te voorkomen dat het plastic aan neus en mond vastplakt. Hij noemt dat: de methode-Rouvoet. Genoemd naar de fractievoorzitter van de ChristenUnie. Fel tegenstander van euthanasie en hulp bij zelfdoding.

Zelfbeschikking is hét sleutelwoord van stichting De Einder. Ze vinden dat de dood zo gemedicaliseerd is dat een ‘natuurlijke dood’ eigenlijk niet meer bestaat. Dat het leven kunstmatig wordt gerekt. Mensen overlijden aan machines, vaak na een eindeloze lijdensweg. Hoeveel mensen zijn er niet die net als meneer Franeker dat moment van totaal verval en afhankelijkheid vóór willen zijn. En als iemand als Mimi de Kleine, ook als is ze nog jong en redelijk gezond, niet meer wil, dan moet dat mogen.

Hetty Hoekstra, officier van justitie zegt dit: de counselors gaan er ten onrechte vanuit dat zelfbeschikking prevaleert boven alles. Maar dat is niet zo, zegt ook Esther Pans. Zij promoveerde op het proefschrift ‘De normatieve grondslagen van het Nederlandse euthanasierecht’. Zij zegt: „Voor de wetgever prevaleert de beschermwaardigheid van het menselijk leven.” Alleen een arts mag een leven beëindigen. „De arts is een waarborg dat het zorgvuldig en weloverwogen gebeurt.” Jan Hilarius gelooft daar niks van. „Ze doen precies hetzelfde als ik. Alleen zijn zij met z’n zessen, en ik sta er alleen voor.”

De wetgever, zegt Esther Pans wil het leven beschermen, ook al heeft het geen waarde meer voor het individu. En daarom, met het oog op „normhandhaving” vindt justitie dat Ton Vink gevangenisstraf verdient. Hij heeft Mimi de Kleine zo geïnformeerd, dat het op een instructie is gaan lijken. Hij heeft de standaarddosering van de dodelijke medicijnencombinatie aangepast aan de situatie van Mimi de Kleine. Ze slikte al andere medicijnen, dus ze kon beter wat meer nemen om er zeker van te zijn dat het zou lukken.

Per jaar zijn er 1.500 geregistreerde zelfmoorden. Ruim dertig daarvan worden begeleid door De Einder. Iemand helpen bij de zelfgekozen dood, klinkt sympathiek zegt Esther Pans. „Maar je neemt wél de verantwoordelijkheid.” Zou de zelfdoder, zegt zij, toch wat verantwoordelijkheid voor zijn daad afschuiven op de counselor? Geeft de counselor net het laatste zetje? „Het is niet raar om toezicht te houden op mensen die betrokken zijn bij het doden van anderen.”

Justitie beroept zich op de wet en zegt: zelfbeschikking prima. Maar als je jezelf wil doden, doe het dan ook alleen. Pans: „De strengheid van justitie heeft te maken met het christelijke gedachtegoed van onze samenleving. De overheid beschermt je. Ook tegen wat je zelf wil.”

    • Rinskje Koelewijn