Spel-alarm

‘Studenten kunnen niet meer spellen’, luidde afgelopen zaterdag de alarmerende kop op de voorpagina van deze krant. De Erasmus Universiteit is onlangs met een ‘bijspijkercursus’ Nederlands begonnen, net als de Haagse Hogeschool. De Universiteit van Amsterdam heeft een website voor taalproblemen opgezet en de Universiteit van Leiden denkt na over een taaltoets.

In het artikel worden allerlei autoriteiten aangehaald die menen dat het treurig is gesteld met het taalniveau van studenten: zij kunnen niet meer spellen en hebben geen kennis meer van de grammatica. Reden: op de basisschool en in het voortgezet onderwijs zou hier steeds minder aandacht aan worden besteed.

Het artikel op de voorpagina verwees naar een groter stuk in het Zaterdags Bijvoegsel – van Japke-d. Bouma – en daarin kwamen gelukkig ook nog enkele mensen aan het woord die vinden dat het allemaal wel meevalt. Harde cijfers waaruit zou blijken dat het kennisniveau van scholieren schrikbarend is gedaald ontbreken, want hier is geen onderzoek naar gedaan. Tien jaar geleden was het ook al niet veel soeps, verklaarde een hoogleraar, en een ander vond het logisch dat het taalpeil daalde, want het aantal studenten is de laatste twintig jaar enorm toegenomen.

Ik wil hier een persoonlijke herinnering aan toevoegen. Ik ben in 1980 geschiedenis gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor had ik op de mavo en de havo gezeten, om te eindigen met een staatsexamen vwo. Ik kon absoluut niet goed spellen toen ik ging studeren. Van mijn docenten heb ik daar zelden iets over gehoord. Wel zei een hoogleraar in een van de eerste colleges dat de studenten tegenwoordig (27 jaar geleden dus) zo verrekt weinig wisten. Ik vond dat niet erg stimulerend; ik was juist gaan studeren omdat ik meer wilde weten.

Na twee jaar studeren ben ik erbij gaan werken, in de journalistiek. Daar, bij het weekblad voor de Universiteit van Amsterdam, kreeg ik te horen dat mijn kopij wemelde van de dt-fouten en dat ik daar echt iets aan moest doen. Van mijn eerste salaris heb ik bijlessen genomen bij een docente Nederlands. Zij vond het vreemd dat ik op de lagere school – we spreken nu jaren zestig – de grammatica niet beter had geleerd, maar ze was erg geduldig en binnen een paar maanden snapte ik eindelijk hoe het zat met die verdomde dt.

Dat wil zeggen: het is nooit mijn sterkste kant geworden. Af en toe blijf ik halverwege een zin hangen omdat ik niet goed weet hoe ik het werkwoord moet spellen. Meestal verzin ik dan snel een andere formulering, maar soms bel ik een vriend op om te overleggen. Hij is hoogopgeleid, heeft een enorm goed taalgevoel, maar het komt geregeld voor dat ook hij even twijfelt. „Ja, dat is een lastige constructie, even denken...”

Ik bedoel maar: de grammatica van het Nederlands is nou eenmaal erg lastig. Er zijn maar heel weinig mensen die foutloos schrijven. Dat is altijd al zo geweest. We horen nu over studenten die slecht spellen. Dan hebben we het dus over jongeren die meestal vwo of gymnasium achter de kiezen hebben. Als zij het al niet kunnen, hoe zit het dan met al die andere, lager opgeleide jongeren en volwassenen?!

Niet alleen studenten spellen slecht, héél veel mensen spellen slecht. ‘Verkeerd in goede staat’ komt op internet vaker voor (namelijk 45.800 keer) dan ‘verkeert in goede staat’ (41.300 maal). Moet de spelling dan alsnog worden vereenvoudigd? Of moet je je simpelweg niet te druk maken over spelfouten? Graag lees ik uw mening hierover op www.nrc.nl/woordhoek. Woord vervolgt.

Ewoud Sanders

    • Ewoud Sanders