Roeisters richten zich na ‘shitjaar’ op Spelen

René Mijnders is de nieuwe bondscoach van de vrouwenroeiploeg. Alles staat dit jaar in het teken van kwalificatie voor de Olympische Spelen van volgend jaar in Peking.

Michiel Dekker

Réne Mijnders begon zijn functie als roeibondscoach van Zwitserland met maar eens rond te vragen: weet jij geen talentvolle roeiers? Twee jaar later heeft het land een mannenacht die bij wereldbekerwedstrijden tegen de internationale top aanschurkt. Mijnders (52) werd zaterdag tijdens de nieuwjaarsbijeenkomst van de Nederlandse roeibond KNRB voorgesteld als de nieuwe bondscoach van de vrouwen. Na een mislukt jaar schreven zij zelf alvast een plan van aanpak richting de Olympische Spelen van 2008 in Peking.

Mijnders, coach van de befaamde Holland Acht die in 1996 een gouden olympische medaille won in Atlanta, vertrok twee jaar geleden wegens gebrek aan subsidie bij de KNRB naar een land met bescheiden roeidromen. „In Zwitserland is een gebrek aan wedstrijdroeiers”, vertelt hij in het olympisch trainingscentrum aan de Bosbaan. „Dan kun je wel een tweetje of een viertje willen opbouwen, maar daar wordt de sport in het land niet beter van. Ik heb gezegd: we beginnen groot en proberen een acht samen te stellen.”

De Zwitserse projectcoach Alexander Ruckstuhl zocht op verzoek van Mijnders de meren af naar talent. „Je zoekt tussen mensen die helemaal niet aan internationaal roeien denken. Ze trainen een paar keer in de week bij een vereniging en hebben geen idee dat ze kanshebber zijn op het grote werk. Maar met goede training en een beetje geluk kan dat best wat worden.”

Het resultaat was een groep van twaalf roeiers van heterogeen niveau, waarbij eigenlijk alleen de eerste acht het vereiste niveau haalden. Toch verraste de Zwitserse acht vorig seizoen bij de wereldbekerwedstrijd in München met een achtste plaats. Bij de wereldbekerwedstrijd in Luzern haalde het vlaggenschip zelfs de finale, waarin het vierde werd. „Het was alsof ze olympisch kampioen werden”, kijkt Mijnders terug. „Het was veertig jaar geleden dat Zwitserland een boot had in de finale van het koningsnummer op de eigen Rotsee. Het hele land leefde mee.”

Bij de wereldkampioenschappen in Eton gaven de Zwitserse roeiers de wereldbekercyclus een goed vervolg met een plaats in de B-finale, die de Nederlandse acht niet haalde. In het olympische traject verkiest Mijnders „een rolletje als mentor” bij de Zwitserse roeibond.

In dienst van de KNRB treft hij een Nederlandse vrouwenselectie die een „shitjaar” achter de rug heeft. De roeisters maakten begin vorig seizoen met bondscoach Josy Verdonkschot de afspraak zich te richten op het grootste boottype. De Commissie Toproeien (CTR) van de roeibond besloot halverwege tot een koerswijziging, waardoor in Eton geen vrouwenacht aan de start lag. Een vertrouwensbreuk met de roeisters en het ontslag van Verdonkschot waren het gevolg. De CTR vond eind oktober een opvolger in één van de meest ervaren Nederlandse roeitrainers die mede door aanstaand vaderschap was te verleiden tot een terugkeer.

Aan Mijnders de taak een acht te formeren uit een selectie van dertien vrouwen waartoe ook Marit van Eupen behoort. De skiffeuse prolongeerde in Eton haar wereldtitel in de lichte – niet-olympische – gewichtsklasse. In Nederland is geen lichte roeister te vinden die het niveau van Van Eupen ook maar benadert. Daardoor is een ‘tweetje’ met olympische medaillekansen uitgesloten, stelt de CTR, die geen bondscoach aanstelde voor de lichte vrouwen.

De zware vrouwen benutten het najaar voor uitgebreide evaluatie van het afgelopen seizoen. „Ze hebben een paar bijeenkomsten gehad op sportcentrum Papendal. Daar was ook Wim Keizer bij, de mentaal begeleider van de roeibond. Ze hebben vastgesteld wat niet goed is verlopen. Daar is een dik boekwerk uit ontstaan, met afspraken over toewijding, beschikbaarheid en centrale training. In grote lijnen zijn het zaken die iedere coach je kan vertellen.”

Hoeveel leiding behoeft een roeiselectie die het vertrouwen opzegde in een vorige bondscoach en een compleet werkplan heeft klaarliggen voor diens opvolger? Mijnders: „Ik proef vooral bereidheid en dat is prettig. Maar het plan heeft een aantal knelpunten. Ik wil afwijken van de afspraken over beschikbaarheid. Het is wel iets anders of je een baan als hersenchirurg opgeeft voor het roeien of je werkt achter de kassa. Ook woont niet iedereen dicht bij de Bosbaan. Kun je voor een plekje in de acht, dat niet gegarandeerd is, je hele leven in Groningen achterlaten? Er zijn roeisters die onder die groepsdruk wilden stoppen, maar die zijn teruggekomen op hun besluit.”

Mijnders wil aan de trainingsselectie van dertien vrouwen regelmatig talentvolle roeisters toevoegen. „Daar wil ik flexibel in zijn. Behalve dat je hun ontwikkeling en coachbaarheid kunt volgen, is een nieuw gezicht ook goed voor de ervaren groep. Redelijk wat mensen zaten al in de acht die in 2004 olympisch brons won in Athene en in 2005 brons won bij de WK in Gifu. Maar in Peking zul je echt aanzienlijk harder moeten roeien voor een medaille dan in Athene.”

Kwalificatie voor de Olympische Spelen is het enige dat dit jaar telt voor Mijnders. Daartoe moet de acht bij de eerste vijf eindigen bij de wereldkampioenschappen, eind augustus in München. Eventueel is er een ontsnappingsroute via de wereldbekerwedstrijd van 2008 in Luzern, waar twee olympische startbewijzen zijn te verdienen.

Mijnders: „Het speelt al enorm. In Sevilla trof ik vorige week wat Engelse coaches en die zijn ook al zenuwachtig. Het gaat dit jaar puur om kwalificatie.”

    • Michiel Dekker