Rechter in dienst van het regime

Ooit besliste opperrechter Awad al-Bandar over leven en dood in Irak. Vandaag werd hij opgehangen omdat hij zelfs kinderen ter dood veroordeelde.

Awad Hamed al-Bandar tijdens zijn proces, vorig jaar april. Foto AFP (FILES) -- File picture dated 06 April 2006 shows Awad Hamed al-Bandar, former head of Iraq's Revolutionary Court which issued death sentences against 143 Dujail residents, testifying during his trial held in Baghdad's heavily fortified Green Zone. Two former Saddam aides, Bandar and Barzan Ibrahim al-Tikriti, Saddam's half-brother and former intelligence chief, were executed early 15 January 2007, a top Iraqi government official told AFP on condition of anonymity. The two men had been found guilty, along with the former dictator, of crimes against humanity for the killing of 148 Shiites from the village of Dujail in 1980s. AFP PHOTO/POOL/DAVID FURST AFP

Saddam en zijn halfbroer Barzan zijn opgehangen omdat ze verantwoordelijk worden gesteld voor het bloedbad in het dorpje Dujail. Daar werd in 1982 een mislukte aanslag op Saddam gepleegd en als wraak werden 148 shi’itische dorpelingen vermoord. Hun ‘vonnissen’ werden tijdens schijnprocessen uitgesproken door opperrechter Awad Hamed al-Bandar, voorzitter van het Iraakse Revolutionaire Hof. Voor die bedenkelijke rol werd Bandar afgelopen november net als Saddam en Barzan ter dood veroordeeld.

Volgens de aanklagers heeft Bandar, die 61 jaar is geworden, destijd zelfs slachtoffers veroordeeld die al gedood waren. Ook werd Bandar tijdens het proces tegen hem voor de voeten geworpen dat hij de doodstraf had geveld over 35 teenagers die volgens de wet nog te jong waren om een dergelijke straf te krijgen. Het jongste slachtoffer was dertien.

Bandar, die zei als rechter destijds te hebben gehandeld naar de Iraakse wetten van die tijd en in die zin slechts orders te hebben opgevolgd, verklaarde onschuldig te zijn. „Ik ben een rechter en mijn geweten zou mij niet toestaan iemand onder de twintig jaar ter dood te veroordelen.” Dat werd niet geloofd door het Iraakse tribunaal.

Onder andere Human Rights Watch heeft kritiek geuit op de procesgang tegen Bandar (en de andere veroordeelden). De voormalige opperechter, gestoken in traditionele Arabische kledij, hield zich tijdens de rechtszittingen meestal rustig. Maar als Saddam en zijn halfbroer Barzan verbaal tekeer gingen tegen de rechters, hield hij zich niet afzijdig.