Onbegrip over oordeel Hof Europa

Opmerkelijk en ook onbegrijpelijk. Zo noemt de voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak, A.H. van Delden, de veroordeling van Nederland door het Europese Hof voor de mensenrechten, wegens onmenselijk handelen bij de voorgenomen uitzetting van een Somalische asielzoeker. Hij noemt het „tot op grote hoogte onbegrijpelijk” dat het Hof het toelaat dat de asielzoeker geen beroep bij de Raad van State instelde. Tot nu toe worden klagers die dat nalaten, niet ontvankelijk verklaard. In dit geval zegt het Hof echter dat de asielzoeker „vrijwel geen enkele kans op succes” zou hebben bij de Raad van State.

Van Delden zei gisteren in het televisieprogramma Buitenhof dat Straatsburg bij zijn weten nooit eerder de hoogste rechter in een lidstaat zo heeft gepasseerd. „Behalve dan Turkije en Griekenland toen daar de militairen aan de macht waren.” De uitspraak van het Hof lijkt aan te sluiten bij kritiek van vreemdelingenrechters en wetenschappers die vinden dat de Raad van State vrijwel altijd ten gunste van de minister oordeelt. Van Delden: „Als de Staat veel gelijk krijgt dan betekent het dat ze juist vaak zorgvuldig handelt.” Aan de onafhankelijkheid van de Raad hoeft volgens hem niet te worden getwijfeld.

De verruiming van de bescherming van asielzoekers tot bedreigde groepen in plaats van individuen door het Hof zou volgens Van Delden „een enorm verschil” kunnen maken. „Ik vraag me af of ze zich wel gerealiseerd hebben wat ze gedaan hebben”. De toetsing door het Europese Hof van de toestand in Somalië met behulp van andere bronnen dan de landenrapporten van Buitenlandse Zaken, is volgens hem geen correctie. „De Raad van State kijkt ook naar andere bronnen.”