Nederlandse handboeien en wapenstok voor hulpagent

Onder leiding van Nederlandse militairen worden Afghanen in twee weken opgeleid tot hulpagent. Zij moeten de bevolking een gevoel van veiligheid geven.

Nederlanders leiden hulpagenten op. Foto Richard Frigge Afghan Auxilliairy police is being trained by the Dutch and Americans at Camp Holland in Tarin Kowt. Ronald de Hommel

In het gelid staan is niet het sterkste punt van de in blauw uniform gehulde Afghanen die in een uithoek van de Nederlandse legerplaats bij Tarin Kowt staan. Amerikaanse instructeurs proberen tevergeefs de mannen bij te brengen dat ze zich moeten richten op de man die voor ze staat. Eén van de cursisten is zo vermoeid na een dag les in verkeersregels, handboeien omdoen en met een spiegeltje de onderkant van auto’s op explosieven controleren, dat hij voortdurend op zijn knieën zakt.

We zijn op de twee weken durende opleiding tot hulpagent, die onder verantwoordelijkheid staat van de Nederlandse militairen in Afghanistan. Hier staan 107 agenten in spé opgesteld met in het midden van een appèl het hoofd personeelsdienst van de politie in Uruzgan, een Afghaan, die namen staat op te lezen van een papier. Wie wordt opgenoemd, gaat aan de andere kant van de appèlplaats staan. Een dertigtal cursisten blijft bedremmeld over.

Er is een probleem, zegt kapitein der marechaussee Henk, leider van dit opleidingscentrum. De bedoeling is dat de Afghaanse overheid de cursisten screent. Per slot van rekening moeten deze mannen straks op zo veel mogelijk plekken controleposten gaan bemannen – in ruil voor 70 dollar per maand. Maar de groep van dertig toekomstige hulpagenten blijkt door Amerikaanse militairen zonder verdere informatie vanaf hun thuisdistrict Khas Uruzgan in een helikopter richting Tarin Kowt te zijn verscheept.

Generaal Qasum van de politie in Uruzgan, die als hoogste functionaris het gebeuren overziet, tilt niet zwaar aan het probleem. „Uiterlijk zondagochtend om tien uur komt de gevraagde informatie”, roept hij opgewekt, alvorens in zijn jeep te stappen.

De NAVO-macht ISAF wil het gezag én de veiligheid zo spoedig mogelijk aan de Afghanen zelf overdragen. In snel tempo worden overal in het land militairen voor het Afghaanse leger (ANA) en gewone politieagenten opgeleid. Maar het omvangrijkste programma is de opleiding tot hulpagent, omdat hiermee de grote onveiligheid in het land moet worden aangepakt. De Afghaanse regeringheeft bepaald dat de provincie Uruzgan recht heeft op 1001 van deze overheidsdienaren.

Tot op heden hebben 330 cursisten de opleiding met goed gevolg afgelegd. Zij hebben de opleiding verlaten met een geldig politie-identiteitsbewijs, dat tevens recht geeft op het innen van het salaris op de bank. Van de Amerikanen kregen zij een uniform en een kalasjnikov mee, van de Nederlanders handboeien en een wapenstok.

Het aantal uitvallers is gering, vertelt instructeur Ben, opperwachtmeester van de marechaussee. Van de vorige lichting van 120 vielen er elf af. Vijf van hen waren te jong; de Nederlanders willen zich niet schuldig maken aan de opleiding van kindsoldaten. Zes anderen moesten de opleiding staken wegens een verregaand gebrek aan discipline.

„Om mijn land te dienen”, zegt een 22-jarige cursist uit Chora als hem wordt gevraagd naar zijn beweegredenen om bij de hulppolitie te gaan. Zijn even oude collega uit Chachina geeft hetzelfde antwoord. Beiden zeggen dat ze ook nu al bij de politie werkzaam zijn, maar dat is vermoedelijk een misverstand, legt kapitein Henk uit. Overal in Afghanistan zijn privémilities aan het werk die op eigen gezag of in dienst van privépersonen wegen controleren en, zo vreest Henk, daarbij ook vaak een soort tol heffen.

Met het instellen van de Afghaanse hulppolitie (Afghan National Auxiliary Police, ANAP) wordt beoogd om dit soort controles onder het gezag van de Afghaanse regering te brengen, ten bate van het centrale staatsgezag.

Aan het eind van de dag mogen alle cursisten hun uniform weer uittrekken. Zij slapen niet op de basis, maar in een logement in de stad. Op een drafje begeven ze zich naar de uitgang van de basis. Het is bijna vrijdag, hun vrije dag.

    • Raymond van den Boogaard