Het moet echt veel moderner

Iedereen kent zijn ambities, gisteren werd hij eindelijk officieel presidentskandidaat.

Maar wat wil Nicolas Sarkozy met Frankrijk? En met Europa?

Het dorp Jussey in Frankrijk. jussey frankrijk,12/8/99. foto leo van velzen/nrc.hb. Velzen, Leo van

Er breekt geen brede lach door op het gezicht van Nicolas Sarkozy als hij officieel door zijn partij, de rechtse UMP, is aangewezen als Franse presidentskandidaat. Jaren heeft hij toegewerkt naar het moment dat hij vandaag beleeft, voor een publiek van tachtigduizend fans (zeggen zijn medewerkers) in de Parijse congreshal bij de Porte de Versailles. „Ik denk alleen maar daaraan”, zegt Sarkozy al jaren over het presidentschap.

Het strijdplan voor de komende drie maanden is tot in detail uitgewerkt. Hij blijft nog even minister, maar vanaf nu is hij vooral op campagne.

Sarkozy belooft Frankrijk te verlossen van dertig jaar blokkades en groeiende wanhoop. Hij wil de president worden die de opmars van extreem-rechts heeft gestuit en de Fransen ervan heeft overtuigd dat het land niet in verval is. Met hem gaat werk straks weer boven staatshulp. Immigranten komen er niet in als ze niet van het land houden, zoals hij, zoon van Hongaarse immigranten, van het land houdt. Politici worden weer betrouwbaar en de president gaat verantwoording afleggen aan het parlement. Mensen hoeven de straat niet op om gehoord te worden. Frankrijk wordt ‘irréprochable’, belooft Sarkozy. Foutloos. Een voorbeeld voor de wereld. ,,Ik ben niet bang voor het woord moraal.”

Maar eerst de uitslag van de interne voorverkiezingen. Frans rechts is traditioneel een haard van intriges en clangevechten. Dit keer heeft de UMP voorverkiezingen via internet georganiseerd, net als de sociaal-democratische concurrent. Met een verschil: de tegenkandidaten van Sarkozy zijn weggebleven. Rivalen heeft hij wel. Premier Dominique de Villepin weigert voor Sarkozy te stemmen zolang president Chirac – vooralsnog ook geen aanhanger van Sarkozy – zich nog niet officieel heeft afgemeld als kandidaat.

Maar andere Chirac-getrouwen hebben zich wel achter hem geschaard, zoals de ex-premiers Juppé en Raffarin, en minister van Defensie Michèle Alliot-Marie. Bleef de vraag of de UMP-leden waren geïnteresseerd in verkiezingen tussen Sarkozy of blanco. Het percentage voorstemmers – 98 procent – zei niet zoveel. Het ging om de opkomst.

Sarkozy incasseert het percentage als het op het enorme scherm verschijnt. 69,07 procent. Niet meer. Hij schikt zijn jasje, staat op en beent naar het immense podium vanwaar hij de fans kan overzien. Zij juichen, toeteren, klappen. Het hardst de jonge fans die vooraan zijn geplaatst, in het zicht van de tv-camera’s. Sarkozy begint zijn toespraak meteen. „Op dit moment, waarvan iedereen vermoedt hoe belangrijk het is voor Frankrijk...” Hij spreekt gedreven, met geoefende emotie – wijkt niet af van zijn geschreven tekst. „Alleen maar bedankt zeggen doet geen recht aan wat ik nu voel…”

In de zaal luistert UMP-lid Mustapha Karki, een vlotte consultant uit Poitiers, onbewogen mee. ,,Ik denk dat hij wel anders is dan Jacques Chirac”, becommentarieert hij. ,,Sarkozy meent wat hij zegt. Chirac deed rechts, maar was links. En hij veranderde erg vaak van opvatting.” Denkt hij dat Sarkozy, in zijn oprechtheid, zijn beloften zal waarmaken? Karki lacht. „Nee, maar hij geeft tenminste een samenhangende boodschap af.”

Onomstreden is Sarkozy nooit geweest. Mateloze ambitie, tomeloze energie, oneindige strijdlust zijn de meest neutrale omschrijvingen die van hem in omloop zijn sinds hij veertien jaar geleden als minister van Begroting begon.

Zijn critici zeggen dat hij op Jacques Chirac lijkt, de president voor wie de UMP vijf jaar geleden werd opgericht. Om zijn machtshonger, de onverbloemde wijze waarop hij de wereld indeelt in vijanden en nuttige medewerkers aan zijn glorie. Maar hij heeft met Chirac vaak het conflict gezocht. ‘Zijn’ UMP was in 2002 opgericht als nieuwe rechtse eenheidspartij ten dienste van Chirac. En die is het er niet mee eens dat het nu de partij van Sarkozy is.

Luc Audebert, politieagent uit Melun, kwam toen naar de congressen om Chirac te steunen, zoals hij nu voor Sarkozy komt. Wat is het verschil? „Chirac was gewoon de leider van de gaullisten”, zegt Audebert. Wat hij ook zei, Chirac kon teren op de erfenis van Charles de Gaulle, de generaal van het vrije Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog en in 1958 grondlegger van de huidige republiek. Met Sarkozy voelt Audebert zich niet verwant om het gaullisme, maar om zijn ideeën. „Hij stelt hervormingen voor die allang doorgevoerd hadden moeten worden.” Zoals? „De 35-urige werkweek afschaffen, meer waardering geven aan mensen die werken, strenger omgaan met immigranten.” Audebert haalt zijn schouders op. „Dat is niet eens rechts. Het is gewoon normaal.”

Sarkozy noemt Chirac één keer in zijn toespraak. Hij bedankt hem voor de kans die hij hem in 1975 gaf om zijn eerste politieke toespraak te houden. Maar Chirac maakt geen deel uit van de helden die Sarkozy noemt als zinnebeelden van Frankrijk, die hun leven in dienst van het land hebben gesteld. Ooit was Sarkozy de boezemvriend van Chiracs dochter en naaste adviseur Claude. Midden jaren negentig liep hij over naar Chiracs concurrent in eigen huis, Edouard Balladur. De afgelopen jaren werd hij de voorman van de talrijke UMP-politici die teleurgesteld waren door twaalf jaar Chirac.

Sarkozy plaatst zijn ideeën al een paar jaar onomwonden in het teken van de ‘rupture’, de ‘breuk’ met „veertig jaar fouten van links én rechts”. Volgens Sarkozy hebben de leidende politici – onder wie Chirac – decennialang nagelaten Frankrijk aan te passen aan de geleidelijke mondialisering. Meer bescherming en bijstand in plaats van liberalisering, een lakse politiek omtrent immigratie en integratie, gebrek aan hervormingen in onderwijs, politiek en de sociale verhoudingen. Hij belooft taboes te doorbreken – zoals op positieve discriminatie – en nieuwe energie, en economische en sociale dynamiek in Frankrijk los te maken. Daarbij horen voorstellen die elders in Europa niet als per se rechts gelden: strengere begeleiding van werklozen, het invoeren van studiefinanciering op voorwaarde van resultaat en stemrecht voor allochtonen bij gemeenteraadsverkiezingen.

Naar Europese maatstaven is Sarkozy niet zo rechts, meent Patrick Devedijan, ex-minister en politiek adviseur van Sarkozy. „De Franse uitzondering is in feite links: wij hebben het meest linkse links van Europa. Dat maakt dat er veel ruimte is voor rechts.” Devedijan legt in een rustige gang bij het congres uit dat Sarkozy beter in andere termen begrepen worden: „Hij zal Frankrijk moderner maken, normaler, dichter bij de andere Europese landen brengen.”

Toch werd de nu 51-jarige Sarkozy juist populair door zich als rechts te profileren. Zijn opmars begon toen hij in 2002 als minister van Binnenlandse Zaken hard begon op te treden tegen criminaliteit. Zijn tegenstanders vinden hem sindsdien gevaarlijk. Ze verwijten hem een veiligheidsobsessie te hebben en immigranten te stigmatiseren. Herhaaldelijk veroorzaakte hij ophef door kritiek te uiten op ‘laks’ optreden van rechters. Zijn felle optreden levert hem niet alleen populariteit op, maar ook wantrouwen. Dit weekeinde wees een peiling nog uit dat 51 procent van de kiezers ‘ongerust’ is over Sarkozy.

Hij probeert nu zijn scherpe kantjes bij te veilen. De ‘breuk’ werd eerst een ‘rustige breuk’ en nu is de leus: ‘Samen wordt alles mogelijk.’ Sarkozy wil menselijk, gerijpt en gelouterd overkomen – en gematigd. „Hier gaat politiek over”, zei hij gisteren: ,,Een dam opwerpen tegen de dwaasheid van mensen, en zorgen dat je niet wordt meegesleurd.” Hij laat zich voorstaan op zijn mislukkingen, „die ik te boven heb moeten komen zoals miljoenen Fransen.”

Zijn rivalen kunnen rekenen op verzoening. „Iedereen die hier komt, is onze vriend”, zegt Sarkozy ’s morgens voordat Villepin de zaal betreedt Een halfuur later staat zijn rechterhand, minister Hortefeux, stilletjes in de coulissen. Vijf meter verder baant Villepin zich een weg voor de massa. Niemand fluit of joelt. De fans juichen zelfs. „Sarkozy! Sarkozy!” roepen ze tegen Villepin. Meer dan levensgrote posters van zijn rivaal dansen de premier boven het hoofd. Die blijft onverstoorbaar glimlachen. Hortefeux kijkt tevreden toe. Sarkozy zal het de komende weken nog vaak zeggen: om de verkiezingen te winnen, heeft hij echt iedereen nodig.

    • René Moerland